Recensie

Hoe ziekte en politiek soepel ineengrijpen

Lieke Marsman

Twaalf gedichten en een essay gaan over kanker, waar Marsman aan behandeld werd. Maar ook over veel meer, over eenzaamheid, de bijstand, economisch effectbejag in de cultuur en over vrijheid van meningsuiting.

Foto: Frank Ruiter

Lieke Marsman (1990) had zich al in het standaardverhaal van de overspannen twintiger geplaatst, toen bleek dat haar schouderpijn een heel andere oorzaak had: een tumor, groot en kwaadaardig. In het boek De volgende scan duurt vijf minuten dat bestaat uit twaalf gedichten en een essay, toont ze de nasleep van de diagnose en daaropvolgende operatie. Zo’n ziekte zet alles op losse schroeven en maakt je eenzaam. Om niet opgeslokt te worden richt Marsman haar kritische blik óók naar buiten, naar de maatschappij.

In het essay verweeft ze haar reflecties op eenzaamheid en kanker met kritische passages over het beleid in de gezondheidszorg en de hedendaagse politiek. Zo hekelt ze VVD-fractieleider Klaas Dijkhoffs uitspraak over de verlaging van de bijstand als populistische opruiing en een teken van een gebrek aan empathie. Ze stelt de situatie op scherp als ze zich druk maakt om ‘het feit dat je onder het mom van “Normaal. Doen.” blijkbaar de meest asociale voorstellen kunt doen’.

Lees ook het lunchinterview uit NRC met Lieke Marsman: Allerverdrietigst, doodgaan zonder eigen keuken

In een van de gedichten schrijft Marsman: ‘kanker is zo alledaags’. In regels als deze klinken onmacht, woede en sarcasme door. Over de grenzen van vrijheid van meningsuiting stelt ze vast: ‘Bovendien, juist wat niet gezegd wordt bepaalt / wie er promotie krijgt, wie deportatie / Geweld zit in de inertie van politici / Hun vertraagtaal is gewelddadig’. Elders, wrang maar ook enigszins veilig, merkt ze op: ‘De natiestaat is uitgekleed / Door zijn tegenstanders / Daarna uitgehoereerd // Door zijn voorstanders’. Deze politieke uitspraken resoneren sterk met wat ze in het essay over Dijkhoff zegt.

Maar in haar essay is Marsman op haar scherpst. De fragmenten over kanker en politiek grijpen soepel ineen en tonen hoe de hedendaagse cultuur, gedomineerd door economisch effectbejag, inwerkt op het persoonlijke. Zoals wanneer ze spreekt over de glossy’s waarin meditatie aangeraden wordt tegen stress in plaats van dat de oorzaken daarvan, zoals een geflexibiliseerde arbeidsmarkt, aangepakt worden: ‘Daar zou ik best eens wat vaker een lifestylekatern over willen lezen.’

Kankerboeken

Zo’n regel had niet misstaan in een van haar gedichten, aangezien de essayerende stijl een typische Marsman-karakteristiek is, al was dat tot nog toe meer filosoferend en minder bijtend. Tegelijkertijd laat ze in haar essay het melodramatische van de poëzie toe, zoals in de passage over het egocentrische van kanker, omdat ze het in elk gesprek zo snel mogelijk ter sprake wil brengen.

Qua toon lopen de genres in elkaar over, maar de vorm blijft erbij achter. Poëzie en essay botsen op elkaar, maar blijven pontificaal naast elkaar staan, iets wat me in Marsmans roman Het tegenovergestelde van een mens ook al opviel. Ze werken niet genoeg in elkaar door om een complexe emulsie te vormen, iets wat Willem Melchior in zijn kankerboeken wel voor elkaar krijgt.

Aan het eind van haar essay schrijft Marsman dat ze na het kortstondige behandeltraject het schrijven van dit boek nodig had om ‘mijn ziekteproces ietwat uit te rekken.’ Die gewaarwording had ik wel in één stuk willen lezen met wat ze in een gedicht zegt, vol verlangen, angst en hoop: ‘Er is niets wat ik nog wil zien / Behalve steeds opnieuw, opnieuw / Een nieuwe dag’.

    • Obe Alkema