Recensie

In toneelversie ‘Judas’ is Holleeders terreur niet voelbaar

Recensie De toneelvoorstelling ‘Judas’, naar het boek van Astrid Holleerder over haar criminele broer Willem, laat zien hoe angst het leven van vier vrouwen beheerst.

Judas met Renée Fokker (rechts) als Astrid Holleeder en Eva van de Wijdeven als haar dochter Sam. Foto Bob Bronshoff

Met een donderslag die het publiek rechtop in zijn stoel zet, opent de voorstelling Judas. Het is geen pistoolschot, maar het effect is hetzelfde. Astrid Holleeder, gespeeld door Renée Fokker, komt op en zet uiteen wat haar probleem is. Het is een probleem dat iedereen kent en dus hoeft zijn naam niet genoemd. Ze klinkt strijdlustig, maar desondanks voelt ze zich beklemd, gevangen, opgeslorpt door een macht die haar te boven gaat. De ‘hij’ waarover ze spreekt, haar criminele broer Willem, is een zwart gat. De symboliek van een vloer met slechts een glimmende zwarte doodskist als decor laat niets te raden over.

Deze toneelbewerking van de bestseller Judas (2016) toont hoe vier vrouwen omgaan met de psychische terreur van de broer, zoon en oom. Die krijgt gestalte in de telefoontjes die hij pleegt met Astrid, haar zus Sonja en hun moeder. Te zien is hoe de vrouwen gedwee luisteren als hij, kennelijk op hoge toon, antwoorden en medewerking eist. Niet opnemen is geen keuze. Bovendien wil hij geld van Sonja, in ruil voor bescherming tegen mannen die haar iets zouden willen aandoen: een gevaar dat hij haar aanpraat.

Judas met Margo Dames (links) als Sonja Holleeder en Renée Fokker als haar zuster Astrid Holleeder. Foto Bob Bronshoff

De dreiging die over hun levens hangt, gaat gepaard met veel herhaling, veel gevloek en veel geschreeuw. Er wordt voortdurend over gepraat, maar zichtbaar of invoelbaar wordt die dreiging niet.

Dat manco teistert de voorstelling ook bij de volgende stappen die Astrid neemt: als ze besluit dat het genoeg is en dat ze met de politie wil praten, als ze zich daarvoor schaamt en als ze ten slotte daadwerkelijk gaat getuigen. Nooit gunt regisseur Johan Doesburg zijn acteurs de tijd om emotionele momenten te laten bezinken. Als de moeder, gespeeld door Trudy de Jong, met een mengeling van liefde en afkeer concludeert dat je „ook om een valse hond kan janken”, praat Astrid er meteen overheen.

Lees een reportage over de repetities: ‘Judas’ van Astrid Holleeder als tragedie in het theater

Terwijl het script van Sophie Kassies toch al zo weinig subtiel is als Astrid schaamte of angst voelt. Het gaat zelfs zo ver dat ze een keer plechtig verklaart dat „het schaamrood” haar op de kaken staat. Het lukt Renée Fokker ook niet om veel emotionele lagen aan te boren. Haar repertoire beperkt zich grotendeels tot de wisselingen in volume waarmee ze spreekt.

Dat steekt af bij De Jong, die met plat Amsterdams accent wat humor legt in de eigenwijsheid van de moeder. En als ze wat bejaarde gekte in haar rol moet leggen, toont ze de fysieke hoekigheid die haar zo’n groot komisch actrice maakt. Naast haar maakt Eva van de Wijdeven het beste van de eentonige rol van Sam, de dochter van Astrid, die vergeefs de aandacht van haar moeder probeert te trekken.

Bij gebrek aan plot wordt deze Judas een monotone en eendimensionale verbeelding van de angst van zussen voor een criminele broer, met vlakke personages. Wat voor man die broer is, blijft een mysterie. Waarom ze een band hebben, is eveneens een raadsel, want Astrid zegt dat hij als kind al een pestkop was.

Pas als er aan het slot een foto van de echte Willem Holleeder wordt geprojecteerd, zie je het. In zijn donkere, sinistere blik valt meer te lezen dan de voorstelling in meer dan twee uur heeft gegeven.

Judas met Margo Dames, Eva van de Wijdeven, Trudy de Jong en Renée Fokker. Foto Bob Bronshoff
    • Ron Rijghard