Foto Annabel Oosteweeghel

‘Ik voelde me voor de tweede keer weggedaan’

Eke Mannink (50) werd als baby afgestaan. Toen ze als volwassene haar moeder vond, verbrak die na enige tijd opnieuw het contact met haar. Ze schreef een roman over de zoektocht naar identiteit. „Ik was een soort bodemloze put, ik zocht steeds bevestiging.”

‘In mijn herinnering is er nooit een officieel moment geweest waarop mijn adoptieouders me vertelden dat ze mij en mijn broertje hebben geadopteerd. Maar ik heb het altijd geweten”, zegt Eke Mannink (50). „Mijn naam voelde nooit alsof het mijn naam was. Het paste gewoon niet.”

Mannink, schrijver, columnist en radiomaker, liet daarom zo’n zes jaar geleden de voornaam die haar adoptieouders haar gaven veranderen in haar originele voornaam, Eke. Achteraf gezien was de timing „niet zo handig”, lacht ze – ze was kort daarvoor voor twee jaar benoemd als stadsdichter. „Halverwege heette de Zutphense dichter dus anders.”

Mannink is als baby geadopteerd. Haar adoptieouders konden geen kinderen krijgen. Ze adopteerden daarna ook een jongetje, dat een jaar jonger is dan zij. Ze groeiden op in een dorp aan de rand van de Veluwe. „Mijn adoptieouders hielden erg van ‘gewoon doen’”, zegt ze in haar werkkamer in haar woning in Zutphen. „Ik vermoed dat ze dachten dat als ze Nederlandse kinderen adopteerden, het minder zou opvallen dat wij niet hun ‘echte’ kinderen waren. Ze zeiden ook vaak dat wij zo op hen leken.”

Praten over adoptie was taboe in het gezin. „Mijn ouders vonden dat het begrip ‘afkomst’ niet zo belangrijk is. Het was natuurlijk ook angst ons kwijt te raken. Alsof we op zoek zouden gaan naar een nieuw huis. Als kind ging ik mee in dat stilzwijgen. Nu denk ik dat openheid beter was geweest.”

Op een paar goede vrienden na wisten mensen in haar omgeving lange tijd niet dat Mannink geadopteerd is. „Er kwamen wel vragen. Het viel toch op denk ik. Ik weet nog dat een vriendje op bezoek kwam in mijn ouderlijk huis. Na afloop zei hij dat hij nog nooit had meegemaakt dat iemand zó weinig op zijn ouders leek.”

Gevoelens van ontworteling

Mannink schreef Zo stroom ik van je over, een roman over het zoeken naar je identiteit en hoe ingewikkeld het soms is geadopteerd te zijn. Die zoektocht is niet alleen iets voor geadopteerden, benadrukt ze. „Het onderzoeken van de fundamenten van je bestaan is een algemener, universeel verhaal. Ik krijg ook reacties van niet-geadopteerden die zich erin herkennen.”

Het schrijven van het boek, zoveel jaar na alle gebeurtenissen, „drong zich op” aan haar. „Voor mij kwamen er twee dingen samen: het verhaal van mijn adoptie én mijn wens om schrijver te worden. Tot nu toe was ik vooral columnist en dichter, maar ik vind het ook mooi om de kern van verhalen en gevoelens te vangen in proza, te spelen met gezichtspunten en stijlen.”

Je ziet eruit als de rest, maar je voelt je niet als iedereen

Eke Mannink

In het opgroeien als Nederlandse geadopteerde zit „een dubbele laag”, zegt ze. „Je ziet eruit als de rest, maar je voelt je niet als iedereen. In mijn boek heb ik geprobeerd dat gevoel van ontworteling te verwoorden.”

Rond haar 25ste besloot Mannink contact op te nemen met haar moeder. Uit loyaliteit aan haar adoptieouders had ze dat uitgesteld. „Als kind droomde en dagdroomde ik vaak dat ik mijn ouders ging zoeken. Mijn adoptieouders wisten wel van mijn wens denk ik. Maar ik was bang ze te kwetsen.”

Ze had op zich geen slechte relatie met hen. „Er waren weinig conflicten, ik was een gezeglijk kind. Ongelooflijk loyaal, zoals zoveel kinderen. En een pleaser. Ik denk dat een adoptiekind onbewust altijd bang is weer ‘weggedaan’ te worden als je lastig bent.”

‘Meest intense ontmoeting’

Het Fiom, het steunpunt rond ongewenste zwangerschappen en afstammingsvragen, stuurde haar moeder een brief met een contactverzoek. Op de eerste brief kwam geen reactie. Na een tweede brief stemde haar moeder ermee in haar dochter te zien. Het was de „meest intense” ontmoeting van haar leven. „Het is iets magisch om te zien dat je op iemand lijkt, en te voelen dat je bij degene hoort. Voor mij is het ook een van de hoogtepunten in het boek. Hoe omschrijf je zo’n groots treffen? Dat eindeloos wikken en wegen van woorden vond ik geweldig om te doen.”

