Marathonloper Eliud Kipchoge staat na zijn sensationele wereldrecord op de marathon volledig op herstelmodus.

Foto Andreas Terlaak

Eliud Kipchoge is 'heel erg leeg' na recordmarathon, hij vindt rust in boeken

Eliud Kipchoge Al na dertig kilometer wist Eliud Kipchoge afgelopen zondag dat hij het wereldrecord op de marathon ging verbreken. Een gesprek over boeken en wilskracht. ‘Ik ga soms op zoek naar Franse frietjes.’

Van de krijger die drie dagen eerder op de hielen gezeten door zijn eigen schaduw maar lichtvoetig als een hinde ruim 42 kilometer lang door de straten van Berlijn rende, is op deze woensdagochtend nog maar weinig over. Eliud Kipchoge is direct na het passeren van de schuifdeuren van bibliotheek De Mariënburg in Nijmegen linksaf geslagen en ineengezegen in de eerste de beste luie stoel, terwijl zijn manager op zoek ging naar fotograaf en journalist.

Lees ook: Wie komt nog in de buurt van fabuleus wereldrecord Kipchoge?

De beste langeafstandsloper aller tijden kijkt met een glazige blik uit over Plein 1944, waar de winkels net zijn opengegaan. Het lijkt er niet op dat hij er iets van registreert. Jaren van opgebouwde spanning zijn in een iets meer dan twee uur durende expositie van atletisch duurvermogen tot een apotheose gekomen, en nu is de ontlading minstens zo intens. Kipchoge staat na zijn sensationele wereldrecord op de marathon – 2.01,39, een sinds 1967 niet meer geziene verbetering van 78 seconden – volledig op herstelmodus. Anders gezegd: de man is doodmoe.

Je mag de hoop nooit opgeven, en daarbij helpt de Afrikaanse denkwijze: als je vandaag verliest, is er altijd een morgen

Aan zijn voeten zitten de oranje hardloopschoenen met koolstofzolen waarop hij zondag historie schreef. Hij draagt een trainingsbroek en een sweater die hem ruim om de schouders valt, en waar op borsthoogte heel duidelijk de naam van zijn belangrijkste sponsor gedrukt staat, het sportmerk dat zondagavond direct een zintuigenprikkelende ode aan hem op internet plaatste waarin nog eens benadrukt wordt dat niets te gek is in dit leven, als je er maar in gelooft. Dat filmpje stond al even klaar. Er diende zich het voorbije lustrum maar één man aan die aanspraak maakte op een nieuw wereldrecord, en dat was hij, Eliud Kipchoge uit Kapsisiywa, in het Nandi-district van Kenia.

Door de diepe groeven in zijn vermagerde gezicht lijkt Kipchoge doorgaans al een stuk ouder dan 33, maar tel er nu gerust vijftien jaar bij op. Wat wezenloos beweegt hij door de bibliotheek, terwijl hij met opgetrokken schouders over zijn armen wrijft.

Dit is de onwennigheid die volgt op het realiseren van een droom. „Mijn ritme is weg”, zegt hij na een fotoshoot van tien minuten. Daarmee bedoelt hij het vaste stramien van zijn leven de voorbije drie jaar: een militaire voorbereiding, een tevergeefse recordpoging en dan het in alle rust opnieuw slijpen van de messen voor weer een nieuwe poging. Marathon van Berlijn, Londen, weer Berlijn. Hij won elf van de twaalf marathons waarin hij startte, inclusief de olympische titel, maar van een wereldrecord kwam het telkens niet. Tot zondag.

Direct na de finish op de Strasse des 17 Juni was hij heel even uit zijn dak gegaan, onderweg naar de armen van de man die al sinds zijn tienerjaren de plaatsvervanger is van zijn jong overleden vader, Patrick Sang, afkomstig uit hetzelfde dorp in Kenia en winnaar van olympisch zilver op de steeplechase in 1992. Hij sloeg zich op de borst en greep daarna met beide handen naar zijn kale schedel.

Kipchoge wordt ook wel ‘de filosoof’ genoemd. In interviews citeert hij geregeld denkers als Aristoteles, Socrates en Confucius. Van elk van hen heeft hij één lijfspreuk gekozen. Dit interview heeft plaats in een bibliotheek omdat lezen, naast hardlopen, hem schijnt te definiëren.

Na de fotosessie gaat Kipchoge zitten aan een hoge tafel in een kamertje achteraf, op de muur een spreuk van Shakespeare, daar weer naast een grote foto van het Kronenburgerpark. Als hij de nieuwste roman van Paulo Coelho krijgt aangereikt, zijn lievelingsschrijver, heeft hij enige aansporing nodig om het boekje van het cadeaupapier te ontdoen. „Thank you, thank you”, klinkt het op fluistertoon. Hij bladert wat, en legt het dan terzijde.

Wat spreekt u zo aan in Paulo Coelho?

