Opinie

    • Sjoerd de Jong

Lezers kunnen weer iets terugzeggen op artikelen op nrc.nl – nou ja, soms

Goed nieuws voor wie iets terug wil zeggen: u kunt weer aan het woord komen op de site van NRC. Althans, na drie jaar bijna-stilte is het, onder een aantal artikelen op nrc.nl, weer mogelijk om te reageren.

Het is een proef, met een gerichte vraag bij het artikel. Reageren kan alleen onder naam en is voorbehouden aan abonnees. Dat moet ervoor zorgen dat de discussie op niveau blijft en niet wordt gekaapt door digitale boekaniers. Ook gaat het niet alleen om het geven van een mening, lezers wordt gevraagd naar hun ervaringen en expertise, en ze kunnen vragen stellen aan de redactie.

Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld bij een stuk over de Brexit en een over werkplekken. Recent werd de mogelijkheid om te reageren ook ‘geopend’ onder het essay van Bas Heijne over nepnieuws (60 reacties) en onder stukken over sterilisatie (29), aldan niet verplichte vaccinatie (38) en de oproep van de politie om te stoppen met ‘sexting’ (44).

De eerste resultaten zijn bemoedigend, vindt de redactie – en ik ook. De discussie onder die stukken is terzake, met typische Lux et libertas-kanttekeningen („De allergie van de Nederlander voor het woord ‘moeten’ is groot”), eigen stellingname („Als creationist moet ik bezwaar maken tegen de uitspraak dat creationisme niet science-based zou zijn”) of persoonlijke ervaringen („Ik wilde tot mijn 35ste geen kinderen, daarna opeens wel!”).

Veel media hielden enkele jaren geleden op met het plaatsen van online reacties, omdat die vaak ontaardden in een lange, jubelende sliert van anonieme hatelijkheden. Vooral artikelen van vrouwen of auteurs met een niet-inheemse achternaam leidden tot een briesende stampede door het digitale Pamplona, bleek in 2015 uit onderzoek van The Toronto Star, die de reacties afsloot.

Uit ander onderzoek bleek bovendien dat de aard van reacties onder een stuk de perceptie van lezers beïnvloedt. Een recente Zweedse studie wijst uit dat negatief commentaar onder een stuk afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de auteur, en positief die juist bevestigt. Dat biedt activisten en lobbygroepen natuurlijk ongekende mogelijkheden.

Ook NRC stopte eind 2015 met de mogelijkheid om online te reageren. Alleen onder sommige ‘expert-blogs’ zoals Recht en Bestuur en Klimaat bleef discussie mogelijk. Modereren van de stroom reacties trok trouwens ook een wissel op de redactie; duizenden reacties stonden in de wachtstand om te worden beoordeeld – dat schiet natuurlijk ook niet op.

Veel media, ook NRC, bedienen zich sindsdien dus van sociale media als Facebook om lezers te laten reageren. Tegelijk bleef dat knagen, want een krant die commentaar serieus wil nemen, kan dat op de eigen site moeilijk categorisch buiten de deur houden.

Dus lijkt het tij te keren. Sinds enige tijd maken allerlei media het weer mogelijk op hun site te reageren, maar nu in een andere vorm. Een consortium Canadese kranten plaatst reacties van lezers die inloggen met hun sociale media-account, evenals enkele Amerikaanse: dat moet drempel- en dus kwaliteitsverhogend werken. Alleen moet je dan wel zo’n account hebben, wat bij Facebook allang niet meer vanzelf spreekt. In Nederland stelde De Correspondent in 2016 nieuwe, zinnige regels op voor discussie, zoals: ‘deel eerst wat je weet, dan pas wat je vindt’ en ‘onderbouw je bijdrage door te linken naar bronnen’, en doe dat onder ‘je echte en volledige naam’. Weg met het legioen anonieme reuzen dat frustraties van zich af tikt onder pseudoniemen als ‘vanlotjegetikt1863’.

NRC volgt nu, op een vergelijkbare manier. De redactie selecteert artikelen waarvan verwacht kan worden dat ze discussie opleveren, onder lezers of met redacteuren. „We kiezen artikelen uit die volgens ons dicht bij de lezers staan en waarbij hun meningen, ervaringen of expertise echt iets kunnen toevoegen”, zegt Sophie van Oostvoorn, redacteur van de Lezersdesk die vragen en expertise van lezers bij stukken betrekt. „Ook deelredacties dragen artikelen aan. We kijken niet eerst of een stuk veel gelezen is. Geen enkel genre is uitgesloten, dus het zou ook bij nieuwsberichten kunnen.” De reacties worden gemodereerd; daarvoor geldt een lijst van spelregels in Q&A-vorm.

Het is nog een experiment, maar het lijkt mij winst. Als het goed werkt, kan het worden uitgebreid – al zijn er, gezien eerdere ervaringen, geen plannen om, zoals ooit het geval was, overal maar reacties mogelijk te maken.

Toch nog een kanttekening. Want dit is mooi, maar het belang van zulke openheid voor lezers moet ook weer niet worden overschat. Uit het Zweedse onderzoek dat ik eerder noemde (en dat niet slaat op Nederland) blijkt dat lezers daar in elk geval de mogelijkheid om ‘mee te doen’ van ondergeschikte waarde vinden. Ze hechten aanzienlijk meer aan disclosure transparency (uitleggen en verantwoorden hoe nieuws tot stand komt, het plaatsen van correcties, linken naar bronnen en documenten) dan aan participatory transparency (meedoen aan nieuwsgaring, reageren op stukken); het laatste kan volgens deze onderzoekers soms zelfs averechts werken, wanneer lezers vinden dat ze het werk van journalisten aan het doen zijn.

Dat zegt natuurlijk ook niet alles. Discussie en vragen stellen aan redacteuren kan juist bijdragen aan disclosure transparency. En NRC heeft met dank aan lezers al zeer relevant en onthullend werk kunnen doen, in een onderzoek naar de kosten van ziekenhuisbehandelingen en naar de Nederlandse euthanasiepraktijk. Zoals met elk journalistiek middel: weet wanneer je het inzet.

Op de site bent u in elk geval nu ook weer aan zet – soms.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Sjoerd de Jong