Lees ook: Met adoptiekinderen op vakantie naar hun roots

Haar moeder, die inmiddels een gezin met twee dochters en een zoon had, vertelde Eke Mannink dat zij ongepland zwanger was geworden. „Ze was net twintig en haar ouders drongen erop aan dat ze het kind zou afstaan.” Over Manninks vader wil haar moeder niets vertellen, geen naam, geen woonplaats, niks.

Er volgden meer ontmoetingen, die in redelijke harmonie verliepen. Maar na 2,5 jaar verbrak haar moeder het contact, ze wilde ‘het verleden niet overhoop halen’. „Zo zei ze het aan de telefoon. ‘Je past niet meer in mijn leven’. Dat was voor mij heel hard. Ik voelde me voor de tweede keer weggedaan.”

Een paar jaar daarna nam Mannink haar oude voornaam aan. „Ik heb jaren gewacht voor ik dat deed. Mijn moeder had haar tweede kind, mijn halfzus, ook weer Eke genoemd. Als ik mijn moeder nog zou zien, had ik dat niet gedaan, uit respect voor haar. Maar na jaren radiostilte vond ik dat het kon. Het doet recht aan waar ik vandaan kom en wie ik ben. Voor mijn halfbroer, die ik wel geregeld spreek, moet het alleen gek zijn dat hij twee zussen heeft die hetzelfde heten.”

Aanvankelijk klikte het wel

Ze ging ook op zoek naar haar vader, die ze na veel journalistiek speurwerk wist te traceren. Hij is een Brit, als professioneel judoka had hij haar moeder ontmoet tijdens zijn wedstrijdperiode in Europa. Toen de relatie na twee jaar uitging, bleek haar moeder zwanger, maar dat verzweeg ze voor hem.

Ze zocht hem onverwachts op in Wales, hij was dolblij te ontdekken dat hij een dochter had, zegt ze. „Mijn moeder was duidelijk een grote liefde van hem. Hij had nog allerlei briefjes en lokken haar in een doosje bewaard.”

Mijn vader stopte niet met beschuldigingen, elke keer kwam hij erop terug

Eke Mannink

Tussen haar en haar vader klikte het aanvankelijk heel goed, zegt ze. „Mijn toenmalige vriend, die mee was, sloeg achterover van verbazing over hoeveel overeenkomsten onze stem, houding en gebaren vertoonden. Volgens hem werd mijn vader bijna instant verliefd op mij.”

Maar hij bleek allengs een moeilijke persoonlijkheid en maakte haar bij elk volgend bezoek steeds bitterder verwijten: waarom was ze hem niet eerder komen opzoeken? Waarom kwam ze zo laat? „Hij stopte niet met beschuldigingen, elke keer kwam hij erop terug.” Ze houdt hem daarom sinds kort zelf een beetje op afstand. „Nu mailen we slechts af en toe.”

Te lang genegeerd

In haar roman stelt de partner van de hoofdpersoon haar ‘de vraag’ die bijna altijd wordt gesteld aan geadopteerden die hun ouders gaan zoeken: stel dat je alles van tevoren had geweten, was je er dan wel aan begonnen? Mannink stoort het niet. „Het heeft mij rust gebracht. Ik jakkerde maar voort. Niets beklijfde, vooral relaties niet. Ik was een soort bodemloze put, ik zocht steeds bevestiging en ik wees partners af voordat ze mij konden afwijzen.”

Anouk Eigenraam ging in 2014 naar Zuid-Korea, op zoek naar haar familie. Die vond ze, maar ze leerde ook over wat er allemaal op grote schaal mis gaat bij internationale adoptie

Heeft haar adoptiemoeder – haar adoptievader overleed vorig jaar – haar boek gelezen?

„Ze was een van de eersten die het las. Dat vond ik moeilijk en erg fijn. Ze zei er niets over en dat hoeft ook niet. Het is een open boek; ik heb niemand gespaard, mezelf ook niet. Maar het blijft een roman; karakters zijn samengevoegd, gebeurtenissen veranderd en het tijdsverloop is verdicht.”

Dat haar adoptie onderdeel van haar identiteit is, heeft ze te lang genegeerd, denkt ze. Terwijl het steeds terugkomt. „Ik vond het bijvoorbeeld heel confronterend te zien hoe mijn dochter zich als baby al zo snel aan me hechtte.”

Haar naamswijziging en het schrijven van het boek droegen bij aan berusting over haar verleden, zegt Mannink. Ze hoopt dat het boek iets betekent voor anderen. „Ik zie nu in hoe belangrijk het is iets te weten van je afkomst. Omdat er hoe dan ook een leegte is als je niets weet.”

    • Anouk Eigenraam