„Hij heeft me geleerd hoe je succesvol kunt zijn, hoe je eerlijk blijft tegen jezelf. In mijn kamer in het trainingskamp in Kaptagat hangt een poster met quotes van Paulo boven mijn bed. Eén daarvan is me erg dierbaar: If you want to be successful you must respect one rule: never lie to yourself.

Wat betekent dat, tegen jezelf liegen?

„In mijn geval zou dat betekenen dat ik zonder reden een training oversla. Dat doe ik dus nooit. Het gebeurde me bijna een paar avonden voor de marathon van Berlijn. Ik was moe, had geen zin in mijn avondduurloop. Nadat ik een paar minuten met mezelf vocht op de rand van mijn bed, dacht ik: hup, gaan. Want ik weet: als ik een training oversla, ga ik die mijn leven lang niet meer in kunnen halen. Nooit.”

Hoe weet u wat een verkeerde keuze is?

„Dat kan ik voelen, al mijn zintuigen zeggen dan dat ik het niet moet doen. Negatieve dingen denken of lezen is daar een voorbeeld van. Negativiteit moet je te allen tijde zien uit te bannen. Ik probeer dat elke dag.”

Wat was uw laatste negatieve gedachte?

„Die kan ik me niet heugen. Misschien dat ik mijn vrouw en kinderen miste, maar dan bedenk ik me dat er een reden is dat ik ze mis. Die reden is dat ik van ze houd, en dan is het weer oké.”

Boeken heeft u eens uw meest loyale vrienden genoemd.

„Als je een boek hier op tafel laat liggen, gaat het nergens heen. Je vindt het de volgende dag op dezelfde plek. Een boek is altijd beschikbaar.”

U heeft drie kinderen. Leest u hen voor?

„Ik weet zelf niet wat vaderliefde precies betekent, want van mijn vader heb ik alleen foto’s. Hij overleed jong. Patrick Sang ziet me als zijn zoon, en ik hem als mijn vader. Van hem leerde ik mijn kinderen op te voeden, naar ze te lachen, maar echt voorlezen doe ik niet. Mijn zoon Griffin is nu zeven jaar, voor hem koop ik wel wat boeken.”

In het trainingskamp in Kenia heeft Kipchoge nog niet zo lang geleden in een hoek van de gezamenlijke woonkamer drie boekenplanken aan de muur bevestigd. Een mini-bieb, waarbij het de bedoeling is dat atleten boeken met elkaar uitwisselen. Op die manier kwam Nederlands recordhouder op de marathon Abdi Nageeye met The 7 habits of highly effective people in aanraking, het zelfhulpboek van Stephen Covey uit 1989. „Dat boek is ongelooflijk”, zegt hij aan de telefoon. „Eliud zegt: van boeken leer je. Hij is zelf maar tot zijn vijftiende naar school gegaan en heeft al zijn wijsheid uit boeken. Hier in het kamp motiveert hij jonge atleten om ook te gaan lezen. Iedereen kijkt ontzettend tegen hem op. Met atletiek verdien je alleen geld als je wereldtop bent. Je moet ook iets opbouwen voor daarna. Veel Keniaanse atleten verkwisten hun geld aan drank en vrouwen. Er zijn erbij die nu om lunch bedelen.”

Kipchoge leerde als jochie op de basisschool lezen in het nationale dialect Bantoe Swahili en in het Engels, maar hij werd pas veel later gegrepen door de kracht van het geschreven woord. „Pas toen ik negentien was, zoiets.”

Was er een bepaald boek waar het mee begon?

Hij pakt een pen en begint te schrijven. ‘Who took the cheese’ wordt in trillerig handschrift zichtbaar. „Een boek dat gaat over verandering. Het is heel dun, je kunt het tijdens een vlucht van een uur uitlezen. Het werd aangeraden in de krant. Ik heb erg mijn best moeten doen om het te krijgen, maar ik had geluk: het lag in een boekwinkel in Eldoret.”

Kipchoge heeft het over Who Moved My Cheese, een Amerikaans managementachtig boek uit 1998, geschreven door Spencer Johnson waarin twee muizen – Sniff en Scurry – en twee mensen – Hem en Haw – ieder op hun eigen manier omgaan met verandering. „Als je verandering begrijpt en leert accepteren, dan ben je overal op voorbereid en kom je nooit voor verrassingen te staan”, filosofeert Kipchoge. „Zeker tijdens een marathon kan er van alles gebeuren. Daar moet je je niet tegen verzetten.”

Die houding bracht de Keniaan meer dan eens in de praktijk: tijdens de marathon van Berlijn in 2015 gleden zijn inlegzooltjes uit beide schoenen, maar evengoed won hij de race. Tijdens de editie van vorig jaar begon het ineens stevig te regenen en ook toen won hij, een halve minuut boven het wereldrecord. „Acceptatie van verandering gaat slowly by slowly”, zegt hij. „Geen haast, geen stress. Zorg ervoor dat logisch nadenken altijd overheerst. Als ik iets zie, probeer ik er positief naar te kijken. Dat is misschien de Afrikaanse manier van denken. In een derdewereldland als Kenia heb je vaak moeilijke momenten. Je mag de hoop nooit opgeven, en daarbij helpt die denkwijze: als je vandaag verliest, is er altijd weer een morgen.”

