Recensie

Een lekker bordje overzichtelijk Frans eten in De Pijp

Foto Daniel Niessen

Café Caron van Alain Caron en zonen heeft er een nieuw zusje bij: Petit Caron, ook in De Pijp. Ze groeit al aardig, maar kan nog veel leren van haar grote broer. Petit Caron ziet eruit zoals wij vinden dat een Franse wijnbar annex bistro eruit moet zien: eenvoudig en smaakvol met veel hout, een mooie vloer en vooral niet hip en ja, die Franse bistrostoeltjes op het terras zitten beroerd. Gelukkig zit het binnen beter en is het daar ook een stuk rustiger, buiten is het een va et vient van scooters en staat het plein vol met welvarende jongeren. De tijd dat op dit plein de leegstaande panden wegens drugshandel werden dichtgetimmerd en de gabbers van André Hazes het harde leven bezongen, ligt voorgoed achter ons. „De Pijp is opgepoetst door het grootkapitaal”, verzuchten we, „maar lawaaiig is het wel”.

Petit Caron heeft in tegenstelling tot café Caron een bescheiden menukaart, maar wel een uitgebreide wijnkaart. Er is keuze uit zes voorgerechten en vier hoofdgerechten, ook vegetarische, en er is een handvol dijenkletsers als appetizer of borrelhap, zoals oesters, rillettes en sardines in blik.

Wij kiezen voor drie gangen: zalmtartaar (10,50) en garnalencocktail (14,-), corvina (18,-) en kalf (16,-) met als bijgerecht groene asperges (6,-), en moelleux au chocolat (8,-) en kaas (14,50) als dessert. Wat meteen opvalt is dat ze hier niet aan amuses – daar kunnen we in komen – maar ook niet aan wat brood met boter of olie vooraf doen. Dat moet je extra bestellen (4,-), het zal je in Frankrijk toch niet snel overkomen.

Bij het voorgerecht hebben we zin in chardonnay, een Macon-Villages (7,-) die best hoog in de zuren blijkt, en eentje uit wijnstad Limoux, een speciale Cuvée Caron, die de familie op de jaarlijkse veiling tijdens het wijnfeest Toques et Clocher op de kop tikte. Dit is zo’n vette chardonnay met hout, lekker als je ervan houdt en dat doen we, maar duur is ie wel (12,50 per glas). De tartaar van zalm, helaas geen wilde maar daar is tijdens dit seizoen ook moeilijk aan te komen, is fijn en aangemaakt met crème fraîche, stukjes sinaasappel, blaadjes basilicum en zwarte inkt... best lekker, maar het had wel wat pittiger gemogen. Dat geldt niet voor de garnalencocktail: Hollandse garnalen met fijngesneden groene appel en komkommer, klassiek in een coupe met een gegrilde gamba op de rand, aangemaakt met bagnarotte ( een whiskey-cocktailsaus) en met venkelschuim met piment d’espelette… zalig!

Bij de hoofdgerechten laten we een koele fles Beaujolais (Régnié sur Granite, 39,-) komen, die indrukwekkend en veel voller is dan je van gamaydruiven zou verwachten, lekker! De wijn past prima bij het vlees en de vis, de corvina die met een rode wijnsaus en gekonfijte sjalot komt en behoorlijk stevig van smaak is, maar helaas ook iets te ver door. Dat geldt ook voor het kalfsvlees, in een gruwelijk lekkere jus de veau, maar een tikkie taai, omdat ie te lang op het vuur heeft gestaan. Nu hebben wij bij toeval een week eerder hier ook dit kalfsvleesgerecht gegeten en toen was het vlees botermals en mooi rosé, maar blijkbaar heeft de keuken tijdens onze proefavond zitten dutten.

Ook in de desserts wordt de perfectie nog niet bereikt: de moelleux loopt goed uit op het bord – wie houdt er niet van gesmolten, volle chocola – maar de coulis doet meer aan jam dan aan verse vruchten denken. Het bordje kaas is prima, maar de Fourme d’Ambert heeft te weinig smaak, zo’n stukje blauw kan wel wat uitgesprokener.

Ondanks deze kritiekpunten hebben we een heerlijke avond. De sfeer is prettig, de bediening is aardig en weet waarover het gaat, je wordt niet schor vanwege de slechte akoestiek en we houden gewoon van een lekker bordje overzichtelijk Frans eten. Misschien moet papa Caron, streng maar rechtvaardig, nog maar eens alle gerechten van zijn kleine spruit komen proeven.

Journalist en recensent Petra Possel test wekeijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel