Het gevaar in China is dat de bevolking oud is voordat zij rijk is

Krimp in China Het Chinese eenkindbeleid is omgeslagen in het tegendeel: de overheid wil juist dat mensen twee of meer kinderen krijgen. Maar nu willen de mensen niet meer.

Li Yian (6), te zien op een foto naast de trouwfoto van zijn ouders, is het enige kind van Qi Rui en Li Zhen (beiden 35). Foto Ruben Lundgren

Li Yian is zes jaar. Hij woont met zijn ouders in een nieuwbouwflat in het noorden van Beijing. Broertjes of zusjes heeft hij niet, dinosaurussen des te meer. Al vanaf zijn derde is hij daar helemaal gek op. Op zijn kamertje met hoogslaper staat een witte speelgoedkast propvol plastic exemplaren. „Ander speelgoed mag ik na een paar maanden weggooien, maar van die beesten moet ik afblijven”, vertelt zijn moeder.

Of hij een broertje of zusje zou willen, weet hij niet goed. „Als ik me alleen voel, ben ik minder eenzaam met een broertje of zusje.” Maar een groot nadeel ziet hij ook: dan kan hij zijn huiswerk niet meer rustig doen. „Een broertje of zusje komt me vast steeds storen.”

Het ziet er niet naar uit dat hij nog een broertje of zusje krijgt. Dat ligt niet aan de Chinese overheid, die zou maar wat graag zien van wel. Begin 2016 werd het eenkindbeleid na 36 jaar afgeschaft. Iedereen mocht voortaan twee kinderen krijgen. Nu staat de overheid op het punt het aantal kinderen per gezin zelfs volledig vrij te laten.

China heeft onlangs een nieuw staatsorgaan in het leven geroepen dat verantwoordelijk is voor „het verbeteren van het geboortebeleid” – maar niet langer voor geboortebeperking. De drie organen die zich daarmee bezighielden, zijn opgeheven. De Chinese posterijen onthulden een postzegel voor het komende Chinese Jaar van het Varken. Daar staan vader en moeder Varken gezellig op met drie kleine biggetjes. Ook dat wordt gezien als een aanwijzing dat geboortebeperking zijn langste tijd heeft gehad in China.

Melkpoeder

Voor de vader en moeder van Li Yian maakt het allemaal niets uit. Zij willen hoe dan ook geen tweede kind. „We zouden het wel kunnen betalen, dat is het punt niet”, zegt moeder Qi Rui (35), die als programmeur voor een groep bioscopen werkt. „Maar we willen het zo’n kind en onszelf gewoon niet aandoen.”

Haar man Li Zhen, ook 35 en manager van een Starbucks-vestiging: „Tussen nul en een jaar is het grootste probleem: Welk melkpoeder koop je voor je kind? Kies je voor een Chinees of een buitenlands merk? Chinees melkpoeder durven we niet aan, want je weet niet of de kwaliteit goed is.”

De vele schandalen en schandaaltjes rond Chinees melkpoeder liggen nog vers in het geheugen. Bij één daarvan kwamen zeker zes baby’s om. „Dus dan ga je buitenlands melkpoeder online bestellen. Maar je ziet dat die pakken onderling net een iets andere kleur hebben en ook de prijzen lopen uiteen. Dus wat is dan echt, en wat is namaak?”

Het is het soort hoofdpijn waar elke Chinese ouder mee te maken krijgt. En dan heb je ook nog de luchtkwaliteit. Het eerste jaar was Yian elke maand wel een keer ziek. In het ziekenhuis schreven ze dat toe aan de ernstige luchtvervuiling.

Als het kind ouder wordt, moet je op zoek naar kinderopvang. Privéopvang is vaak heel duur, en niet per definitie goed. „Slaan ze je kinderen? Zitten ze er in de winter te bibberen van de kou omdat de opvang bezuinigt op de verwarming van de lokalen?” Li Zhen is ook bang voor de voedselveiligheid in de opvang: „Krijgt je kind er rotzooi te eten die zo’n school goedkoop heeft kunnen inkopen omdat het voedsel over de datum is?” Hij is blij dat hij voor Yian via via een plaats in een overheidskinderopvang kon regelen.

Voor Li Zhen en Qi Rui zijn het allemaal tekenen van een veel groter maatschappelijk probleem: Je kunt niemand vertrouwen en je kunt nergens van op aan. In zo’n maatschappij willen ze hun kind eigenlijk niet laten opgroeien.

Dat ze één kind hebben, is al een compromis. Hij wilde dat graag, zij veel minder. Zijn ouders oefenden ook druk op hem uit: een zoon zet de familielijn van de man voort, en alleen hij kan zorgen dat er ook na hun dood wierook naar de voorouders blijft kringelen.

Voortplantingsfonds

Li Zhen en Qi Rui hebben het niet zo op de Chinese gewoonte om kinderen onder druk te zetten om de beste te zijn. Ze willen liever dat Yian zijn eigen interesses volgt. Als hij thuiskomt, moet hij wel eerst zijn huiswerk maken. Daarna mag hij doen wat hij wil. Lezen kan hij al. „Hij heeft het zichzelf geleerd uit zijn boeken over dinosaurussen”, zegt zijn moeder.

