In een grenzeloze wereld verongelukt de vrijheid

Vrijheid We hebben eerder gezien hoe globalisering eindigde in ongelijkheid en vervreemding. Als liberale stemmen nu geen antwoord vinden, winnen de autoritaire, schrijft .

Illustratie Kwennie Cheng

We hebben lange jaren achter de rug waarin het primair ging om het verruimen van de vrijheid. Dat was een reactie op de samenleving van de jaren vijftig, die in toenemende mate als beknellend en volgzaam werd ervaren. Grensoverschrijding was voor velen van mijn generatie het gebod. Het leven had voor ons een immer wijkende horizon, een wereld zonder grenzen was het hoogste ideaal. Maar hoe leefbaar is dat ideaal nu nog?

Het antwoord op die vraag begint met een beter begrip van de betekenis van plaatsgebondenheid. Neem twee grote Europese landen. In het Verenigd Koninkrijk leeft ongeveer 60 procent van de Britten niet verder dan dertig kilometer van de plek waar ze op veertienjarige leeftijd woonden. Hetzelfde geldt voor een land als Frankrijk: zeven op de tien Fransen wonen in de regio waar ze zijn geboren.

De veronachtzaming van deze meerderheid is een blinde vlek die grenst aan een vooroordeel: mobiliteit is goed, immobiliteit is slecht. Grensoverschrijding is immers vooruitgang, want leven culturen niet van vermenging? En wie zal willen ontkennen dat scheppingsdrang en grensverkenning onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar niet alleen het beweeglijke deel van de bevolking heeft betekenis, we moeten ook een stem geven aan de meerderheid die honkvast is.

Zo is het aantal transnationale huwelijken nog steeds beperkt. Niet heel veel mensen trekken eropuit om in een ander land te gaan werken. Slechts weinigen beheersen een andere taal goed genoeg om daarin wezenlijke meningsverschillen te kunnen bespreken. Het gevoel van duurzame verplichting jegens anderen steekt maar moeilijk de grens over. Mijn conclusie: de beweeglijkheid die onze wereld kenmerkt maakt de belangen en overtuigingen van het minder mobiele deel van de bevolking onzichtbaar.

De afstand tussen de internationalisering van de wereld en de plaatsgebonden levens van het merendeel van de bevolking is toegenomen. Dat is een voorname oorzaak van het verschil tussen de positieve waardering die mensen aan hun eigen leven toekennen en het sombere oordeel van diezelfde mensen over de samenleving: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ De vele verhalen over de virtuele wereld die we bewonen ten spijt: ook in onze tijd doen afstanden er nog steeds toe.

Lees ook: De kwaliteit van leven gaat vooruit, maar het verschil in tevredenheid wordt niet minder

Tijd en ruimte, geschiedenis en geografie, horen bij elkaar. De stelling over het ‘einde van de geschiedenis’ – de liberale democratie zou steeds meer veld winnen – ging in de jaren na het einde van de Koude Oorlog niet toevallig samen met het idee van het ‘einde van de geografie’ – de afstanden zouden steeds meer verdampen in de global village. Beide ideeën blijken niet waar te zijn: de democratie bepaalt niet onze wereld en in die wereld is nabijheid nog steeds van belang.

We zullen het indringend moeten hebben over de gevolgen van vervagende grenzen voor een open samenleving. We leven in een tijd die lijdt onder vormeloosheid. De socioloog Zygmunt Bauman beschrijft een wereld die in de greep is van een dwangmatige modernisering. De veranderingen gaan steeds sneller. Daardoor krijgt niets meer de kans om vorm te krijgen, want voordat er stolling kan plaatsvinden, dient het allernieuwste zich aan. Vandaar dat hij deze tijd als een ‘vloeibare moderniteit’ aanduidt.

Informatietechnologie

Dat onderzoek naar de vorm van de vrijheid is meer dan ooit nodig in een wereld die door digitalisering wordt voortgedreven. Nergens is de grensoverschrijding beter zichtbaar: volgens velen staan we pas aan het begin van een omwenteling door de informatietechnologie, die samenlevingen ten diepste zal veranderen. Dat is het domein bij uitstek waar afstanden snel hun betekenis aan het verliezen zijn.

Versterkt het oplossen van grenzen de vrijheid of wordt juist de democratie langzaam ondermijnd? De burgerrechten zoals die zich historisch hebben ontwikkeld, gedijen niet per se in een grenzeloze wereld. De impact van de informatietechnologie op onze samenlevingen roept de vraag op of daarmee per saldo de vrijheid van burgers toeneemt. Of komt die vrijheid in het gedrang?

Vooropgesteld: de zegeningen van het internet zijn onmiskenbaar, maar de informatiesamenleving kan alleen duurzaam zijn als we met open ogen de problematische kanten van deze omwenteling willen zien. Zo wordt de persoonlijke levenssfeer bedreigd door de digitalisering van de communicatie: er is simpelweg minder privacy in deze tijd.

