Recensie

23 dieren in 22 gedichten

De eerste dichtbundel voor kinderen van Bibi Dumon Tak, met illustraties van Annemarie van Haerlingen, is grappig en volwassen gelaagd, schrijft onze recensent (●●●●).

Non-fictiepoëzie voor kinderen over de orde der evenhoevigen. Obscuur klinkt dat, gek, origineel ook, en schier onbestaanbaar, gedoemd tot marge en verdrukking. Maar de eerste dichtbundel van Bibi Dumon Tak ís het, en toegegeven: Laat een boodschap achter in het zand pakt minder vreemd uit dan het genre klinkt.

Lees ook dit interview met Dumon Tak: ‘Ze zei, mijn kinderen zijn ook van jou, hè’

Wie haar werk kent, wist allang hoe dichterlijk haar blik is. Zoals ze in Bibi’s bijzondere beestenboek een groep prairiewolven, die ’s nachts de vlaktes wakker janken, portretteerde als ‘een verspreid nachtkoor van zingende honden, met de maan als dirigent’ – dat wás al je reinste poëzie. Dus je betreedt min of meer vertrouwd terrein, in het openingsgedicht over een giraf: ‘Dag wandelende uitkijktoren in je pyjama van blokjes hout.’

Illustrator Annemarie van Haeringen schilderde er nog een ladder en twee rode laarsjes bij – maar verder neemt Dumon Tak eerder afstand van Annie M.G. Schmidt dan dat ze haar navolgt. Waar vormvaste verzen nog altijd de Nederlandse kinderpoëziepraktijk bepalen, is deze bundel volledig vrij en ongebreideld lyrisch. De beginregel lijkt eerder te verwijzen naar Paul van Ostaijens Marc die ’s morgens de dingen groet – in lijn met de expressionistische vrijheid die Dumon Tak klaarblijkelijk in de poëzie heeft gevonden.

23 dieren worden geportretteerd in 22 gedichten, die vele gedaanten kennen. Vaak zijn de gedichten lyrisch, ook als het over het onooglijke knobbelzwijn gaat: ‘Een klont klei / dat ben jij / slenterende modderpoel / uitgedeukte ragebol’. Soms hebben ze de vorm van app- jes, een radioreclame, contactadvertentie of rouwadvertentie, voor de uitgestorven Pyrenese steenbok, rauw en roerend tegelijk: ‘de Capra pyrenaica is bij dezen op’ en ‘Celia hield van gras, mos en kruiden’.

Fijn komisch is dat Dumon Tak zich als tegenwicht voor die vormvrijheid een inhoudelijke restrictie gaf: de bundel is ‘alleen toegankelijk’ voor evenhoevigen. Dieren met twee of vier tenen dus. De okapi vindt dat niet eerlijk en protesteert, maar de redactie laat zich niet vermurwen. Waarmee Dumon Tak fijntjes de spot drijft met de menselijke drang tot categoriseren en labelen.

Het spectaculaire slotgedicht heeft de vorm van een sportverslag, waarin een lekker hysterische commentaar-giraf beschrijft hoe gnoes een krokodilrijke rivier oversteken. Ze sterven bij de vleet. Zo doemt vaker de harde werkelijkheid op, van eten en gegeten worden. Dat is niet altijd zielig: een nijlpaard maakt van de dikdik jolig ‘dikdiksap’. Zo is de natuur. De contactadvertentie is ook allereerst grappig, dankzij lenig rijm: ‘Wilde kamelenman, alleenstaand, / zkt. kennismaking met vr. / 6 jr. / kinderen geen bezwr.’ Maar eronder schuilt de bedreiging van een diersoort.

Zo gaat het vaker. Bij oppervlakkige beschouwing is Laat een boodschap achter in het zand komisch en vrolijk, inclusief flauwe woordgrapjes (‘Wikipedinee’), en daarmee echt op kindermaat gesneden. Maar beschouw je het nader, dieper dan je bij poëzie voor kinderen misschien geneigd bent, dan zie je meer.

Misschien wel het interessantst is de aanwezigheid van de tapir: drie tenen, en tóch in de bundel. Zijn gedicht heeft de vorm van een kinderspreekbeurt, dóór een tapir, óver evenhoevigen, bewonderend omdat die ‘meer succes op aarde’ hebben dan on-evenhoevigen. ‘Soms zou ik ook wel een evenhoevige willen zijn, / maar dan moet ik van iedere poot een teen afknippen. / En dat wil ik nou ook weer niet.’ Dat is hartverscheurend. En een metafoor voor een systeem waarin de dominante groep de meeste en positiefste aandacht krijgt, en een minderheid bedreigd wordt.

Tel daarbij op de terugkerende weemoed naar andere tijden (‘Toen de aarde nog helemaal van de aarde was…’), het feit dat de meeste geportretteerde dieren in verre uithoeken leven én de veelvuldige onderbreking door reclames. Dan ontwaar je een subtiele én vlijmscherpe veroordeling van een wereld waarin economie en kapitalisme regeren, óók over de dieren. Andersom is het, minder verstopt, een pleidooi voor (soorten)diversiteit. Daarmee pleit de bundel ook voor zichzelf: vóór schoonheid, ook als die schuilt in iets kwetsbaars, een boodschap in het zand, of non-fictiekinderpoëzie met volwassen gelaagdheid.

Laat een boodschap achter in het zand conformeert zich nota bene aan economische wetten, door vormen uit de wereld van de commercie te adopteren – en door leuk voor een kinderpubliek te schrijven. Ze maakt reclame (voor de dieren) én behoudt haar eigenheid. Zo betoont Bibi Dumon Tak zich, ook als dichter, de onevenhoevigste schrijver van Nederland.

    • Thomas de Veen