U praat ook vaak over de autobiografie van Nike-oprichter Phil Knight, Shoedog. Waarom is dat boek zo belangrijk voor u?

„Ik voel me verbonden met Phil omdat hij net als ik met niets begon en uiteindelijk heel veel bereikt heeft. We hebben eenzelfde route doorlopen. Een verhaal van veerkracht, worsteling en succes.”

Hier ligt de Bijbel. Speelt dat boek een rol in uw leven?

„Ik ben een christen, dus ik geloof in de Bijbel. Als ik negatieve denkbeelden heb, helpt de Bijbel me op het rechte pad te blijven. Omdat ik vertrouw op wat er staat.”

Maar toch niet alles in de Bijbel is positief? Neem Judas, die Jezus verraadt.

Hij lacht. „Maar ook daar kunnen we van leren. Judas verraadde Jezus omdat hij werd omgekocht. Hij werd gedwongen. Daar leer je van dat je nooit moet ingaan op iets enkel omwille van geld. De Bijbel leert je dingen op een positieve en negatieve manier. In het boeddhisme ligt de nadruk juist op het positieve. Positief denken is heel belangrijk.”

Hoe blijft u altijd positief?

„Door te beseffen dat je het leven hebt. Zelfs als je mensen om je heen verliest betekent dat nog niet dat je ook jezelf mag verliezen.”

Het boek The 7 habits of highly effective people is ook een inspiratiebron voor u. Waarom?

„Als je alle zeven gewoonten hebt, zal je een goed leven hebben.”

Wat is uw favoriete gewoonte?

„Ik herinner me ze niet zo snel. Ze zijn allemaal goed, want positief. Je hoeft wijsheid niet op te kunnen lepelen om te weten wat goed is in dit leven. Wat ik me realiseer als ik wakker word, is dat ik mijn eigen vijand nummer één ben. Als ik niet wakker wil worden, blijf ik slapen. Als ik niet wil slapen, blijf ik wakker. Alleen ik kan een goede of verkeerde keuze maken.”

Hij vraagt of hij nu een vraag mag stellen. „Hoe laat was je hier vanochtend?” Negen uur. „En van wie moest je hier zijn?” Van niemand, ik wilde het graag. „Waarom?” Omdat ik nieuwsgierig ben. „Dus je ging met jezelf in gesprek. Dat bedoel ik, dat stemmetje in je hoofd dat maakt dat je je bewust bent van de keuzes die je maakt.”

Wat was uw laatste verkeerde keuze?

„Ik kom soms in de verleiding om junkfood te eten, midden in het seizoen wil ik nog weleens op zoek gaan naar Franse frietjes. Ik doe het soms. Zo slecht is het ook weer niet.”

Heeft u wel eens overwogen zelf een boek te schrijven?

„Dat staat zeker op mijn bucketlist. Het moet over sport gaan. Ik wil mensen aan het sporten krijgen met mijn levensverhaal.”

Wat zijn de sleutelmomenten in dat verhaal?

„Ik ben er nu nog niet klaar voor om dat te delen. Pas als ik stop, ga ik daar eens goed voor zitten. Wanneer dat is weet ik niet. Voorlopig wil ik nog niet achteromkijken, alleen maar vooruit.”

Wat ziet u als u dat doet?

„Niets, ik heb geen doel. Ik ben alleen maar bezig te herstellen van de marathon. Ik wil relaxen, zonder enige vorm van druk. Mijn geest heeft een maand hersteltijd nodig.”

Wat doet zo’n lange afstand eigenlijk met het lichaam? Lees ook: Hart en knieën krijgen de klappen

U had het wereldrecord op de marathon nodig in uw carrière, zei u eerder. Hoe voelt het?

„ Ik wil er niet over nadenken, want dan verlies ik mezelf in mijn eigen gedachten. Als je iets hebt bereikt, zie ik niet in waarom je er nog aan zou moeten denken. Het voelt goed om het wereldrecord te hebben, maar daarmee is het klaar. Ik wil er ook niet meer zo veel over praten. Dat kon uitgebreid toen het nog een droom was, maar nu is het de realiteit. Ik ben er trots op.”

Wanneer in de race wist u dat u het wereldrecord ging verbreken?

„Al na dertig kilometer. Mijn kilometers bleven strak en ik had energie over.”

Bij 35 kilometer begon u te glimlachen. Waarom?

„De truc is om bij hevige pijn je geest voor de gek te houden. Hij moet denken dat je gelukkig bent, want dan blijf je gefocust op het lopen. Als je iets doet wat je gelukkig maakt, volgt perfectie. Dat komt van Aristoteles. Maar voor nu ben ik leeg. Heel erg leeg. Praten helpt niet bij mijn herstel. Ik wil me weer vrij voelen, met een schone lei beginnen. Ik kom terug. Hoe en wanneer weet ik niet.”

    • Dennis Boxhoorn