Ook het publieke domein verandert razendsnel. We zien meer vertrouwen tussen burgers dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden: mensen kopen allerlei producten en diensten van elkaar, ook op grote afstand, via het internet. En we zien meer wantrouwen tussen burgers dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. De sociale media doen vaak genoeg hun naam geen eer aan. De digitale massa vertoont, zoals elke massa, een neiging tot lynchgedrag.

Een eerste gevolg van de digitale omwenteling is de genoemde inkrimping van het private domein. Op een conferentie hoorde ik topman Alex Karp van Palantir – een bedrijf dat onder meer software maakt voor gezichtsherkenning – terloops een existentiële vraag opwerpen. Anderen weten straks meer over ons dan wij over onszelf weten, zo hield hij zijn gehoor voor. Uit de likes op Facebook kunnen bijvoorbeeld duidelijke aanwijzingen worden afgeleid over iemands seksuele geaardheid, terwijl die misschien voor de betrokkene nog helemaal niet zo duidelijk is.

Maar we hoeven niet zo ver door te denken om te zien wat er gaande is. Neem de privacyregels van Facebook, die getuigen van een bijna totalitair idee over transparantie. Van oprichter Mark Zuckerberg zijn verschillende uitspraken bekend waarin hij stelt dat de bescherming van een privédomein geen ‘maatschappelijke norm’ meer is. Bij een open samenleving horen volgens hem andere normen: het is een vooruitgang dat we onszelf minder afschermen voor de blik van anderen.

Commercialisering van privacy

De relativering en commercialisering van privacy is opmerkelijk. Het is een kenmerk van totalitaire staten dat zij diep binnendringen in het privéleven van burgers. Iedereen weet dat grenzen aan de zichtbaarheid van burgers een waarborg vormen voor de liberale rechtsstaat. Hoewel, wéét iedereen dat eigenlijk wel? Een digitale generatie groeit op die geen benul lijkt te hebben van de betekenis van de private sfeer, en met vallen en een beetje opstaan leert dat vergeten op het internet niet bestaat.

Het is interessant dat er in de afgelopen jaren een tegenbeweging op gang is gekomen. Een voorbeeld is een uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat er zoiets is als ‘een mensenrecht op vergeten’. Het is goed om even stil te staan bij deze vernieuwing: het recht om vergeten te worden toont ons helder de schaduwkant van de informatiesamenleving. Er dienen blijkbaar grenzen te worden gesteld aan de zichtbaarheid.

Lees ook: Moet het ‘vergeetrecht’ internationaal gelden?

In weerwil van de opvattingen van Zuckerberg en de zijnen wordt het idee van volledige transparantie gezien als een aantasting van elementaire burgerrechten.De aantasting van de vrijheid gaat nog verder. Er is sprake van een bewuste poging tot gedragsverandering door de sociale media. In de woorden van de eerste bestuursvoorzitter van Facebook, Sean Parker: „We moeten je dus om de zoveel tijd een shotje dopamine geven, doordat iemand je foto of je post liket. Het is een feedbacklus van sociale goedkeuring. Het verandert letterlijk je verhouding tot de samenleving, tot elkaar. En God mag weten wat het met de hersenen van onze kinderen doet.”

Een ander gevolg van de grenzeloze informatiesamenleving is de inkrimping van het sociale domein, om te beginnen van de werkgelegenheid. In de loop der jaren hebben veel beroepen hun betekenis verloren. Zoals ooit de zetters bij de drukkerijen zijn verdwenen, zullen straks belastingadviseurs, winkelbedienden en taxichauffeurs hun baan kwijtraken. In een recente studie van het McKinsey Global Institute wordt gesteld dat zeker de helft van al het betaalde werk dat mensen doen, kan worden geautomatiseerd.

McAfee en Brynjolfsson zijn minder pessimistisch en zien nog steeds de voorsprong van mensen op machines: „Computers zijn heel goed in het herkennen van patronen binnen hun frames, maar niet daarbuiten.” Maar ook zij twijfelen of die voorsprong duurzaam zal blijken: „Onze lezing van de technologische vooruitgang is wel dat ons nog veel grotere omwentelingen te wachten staan, onder meer door kunstmatige intelligentie en door snel uitdijende netwerken.”

‘Winner-takes-all’ markten

De inkrimping van het sociale domein die dat met zich meebrengt wordt versterkt door een ander gevolg van de digitalisering, namelijk monopolievorming, doordat er steeds meer ‘winner-takes-all’-markten ontstaan. Een economie die verder gedigitaliseerd raakt is ook een economie waarin de lokale markt kleiner zal worden. Het is een economie waarin marginale verschillen tot enorme machts- en welvaartsconcentraties leiden: de iets betere telefoon zal zich wereldwijd doorzetten.

Die trend naar monopolievorming werd me nog eens duidelijk uit een interview met miljardair Peter Thiel, oprichter van PayPal en grootaandeelhouder van Facebook. De meest opvallende stelling in het interview: het kapitalisme gedijt helemaal niet door concurrentie. De ondernemers die het kapitalisme groot hebben gemaakt – zoals John Rockefeller, Andrew Carnegie en Andrew Mellon – waren allemaal monopolisten.

