NRC checkt: ‘R’dam pakt straatintimidatie harder aan dan A’dam’

Dat zei de Stichting Stop Straatintimidatie op 25 augustus in Het Parool.

Wethouder Joost Eerdmans bij de lancering van de campagne ‘Pikpraat van straat’. Deze campagne biedt vrouwen de mogelijkheid om via de zogenaamde StopApp te melden als ze seksueel geïntimideerd worden. Foto Robin Utrecht

De aanleiding

„‘Amsterdams sisverbod is wassen neus’”, kopte Het Parool op 25 augustus. De aanpak van seksuele straatintimidatie zou in de hoofdstad na bijna twee jaar nog altijd „volledig stil” liggen, volgens de Stichting Stop Straatintimidatie. „Volgens de stichting doet Rotterdam het veel beter”, staat er. In Amsterdam is nog geen boete uitgedeeld voor nafluiten, sissen, uitschelden of volgen. Terwijl Rotterdam in mei al begon met het „vervolgen van verdachten”, een meldings-app heeft en veiligheidsmaatregelen neemt, zoals meer straatverlichting. De regionale zender AT5 kwam op 4 september met een vergelijkbaar item met de kop „Rotterdam doet veel meer tegen straatintimidatie dan Amsterdam”.

Waar is het op gebaseerd?

De Stichting Stop Straatintimidatie baseert zich op raadsvergaderingen, klankbordgroepen en mediaberichten, zegt voorzitter Pleun van Onzenoort. Ze verwijst naar een item van Editie NL van 7 juni met demissionair wethouder Joost Eerdmans (veiligheid en handhaving, Leefbaar Rotterdam). Eerdmans vertelt hierin over „pushberichten” na meldingen en „undercovers in burger”. Rotterdam zou binnenkort ook de eerste zaak voor de rechter brengen, aldus Editie NL.

En, klopt het?

„Het verschil tussen beide steden is niet zo groot als in de media wordt geschetst”, stelt burgemeester Femke Halsema van Amsterdam. „Beide steden zijn koplopers”, mailt haar woordvoerder. Het is „overdreven te stellen dat Rotterdam veel verder is of veel meer doet”.

De steden gaan inderdaad deels gelijk op. Beide hebben onderzoek laten doen naar de omvang van seksuele straatintimidatie. Beide hebben een plan van aanpak vastgesteld en straatintimidatie strafbaar gesteld: de richtlijn voor een boete is in beide steden 190 euro. Beide voerden ook een publiekscampagne, al lijkt de slogan van Amsterdam gericht op bewustwording (‘Straatintimidatie. Wij trekken een grens, wat doe jij?’) en van Rotterdam op aanpakken (‘Lekkere Billen. Strafbaar’ en ‘Pikpraat? Meld het’).

Er zijn meer verschillen. Amsterdam had in mei 2016 al een initiatiefvoorstel en stelde in februari 2017 als eerste stad een plan van aanpak vast. Rotterdam volgde in juni vorig jaar met een plan, maar haalde Amsterdam sindsdien in. Zo lanceerde de Maasstad eind 2017 een StopApp om straatintimidatie te melden (2.000 downloads en 3.000 meldingen). Die meldingen worden gebruikt om ‘black spots’ veiliger te maken.

Sinds de strafbaarstelling in april 2018 zijn in Rotterdam vijf proces-verbalen uitgeschreven, zegt een woordvoerder. Het OM bevestigt dat er vier dossiers zijn ontvangen, en dat er nog eens twee (over dezelfde verdachte) in aantocht zijn. Eén van de vier dossiers is afgekeurd. Het OM moet nog beoordelen of de andere aan de rechter worden voorgelegd en of er boetes worden opgelegd.

Zes proces-verbalen is niet veel, maar het is nog altijd meer dan in Amsterdam. In de hoofdstad zijn nog geen proces-verbalen uitgeschreven, want daar is de „waarschuwingsperiode” voor overtreders verlengd. Handhavers moeten eerst beter geïnstrueerd worden hoe het verbod werkt. In delen van de stad worden verder ‘buurtschouwen’ gehouden.

Conclusie

Amsterdam liep voor op Rotterdam, maar met de aanpak en resultaten is Rotterdam nu verder – al zijn zes proces-verbalen sinds mei nog weinig bij zo’n wijdverbreid delict. We beoordelen de stelling als half waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Eppo König