Opinie

    • Christiaan Weijts

Waar een klein land klein in kan zijn

Straatnamen vernoemen is nog een hele balanceerkunst. Voor je het weet is jouw held de schurk van een ander, dus kun je maar beter uitwijken naar onschuldige categorieën als fruit, knolgewassen of muziekinstrumenten. Cello, klarinet, hobo.

Alhoewel, hobo? Dat klinkt wel verdacht veel als ‘homo’, dachten sommige kopers van een bouwkavel in de nieuwe wijk De Zaanse Eilanden. Ze tekenden bezwaar aan, dreigden hun kavels niet af te nemen en uiteindelijk zwichtte de gemeente. Dat was in 2016. Nu heet die straat, vol dure architectuur in de stijl van oude Zaanse huisjes en schuren, niet ‘Hobo’, maar ‘Piccolo’. Waar een klein land klein in kan zijn.

D66-raadslid Jan de Vries (70) is ziedend over de gang van zaken. Hij wil de naamsverandering nu alsnog terugdraaien en diende daar een motie voor in. „Het is verdorie 2018. Zelfs Bert en Ernie zijn uit de kast gekomen! Dit speelde in de tijd dat hier een gaybrapad kwam en bij het stadhuis de vlag uithing omdat we ons aansloten bij de Regenbooggemeenten. En in de achterkamertjes gaven ze toe aan wat tijdens een hoorzitting een ‘negatieve homoassociatie’ werd genoemd.”

Later maakte een gemeentesecretaris excuses aan het Bureau Discriminatie, dat daar genoegen mee nam, maar voor De Vries is dat onvoldoende. „We hadden eerst de ‘treitervlogger’, en nu staan we ineens te boek als ‘homofobe Zaankanters’.” Daar strijdt hij tegen.

Hij woont zijn hele leven in de Zaanstreek, werkte als schilder, bij de reddingsbrigade, bij de brandweer. Hij kent de inwoners als mensen die juist vreedzaam naast elkaar leven. „Vanaf mijn vroege jeugd heb ik dat geleerd. Wie of wat je ook bent, je hebt respect voor elkaar.”

Hij neemt me mee naar een standbeeld langs de Zaan, de Houtwerker. Het beeld, door de Joegoslavische immigrant Slavomir Miletic, werd begin jaren zestig als brugornament afgekeurd, op ‘esthetische gronden’ („Ja, omdat hij in z’n blote pik stond!”) en tijdens een ruwe verwijdering brak het in stukken. „Ik hoorde dat als jongetje van veertien, en vond dat zó onrechtvaardig. Tientallen jaren later hebben we er als gemeenteraad voor kunnen zorgen dat hij hier alsnog staat, in brons.”

Hij bedoelt maar. Altijd opkomen voor rechtvaardigheid. Ondanks boze mails die hij krijgt van ‘Piccolo’-bewoners. En ook als hij, zoals het er nu naar uitziet, geen meerderheid heeft. „Ik kan mezelf tenminste recht in de spiegel aankijken.”

Veel andere partijen vrezen dat terugdraaien duur is en administratief gedoe geeft. „Dat boeit me geen bal, dat is allemaal techniek. Het gaat mij om het principe, om een fundamentele waarde.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek elke vrijdag een column
    • Christiaan Weijts