Demografische paniek is in Oost-Europa ‘zwaar onderschatte politieke factor’

Krimp in Oost-Europa In de komende decennia krimpt de bevolking in Oost-Europa sneller dan waar ook ter wereld. Immigratie wordt gezien als bedreiging, net als homoseksualiteit.

Anti-abortus- en pro-gezinsdemonstratie in de Poolse hoofdstad Warschau in 2013. Foto JANEK SKARZYNSKI/AFP

Eerst is er het bonkende geluid van een ongeboren babyhart, dan komen de dramatisch aanzwellende strijkers. Een vrouw in een huzarenjasje verschijnt in beeld. Ze wandelt op een verlaten plattelandsweg, aangekoekt met modder. Is de kijker ook angstig, vraagt ze, vanwege het demografische drama dat zich afspeelt in Hongarije? Over het alarmerend lage geboortecijfer, de massale emigratie van jongeren en het vooruitzicht „dat Afrikaanse kannibalen Europa overspoelen”?

Meer dan 550.000 mensen zagen deze YouTube-video van Edda Budaházy, voorzitter van de extreemrechtse ‘Breng nog een Hongaar ter wereld’-beweging. De naam van de organisatie bevat ook haar gewenste oplossing om de „genocide” op „autochtone Europese blanken” af te wenden. „Neem kinderen die het Karpatische bekken bevolken en laat niet toe dat vreemdelingen het innemen!” smeekt Budaházy in het filmpje.

De karikaturale oproep kreeg bakken kritiek van progressieve Hongaren, maar het is er wel een die opborrelt uit een brede onderstroom in het oosten van het Europese continent. „Schrik over ‘etnische verdwijning’ kan gevoeld worden in veel van de kleine naties in Midden- en Oost-Europa”, schrijft politicoloog Ivan Krastev in 2017 in zijn boek After Europe. Niet in het minst in Krastevs eigen Bulgarije, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,54 bedraagt en de afgelopen kwart eeuw tien procent van de inwoners wegtrok, doorgaans op zoek naar hogere lonen en betere leefomstandigheden in West-Europa.

Volgens VN-prognoses dreigt het land van 7,1 miljoen inwoners vóór 2050 nog eens 27 procent van zijn bevolking te verliezen. Ook Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije zouden hun bevolking zien dalen, gezamenlijk van 64 naar 55,6 miljoen. In de volgende decennia krimpt de bevolking in Oost-Europa sneller dan waar ook ter wereld. „Ontvolking is probleem nummer één”, verklaarde de Moldavische president Igor Dodon. Moldavië had in 1989 4,3 miljoen inwoners, vandaag slechts drie miljoen.

Uitstervende dorpen

Demografische paniek, zo schrijft Krastev, is een cruciale en tegelijk zwaar onderschatte politieke factor. Lage geboortecijfers en de emigratie van enkele miljoenen jongeren zorgen niet alleen voor forse arbeidstekorten, krakende pensioensystemen en melancholie onder achterblijvers in uitstervende dorpen. Het stimuleert volgens Krastev ook de afkeer van vluchtelingen, wier komst de Oost-Europese „exit uit de geschiedenis signaleert”. En het is oorzaak van een backlash „tegen sociale veranderingen zoals het homohuwelijk”. „Het omarmen van de homocultuur”, zo schrijft Krastev, voelt voor een Oost-Europese natie „als het omarmen van haar eigen verdwijning”.

Viktor Orbán, de rechts-autoritaire premier van Hongarije, maakte demografie tot topprioriteit. Zijn land staat voor de vraag, verklaarde hij, „of er een Hongaarse toekomst zal zijn, of de Hongaarse natie biologisch en in aantallen zal overleven”.

Orbán belooft het probleem voor 2030 te regelen met een ‘actieplan’. Immigratie zal daarin geen prominente rol spelen. In grootschalige propagandacampagnes schilderde Orbán migranten af als existentiële dreiging, niet als oplossing. Orbán: „We willen niet dat onze eigen kleur, tradities en nationale cultuur gemengd worden met die van anderen.”

