Opinie

    • Marita Mathijsen

Vul het land met schrijvershuizen

Literair erfgoed Er is iets mis met de waardering voor literair erfgoed in Nederland, meent . Neem een voorbeeld aan Engeland of Frankrijk. Daar koop je Proust bij een benzinestation.

Illustratie Lars Zuidweg

Nederlands beroemdste schrijver uit het verleden is Multatuli. Hij heeft een klein museum in de binnenstad van Amsterdam, dat al jarenlang noodlijdend is en door enthousiaste vrijwilligers en een onderbetaalde vaste deeltijdkracht wordt gerund.

Een andere beroemde schrijver is Joost van den Vondel. Op papier bestaat er een Vondel-Museum, maar in werkelijkheid bestaat dat uit objecten die verspreid liggen over gebouwen en in kelders van de Universiteit van Amsterdam. Een echte herinneringsplaats voor Vondel is er niet. Van het Harry Mulisch Huis, nu nog op verzoek te bezichtigen, is het voortbestaan ongewis.

Er is iets mis met de waardering voor literair erfgoed in Nederland. Het Literatuurmuseum kreeg enige jaren geleden zonder pardon een kwart minder subsidie, literatuurlijsten worden geminacht, tweedegraads leraren Nederlands hoeven geen literatuur van vóór 1880 meer te lezen. De weinige schrijvershuizen die er zijn, kwijnen weg. Geen enkel schrijvershuis heeft voldoende financiële ruimte om met hulp van nieuwe media een gooi te doen naar nieuw publiek.

Hoe schril steekt dit af bij de devotie waarmee in het buitenland relieken van schrijvers bewaard worden, en hoe de doden daar nog meedoen in het heden. Op benzinestations in Frankrijk koop je Proust, in Italië kwam ik een vertaalde Erasmus tegen bij een shop langs de autostrada. In Engeland zijn drie Dickensmusea, in Zwitserland en Frankrijk wel een stuk of vijf gedenkplekken voor Jean-Jacques Rousseau. Zelfs een herbergkamer waar hij vier maanden gelogeerd heeft, is daar tot Chambre Jean-Jacques verklaard, met boeken en voorwerpen uit de tijd dat hij er was.

In het Poolse Wroclaw bezocht ik het prestigieuze museum van de nationale dichter Adam Mickiewicz, met prachtige filmische simulaties van de negentiende eeuw. In het Goethehuis in Weimar is er naast het authentieke gedeelte een modern gebouw waar ik schoolkinderen gretig bezig zag op digitale schermen zelf gedichten te schrijven met woorden uit verzen van Goethe. In Parijs trof ik Franse schoolklassen aan die door het Victor Hugo museum geloodst werden. Daar werd overigens niet gelachen zoals in Weimar – de kinderen volvoerden, leek het, een heilige plicht.

Het Verenigd Koninkrijk is misschien wel het land met de meeste open schrijvershuizen, en die worden druk bezocht. De vijf voormalige woonhuizen van Shakespeare trekken 750.000 bezoekers per jaar, het Brontë Parsonage Museum in Haworth bijna 80.000. Het hele dorp daar staat in het teken van de zusters Brontë en het is bijna onmogelijk er weg te komen zonder Brontë-sjaaltje, -pen, -waaier of -paraplu.

In Schotland staat het neomiddeleeuwse kasteel Abbotsford dat Walter Scott voor zichzelf liet bouwen op een heuvel met een spectaculair uitzicht. Je kunt er een hotelkamer huren en voor onderzoekers zijn er speciale ruimtes. In het moderne gedeelte van het museum wordt een gesprek gesimuleerd tussen een kritische bezoeker en Scott zelf, met vragen als: „Meneer Scott, bent u niet eigenlijk toch een echte upper class-figuur, ook al doet u alsof u zich interesseert voor het gewone volk?”

Samen een literaire tocht te maken

Waar de Britse schrijvershuizen zich bevinden, kan nu worden opgezocht op een digitale kaart op de site van Times Literary Supplement, die geconstrueerd is door Roderick Nieuwenhuis, een Nederlandse journalist en redacteur van De Groene Amsterdammer.

Op The TLS Map of Writers’ Homes kun je inzoomen op een stuk of honderd schrijvershuizen. Wie over de kaart dwaalt, vindt de huizen van Tolkien en Beatrix Potter, de vele verblijven van schrijvers in het Lake District, maar ook het Schotse eiland waar George Orwell 1984 schreef. Dat het supermodel Kate Moss het huis van Samuel Coleridge in Highgate bewoont, verraadt de site ook.