Dat geldt volgens Thiel ook in onze tijd: Google, Facebook, Microsoft, Amazon, Apple en Alibaba zijn ondernemingen die een markt overheersen en onvoorstelbare vermogens vergaren. Zijn heldengalerij bestaat uit de laatnegentiende-eeuwse industriëlen die een tamelijk ongereguleerd kapitalisme belichamen. Thiel heeft grote ambities: „We herschrijven het plan van de wereld.”

De opkomst van de informatiesamenleving werd twintig jaar geleden alom begroet als een triomf van de burger op de macht. Kijk nog eens naar alle opgewonden commentaren op de ‘Facebookrevolutie’ in Egypte. Of er werd een beslissende verschuiving gezien in de richting van meer transparantie – de vaak gehoorde en wat naïeve gedachte dat het delen van informatie de wereld als vanzelf opener maakt.

De stemming is omgeslagen. De desillusie over de sociale media kan niemand meer ontgaan. Luister naar het verwoestende oordeel van een voormalige topman van Facebook, Chamath Palihapitiya: „Ik voel me enorm schuldig dat ik heb meegeholpen dit bedrijf te maken. We hebben iets gecreëerd wat de sociale structuur van de samenleving kapotmaakt. Ik maak geen gebruik van die shit. Als je het beest voedt, zal het je vernietigen.”

Lees ook: De opstandige mens is helemaal niet gebaat bij Facebook

Mijn conclusie: de opmars van de digitale wereld opent een nieuwe horizon en perkt tegelijkertijd op een onvoorziene manier vrijheden in. Die nieuwe dwingelandij zou weleens zwaarder kunnen gaan wegen dan de onmiskenbare vooruitgang die de informatisering met zich meebrengt. Zonder een tegenbeweging zullen we meemaken hoe de grenzeloze informatisering gaat leiden tot een verdere krimp van het private en het sociale domein, de twee pijlers van onze democratische rechtsstaat.

Daarom is de digitalisering zo’n belangrijke toetssteen als het gaat om de betekenis van grenzen in een tijd van globalisering. De noodzaak van nieuwe regulering is al te duidelijk. De economische en culturele vervlechting moet niet worden gezien als een natuurlijke ontwikkeling, maar is de uitkomst van menselijk handelen. De wereldmarkt vraagt om stabiele verhoudingen die moeten worden georganiseerd.

Globalisering

We kunnen de conflicten rond de globalisering in onze tijd beter begrijpen als we teruggaan naar de situatie aan het einde van de negentiende eeuw. Je zou die tijd tussen 1870 en 1914 kunnen omschrijven als ‘de eerste globalisering’. Harvard-econoom Dani Rodrik stelt vast dat in deze periode de verwevenheid tussen landen sterk was. In zekere zin is de globalisering nu weer op het niveau van rond de vorige eeuwwisseling: „Op veel gebieden heeft de wereldeconomie pas recentelijk het niveau van globalisering in handel en financiën bereikt dat in 1913 bestond.”

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog heerste een optimisme over de groeiende economische en communicatieve eenwording. De wereld in de tweede helft van de negentiende eeuw werd gekenmerkt door een steeds verder uitdijende communicatie en een groeiende mobiliteit. De telegrafie en de spoorwegen waren daar de symbolen van. Steeds meer mensen konden tegelijkertijd op de hoogte zijn van gebeurtenissen tot ver over de grenzen heen. Het gebruik van geweld zou achterhaald zijn wanneer mensen elkaar beter leerden kennen en door handel afhankelijk van elkaar zouden zijn geworden.

We weten hoe het is gelopen: na de euforie kwam de brute ontnuchtering van de Eerste Wereldoorlog. De hoop op vooruitgang was wreed verstoord en de internationale handel stortte in. Het heeft tot ergens in de jaren zeventig van de voorbije eeuw geduurd voordat het niveau van economische vervlechting van vóór 1914 weer was bereikt. Tijdens het interbellum kon er juist een scherpe daling van het economisch verkeer over de grens worden waargenomen. De geschiedenis leert dus dat de internationalisering wordt gekenmerkt door pieken en dalen.

De slotsom is dat wanneer de globalisering niet kan worden getemd de democratie het gaat afleggen tegen de roep om veiligheid. Anders gezegd: de vrijheid vraagt om een vorm. Regulering van vooral de financiële sector, de interneteconomie, internationale migratie en multinationale ondernemingen zal bepalen of een nieuw sociaal contract mogelijk is.

Er staat veel op het spel: we hebben eerder gezien hoe het gevoel van onmacht een uitweg heeft gevonden in autoritaire antwoorden. Vlak na de Val van de Muur in Berlijn overheerste het idee dat de liberale democratie aan een zegetocht was begonnen. Inmiddels weten we dat in een grenzeloze wereld de vrijheid kan verongelukken. Dat hielden vijfentwintig jaar geleden maar weinig mensen voor mogelijk.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Paul Scheffer