Hij investeerde fors in gezinsbeleid. Stellen die beloven drie of meer kinderen te nemen kunnen tienduizenden euro’s aan overheidstoelages krijgen en voordelige leningen. Het vruchtbaarheidscijfer steeg sinds 2010 van 1,25 naar 1,53. Bemoedigend, zeggen bevolkingsdeskundigen, maar nog steeds veel te laag. Of het beleid de stijging mede veroorzaakt, blijft bovendien onduidelijk.

Een moeder en een vader

Orbáns bemoeienis met het gezinsleven gaat verder. Hij werpt zich ook op als verdediger van het „traditionele gezinsmodel” waarin „elk kind het recht heeft op een moeder en een vader”. Een punt waarop westerse liberale democratieën falen volgens Orbán. „Liberale democratie versterkt gezinnen niet: het houdt vol dat er veel varianten van het gezin bestaan, dat er veel uiteenlopende levensstijlen zijn en dat we daar geen onderscheid tussen mogen maken. Een van de gevolgen is dat we nu een periode van demografisch verval doormaken.”

Orbán definieerde het huwelijk in een nieuwe grondwet in 2012 al als een verbond tussen man en vrouw. In 2017 co-organiseerde zijn regering de jaarlijkse bijeenkomst van de World Congress of Families, een „pro-gezins”-beweging die door de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie Southern Poverty Law Center omschreven wordt als antihomo-„haatgroep”. Dit jaar wil de regering de richting gender-studies afschaffen aan universiteiten.

„De regering creëert een sfeer waarin seksuele minderheden gemarginaliseerd worden”, zegt Lydia Gall van ngo Human Rights Watch. „Een ontwikkeling die aansluit bij wat er gebeurt in de hele regio.” Na een periode waarin Europese integratie bijdroeg aan anti-discriminatiewetgeving en een tolerantere sfeer voor seksuele minderheden, vrezen homorechten-activisten nu stagnatie.

In Bulgarije werd de ratificatie van de Istanbul-conventie voor vrouwenrechten getorpedeerd door verzet van een extreem-rechtse regeringspartij, die in het gebruik van de term ‘gender’ een vorm van homopropaganda zag. Ook Kroatië en Slowakije verankerden het huwelijk in de grondwet als een zaak van man en vrouw.

Huwelijksreferendum

In Roemenië vindt begin oktober een referendum plaats met datzelfde doel. De volksraadpleging werd afgedwongen door de Coalitie voor het Gezin, een verzameling christelijke en rechtse activisten die ook pleit tegen abortus en voor „demografisch herstel”. De Coalitie haalde met behulp van de Roemeense orthodoxe kerk meer dan drie miljoen handtekeningen op. „We zien de demografische krimp van de natie”, zegt Peter Costea, voorzitter van een van de verenigingen in de Coalitie. „Om te verzekeren dat we overleven, moeten we het gezin en het huwelijk versterken.”

Tegenstanders van het referendum zien een poging om haat aan te wakkeren en de verdedigers van minderhedenrechten in het defensief te dringen. Voorstanders zeggen de meerderheid te vertegenwoordigen. Volgens EU-peilingen vindt slechts 21 percent van de Roemenen dat het homohuwelijk overal in Europa moet kunnen.

„Je kan stellen dat er een kloof bestaat tussen Midden- en Oost-Europa en de westerse democratieën over die vraag, meer dan over elke andere vraag”, verklaarde Sophia Kuby van de Alliance Defending Freedom, een Amerikaanse conservatieve lobbygroep die erg actief is in Oost-Europa, tijdens een briefing over het huwelijksreferendum in het Roemeense parlement. Voor de internationale vaandeldragers van het „natuurlijke gezin” is het krimpende Oost-Europa een hoopvol werkterrein.

    • Roeland Termote