De kaart is interactief: lezers kunnen via Twitter of mail schrijvershuizen aandragen. Nu staan er nog voornamelijk huizen op die openbaar toegankelijk zijn, maar het is de bedoeling dat ook geboorte-, woon- of sterfhuizen die gesloten zijn voor publiek een vermelding krijgen. Sinds de site in de lucht is, enige maanden geleden, zijn er al tientallen nieuwe huizen aan toegevoegd en heeft het project Noorse literatuurliefhebbers geïnspireerd een kaart van hun eigen land te maken.

Dagelijks ontvangt Nieuwenhuis tweets en mails uit het Verenigd koninkrijk en Amerika over de site. Het grappige is dat de site ook tot gevolg heeft dat liefhebbers groepjes vormen om samen een literaire tocht te maken. Ongetwijfeld zullen er nog meer huizen een van die befaamde blauwe plaquettes krijgen die toch al kwistig op Britse schrijvershuizen worden gespijkerd. Want lezers dragen ook adressen aan die tot dan toe onbekend waren.

Steeds maar weer particulier initiatief

Hoe schril steekt Nederland daartegen af. Het aantal plaquettes neemt wel langzaam maar zeker toe, maar steeds is dat het gevolg van particulier initiatief. Er is geen instantie die zich hierom bekommert, zoals English Heritage of de Schotse evenknie. Er zijn slechts een stuk of twaalf schrijvershuizen die toegankelijk zijn. Daaronder wel het allerberoemdste en drukstbezochte schrijvershuis ter wereld: het Anne Frank Huis. Dat is ook een van de weinige schrijvershuizen die zichzelf kunnen bedruipen, de rest is van subsidie en goedhartigheid afhankelijk en sleept zich moeizaam van jaar tot jaar voort.

Nu is zo’n huis natuurlijk niet de plek om een verjaardagspartijtje met een stuk of wat jonge gastjes te vieren. Het gemiddelde schrijvershuis toont een veer of vulpen, onder glas wat bladzijden in het handschrift van de betreffende auteur, wat eerste drukken, wat portretten, en zijn of haar stoel/bureau/lamp. Prachtig voor de liefhebber en opwindend voor geestverwanten van Boudewijn Büch zoals ik, maar niet iets om leerlingen verplicht naar toe te sturen.

Zo is er het Hendrik Tollens Museum in Rijswijk, in het prachtige woonhuis van de vergeten dichter, en het bezoek daaraan is alleen al de moeite waard om de uitgaafjes te zien waarmee Tollens geld probeerde in te zamelen voor zielige weeskinderen, slachtoffers van overstromingen en dergelijke. Persoonlijk bezoek ik het graag, maar mijn jonge neefjes zal ik niet meenemen. Die zouden misschien wel genieten van het Muiderslot, waar de aandacht voor het literaire werk van P.C. Hooft echter minimaal is. Kinderen worden er gelokt met speurtochten, een valkenshow, verkleedkleren, maar over de dichter komen ze weinig te weten. Het Luceberthuis in Bergen zou voor wat oudere kinderen wel leuk kunnen zijn, maar het is maar een paar dagen per jaar toegankelijk voor publiek.

Couperus met hooghaags accent

Nu heeft Roderick Nieuwenhuis ook voor Nederland een site gemaakt met schrijvershuizen, die sinds vandaag geopend is op de site van De Groene Amsterdammer. De liefhebber kan op de site de plek vinden waar Gerrit Komrij in een kippenhok geboren is, het ziekenhuis waar Antoon Coolen stierf nadat hij uit een trein gevallen was, de pastorie waar Betje Wolff op de bovenste etage een schrijfkamer had om haar saaie man te ontlopen. Hij kan ook een pelgrimage maken in de noordelijke provincies, en woonplekken van Bloem, Reve, Vestdijk, Slauerhoff, Piet Paaltjens en W.F. Hermans achter elkaar bezoeken. De kaart is net als de Britse interactief: wie een woon-, geboorte- of sterfhuis van een schrijver weet kan die toevoegen. Zo kan met gezamenlijke inspanning een prachtige digitale literaire landkaart van Nederland tot stand komen.

Wellicht heeft die weer tot gevolg dat er wat meer aandacht komt voor de weinige openbare schrijvershuizen die er zijn. Misschien zijn er gemeentebesturen die zich opeens bewust worden van hun literaire erfgoed en huizen proberen te behouden en open te stellen. Misschien dat er ergens ook een gooi gedaan wordt naar nieuw publiek, met wat meer structurele financiële ondersteuning.

Wanneer een driedimensionale Louis Couperus met hooghaags accent antwoord geeft op een aantal geprogrammeerde vragen, geloof maar dat er dan schoolklassen plezier beleven aan een bezoek. En als de plastische woorden van Lucebert virtueel door een ruimte fladderen en gevangen kunnen worden om er een nieuw gedicht van te maken – dan kan er zelfs een verjaardagspartijtje in een schrijvershuis plaatsvinden.

    • Marita Mathijsen