De uitgestoken hand van Rutte – was die er wel?

Tweede Kamer

Het kabinet-Rutte III zoekt steun bij de oppositie. Maar die vindt de premier een drammer.

Vlnr.: Jesse Klaver (Groenlinks), minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA), premier Mark Rutte en minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (D66), vrijdag in de Tweede Kamer. Foto David van Dam

Het was de week van Prinsjesdag, het kabinet-Rutte III deed opgewekt. Waarom ook niet? De volgende verkiezingen – voor de Provinciale Staten, die de Eerste Kamer kiezen – zijn pas in het voorjaar.

En toch is op het Binnenhof bijna iedereen er al druk mee. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer zijn er zeker van: het kabinet-Rutte III gaat hen volgend jaar dringend nodig hebben. Alle peilingen wijzen erop dat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hun meerderheid in de Eerste Kamer verliezen.

Ook premier Mark Rutte beseft wat er op het spel staat. En dus moest hij op vrijdag, de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen, niet alleen de eigen plannen voor 2019 verdedigen. Hij moest ook de oppositie met ‘uitgestoken hand’ benaderen, zoals dat in Den Haag heet.

Maar wie zag die hand? De oppositie in elk geval niet. Volgens PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher was de hand van Rutte „in de zakken van de gewone Nederlanders verdwenen en nu te vinden onder het dienblad met champagne op de Zuidas” – omdat hij vasthoudt aan het afschaffen van de dividendbelasting. Of anders wel achter „het Ruttiaanse rookgordijn”, want wie begreep de argumenten vóór afschaffing nog?

Lees het liveblog terug: Dag twee van de Algemene Politieke Beschouwingen, met factcheckts

In het kabinet zien ze dat anders. Zodra het niet meer ging over de dividendmaatregel toonde Rutte zich bereidwilliger. SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen had hem gevraagd of de sociale werkplaatsen niet weer gewoon open konden gaan voor nieuwe gehandicapten. Een toezegging deed Rutte niet, hij beloofde wel haar argumenten te laten „meewegen bij de nadere besluitvorming”.

Drie letters: nee

Het kabinet zou ook „nog eens kijken” naar het plan om mensen die ziek worden of een ongeluk krijgen vaker een bijstandsuitkering te geven in plaats van een – hogere – arbeidsongeschiktheidsuitkering.

En Rutte beloofde aan de PVV en de SGP dat er een onderzoek komt naar de verplichte zondagsopenstelling voor nieuwe winkels en de mogelijkheid om op zondag wél dicht te zijn. In het debat was D66-leider Alexander Pechtold Van der Staaij en Wilders zelfs komen helpen.

Op de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen waren fractievoorzitters van de regeringspartijen veel harder geweest voor de oppositie. Pechtold zei zelfs een keer tegen Lodewijk Asscher (PvdA): „Die vraag heb ik net met drie letters beantwoord: nee.”

Dat kwam als een verrassing, eerder was Pechtold juist nog vriendelijk geweest voor de PvdA. In Rutte II, zei hij, had „de PvdA het lef om maatregelen te nemen waardoor we nu uit die crisis kruipen”. Gert-Jan Segers (ChristenUnie) zei bijna hetzelfde en bedankte de sociaal-democraten – vooral zijn partij hoopt op nauwere samenwerking met de PvdA.

Rutte zelf probeerde vrijdag zo aardig mogelijk te reageren op een sneer van Lodewijk Asscher over een bezuiniging in het onderwijs: „Ik zeg u dit in alle vriendschap en vrolijk. U moet niet denken dat ik hier boos om ben. Dat is helemaal niet zo.”

Het lijkt overduidelijk: het kabinet-Rutte III, op zoek naar steun, paait alvast de PvdA. Asscher zei op vrijdag dat hij daar zelf helemaal niets van merkte. Hij was „verzoeningsgezind en optimistisch” aan de debatten begonnen, maar vond Ruttes toezegginkjes „wel erg mager”. Steeds maar weer noemde hij de uitgestoken hand die hij niet zag. Hij zag, zei hij, alleen „een middelvinger”.

Met wie moet het kabinet volgend jaar dan gaan samenwerken, als het echt de meerderheid in de Eerste Kamer verliest?

Aan de SP denkt niemand in Rutte III. Net zo min als aan de PVV, FvD, Partij voor de Dieren, Denk. Misschien nog wel aan 50Plus, al zijn daar ook aarzelingen over – hoe stabiel is die partij?

PvdA en GroenLinks leken er afgelopen week weinig van te moeten hebben, zolang Rutte de afschaffing van de dividendbelasting doorzet. In de wandelgangen had Asscher het vrijdag over een „zelfgenoegzaam” kabinet, „dat alleen maar nee zegt”. Jesse Klaver (GroenLinks) zei: „Nu kunnen ze ons negeren, maar straks hebben ze ons hard nodig.” In het debat had hij de premier vergeleken met een „drammerige kleuter”.

Oud zeer bij Sybrand Buma

Of het kabinet zelf wel met GroenLinks wil samenwerken, is nog lang niet zeker. Vooral CDA-leider Sybrand Buma lijkt daar grote moeite mee te hebben.

Bij Buma zit oud zeer, hij verwijt Klaver nog steeds dat hij wegliep bij de kabinetsformatie, vorig voorjaar. Hij voelt zich door Klaver „bedonderd”.

De SGP, is het idee in de coalitie, doet altijd wel mee. Maar Kees van der Staaij zal ook met eisen komen – zijn partij is fel tegen de voorgenomen wietexperimenten en vindt dat de eenverdieners veel meer aandacht moeten krijgen. Daar komt bij: met alleen de SGP, die nu twee zetels heeft in de Eerste Kamer, zal Rutte III het zo goed als zeker niet redden.

Aan het eind van de Algemene Politieke Beschouwingen bleek ook nog eens dat de SGP een kritische motie steunde over de dividendbelasting. Daardoor heeft het kabinet bij dit plan nu de hele oppositie tegenover zich. Als je bedenkt dat in het kabinet de ChristenUnie en D66 de afschaffing ook een slecht idee vinden, kan niemand er meer omheen: er zijn maar twee partijen die dit willen, VVD en CDA.

Als die vasthouden aan de afspraak uit het regeerakkoord, wordt het wetsvoorstel over de dividendbelasting gewoon behandeld in de Tweede Kamer en ook in de Eerste Kamer. Dat betekent: nog voor de verkiezingen in maart. En dus nog voordat Rutte III daar zijn meerderheid kan verliezen. Het kan voor Rutte voelen als een succes. Hij neemt wel een risico: verspeelt hij dan niet de steun van de oppositie?

    • Petra de Koning
    • Barbara Rijlaarsdam
    • Emilie van Outeren