Yian zit niet op allerlei dure clubjes, hij speelt geen piano of viool, hij zit niet op een tweetalige privéschool. Ze sturen hem ook niet naar de avondschool aan de overkant van de straat, waar de kinderen nog tot negen uur ’s avonds les hebben. „Dat is toch zielig?”, zegt zijn moeder.

Ze kunnen financieel goed rondkomen, ook omdat de flat waar ze wonen hun eigendom is en hypotheekvrij. Veel ouders in de grote steden voelen een grotere financiële druk omdat er een hypotheek op het huis en de auto rust, en omdat ze hun kinderen het allerbeste en het allerduurste willen geven.

De Communistische Partij van China (CPC) besloot in 2015 het geboortebeperkingsbeleid helemaal af te schaffen. Lees ook: Komt het einde van de eenkindpolitiek in China nog wel op tijd?

Al met al wil het maar moeilijk lukken om Chinese echtparen zover te krijgen dat ze een tweede kind nemen. In 2016, het jaar dat het eenkindbeleid werd opgeheven, nam het aantal geboorten met acht procent toe ten opzichte van het jaar ervoor. Maar in 2017 daalde het weer met 3,5 procent. Twee wetenschappers kwamen daarom met het idee voor een voortplantingsfonds. Alle werkenden onder de veertig zouden daarin verplicht een bedrag moeten storten. Uit het fonds konden dan de kosten voor grotere gezinnen betaald worden.

Het plan leidde tot hoon en sarcasme op sociale media. Zo verscheen er een rood namaakspandoek van het soort dat de Chinese overheid gebruikt voor propagandistische leuzen op internet. „Als je geen kinderen krijgt terwijl dat wel moet, dan dwingen we je gewoon om zwanger te worden.” Het spandoek kreeg meteen veel likes.

Concurrent India

Demografen schatten dat de bevolking van China vanaf ongeveer 2025 hoe dan ook zal afnemen en dat er in 2067 nog maar één miljard Chinezen zullen zijn, tegen bijna 1,4 miljard nu. China dreigt zo onvoldoende werkenden te krijgen om de kosten van de vergrijzing te betalen.

Ook als vrouwen vanaf nu wel meer kinderen nemen, is het probleem niet opgelost. Als gevolg van het eenkindbeleid zijn er eenvoudigweg te weinig vrouwen in de vruchtbare leeftijd. „Ook als China helemaal afziet van geboortebeperking (…), dan nog zou dat maar een heel beperkt effect hebben om de druk van de vergrijzing te verlichten”, zei professor Zhai Zhenwu van de Renmin-universiteit daarover tegen de Chinese krant de Global Times.

Het probleem is extra groot omdat China nog geen hoog welvaartsniveau heeft bereikt. Je zou dat bijna vergeten als je hoort dat China de tweede of zelfs de eerste economie ter wereld is. Maar als je het omrekent tot bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, is China qua welvaart een middenmoter op het niveau van Brazilië.

Het gevaar van vergrijzing is dat de Chinese bevolking oud is voordat de bevolking rijk is. Dat is des te pijnlijker met een buurland en concurrent als India, waar geboortebeperking nooit echt van de grond kwam. Dat land heeft nu door zijn jongere bevolking de kans om China in de tweede helft van de eeuw van de troon te stoten als grootste economie ter wereld.

Yi Fuxian van de Universiteit van Wisconsin-Madison stelt dat het eenkindbeleid helemaal niet nodig was geweest, omdat vrouwen over de hele wereld vanzelf minder kinderen krijgen als de welvaart stijgt. Dat het vruchtbaarheidscijfer in China nu lager ligt dan in India, komt volgens hem doordat China welvarender is. „Als China het beleid niet had ingevoerd, dan was het aantal geboorten ook sneller teruggelopen dan in India”, zo zei hij tegen de Global Times.

Daarmee is het eenkindbeleid misschien wel het meest schrijnende voorbeeld van wat er mis kan gaan in een centrale planeconomie. De bevolking lijdt onnodig voor een doel dat zonder centrale planning veel effectiever was bereikt.

Li Zhen voelt zich niet verplicht om uit vaderlandsliefde aan een tweede kind te beginnen. Zielig voor Li Yian vindt hij het al helemaal niet: „Als je twee kinderen hebt, heb je grote kans dat ze later ruzie krijgen over de erfenis”, zegt hij. „Stel je voor dat je twee huizen hebt, het ene groot en goed gelegen, het andere klein en minder goed gelegen. Hoe moet je die verdelen?” Qi Rui valt hem bij. Ze heeft te vaak gezien dat ooms en tantes niet meer met elkaar spraken na de dood van hun ouders. „Dat hoeft Yian later niet mee te maken. Die hele erfenis is gewoon voor hem alleen.”

    • Garrie van Pinxteren