Opinie

    • Auke Kok

Schiphol en dat heerlijke ‘dit kunnen wij toch maar’-sentiment

Meer thuiskomen dan via Schiphol, dat kan eigenlijk niet. Ik besefte het deze week opnieuw toen ik vanuit een luchthaven ergens in Midden-Europa was neergestreken in het doorzichtige en complexe pierenstelsel dat wij Schiphol noemen. Het was de overgang van Het Kleine, dat door zijn rommeligheid groot aanvoelde, naar precies het omgekeerde, naar Het Grote dat door de glanzende opgeruimdheid klein aanvoelt. De logistiek op Schiphol is dermate vernuftig dat je amper beseft dat hier jaarlijks het astronomische aantal van 68 miljoen reizigers wordt bediend. In Europa zijn alleen London Heathrow en Charles de Gaulle bij Parijs (iets) groter.

Blijft fascinerend, dat ‘dit kunnen wij toch maar’-sentiment. Het gaat zo goed dat de hoogste baas van ‘Ons Schiphol’, een veredeld overheidsbedrijf tenslotte, minder wil groeien. Topman Dick Benschop stelt voor om kwaliteit en overleg met alle partijen in de omgeving voorrang te verlenen. Hollandser kan het niet. Ex-staatssecretaris Benschop wil voortaan nóg meer praten, nóg meer factoren in ogenschouw nemen.

Ik las zijn pleidooi voor matiging en behoedzaamheid in Het Parool en dacht, ik ben weer thuis.

Luisterrijk kon je mijn aankomst trouwens niet noemen. Als klant van een prijsvechter wandelde ik niet comfortabel over zo’n overdekte passagiersbrug Schiphol binnen, maar moest ik het doen met een simpele trap in de open lucht. Dan nog: liever een openluchttrap in de polder dan het asielzoekersgevoel dat ik na aankomst in Midden-Europa had gekregen. Zelfs relatieve armoezaaiers als ik worden vlot en netjes bediend. Toch knap. Je weet waar je heen moet en dat is veel waard.

Thuiskomen via Schiphol is een onderdompeling in welvaart, in overdaad zelfs, en slimheid. En vergis ik mij nou of zijn de douaniers hier vriendelijker dan op de meeste andere luchthavens? De douanier vroeg waar ik vandaan kwam en voegde er na mijn antwoord aan toe: zeker mooi weer gehad. Reuze aardig.

Als het een keer fout gaat op Schiphol, bijvoorbeeld na een stroomstoring, rukt het Journaal likkebaardend uit om gedupeerden de microfoon te geven. Mag van mij. Hoor ik zo’n Engelse dame klagen over gebrekkige informatievoorziening en denk ik: nee, dan op Stansted!

We mopperen ons een ongeluk over Schiphol. Over de herrie, de verbouwingen, de lange pieren, de halve marathon die je moet afleggen om je geparkeerde auto terug te vinden. Maar blijf met je rotpoten van ons rotschiphol af. In een gedempte plas water een van ’s werelds meest gewaardeerde luchthavens ontwikkelen, een prijswinnaar inzake duurzaamheid: ga d’r maar aan staan.

Dick Benschop heeft volkomen gelijk. De luchtvaartmaatschappijen die maximaal willen groeien moeten niet zaniken. Rond de tafel gaan we met zijn allen de factoren zitten wegen, inclusief de bewonersoverlast in de Haarlemmermeer. Oeverloos zullen we studeren op cijfers achter komma’s aangaande Lelystad Airport ja dan nee. Juist nu het succes ons dreigt te verblinden is dat heel verstandig. Polderen in de polder, laat dat maar aan ons over.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok