De Nieuwe Kerk in Amsterdam toont ons de enige juiste tijd

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week over een zonnewijzer die 1 uur en 40 minuten van de klok afwijkt.

De zonnewijzer op de Amsterdamse Nieuwe Kerk Foto Nick Somers

Afgelopen zondag stond de waarnemer om tien over elf op de Dam. De worstkarren waren al geïnstalleerd, de eerste toeristen bestelden hun vette hap en straks zouden ook de Weense koetsjes arriveren. De zon scheen dat het een aard had.

Tien over elf. Maar voor de zoveelste keer moest worden vastgesteld dat de zonnewijzer op de Nieuwe Kerk iets heel anders aanwees: half tien deze keer. Dat is al jaren zo, op welk moment van de dag je ook kijkt, nooit klopt de tijd. Er is geen peil op te trekken. De zonnewijzer is een vergeten relict, niemand bekommert zich meer om zijn instelling. Jammer.

Thuis nog eens naar de smartphonefoto gekeken en gepeinsd over de vraag wanneer de zonnewijzer eigenlijk twaalf uur zou aanwijzen. Twee dagen later gaan kijken. De zon scheen nog steeds, de koetsjes waren er nu ook. Na een half uur stond vast: om 13.40 uur. Toen viel het kwartje, zoals dat heet. Om 13.40 uur zomertijd staat de zon precies in het zuiden, dat was lang geleden al eens vastgesteld.

Daarna ging het snel. De zonnewijzer op de kerk wijst twaalf uur aan als de zon in het zuiden staat. Dat betekent dat-ie heel klassiek ‘ware zonnetijd’ aangeeft, de enige logische basis voor een logische tijdrekening. In de negentiende eeuw en daarvoor gebruikte elk dorp en elke stad ware zonnetijd. Dat die tijden onderling wat verschilden, omdat de zon in het oosten eerder in het zuiden staat dan in het westen, kon niemand wat schelen. Waar onduidelijkheid een probleem kon worden, bijvoorbeeld in het telegrafie- of treinverkeer, werd teruggegrepen op standaardtijden: Greenwich-tijd of ‘Amsterdamsche tijd’. Er viel uitstekend mee te leven.

Toch ontstond in 1892 een streven om natiebreed over te gaan op Greenwich-tijd, voor de gelegenheid ‘West-Europeeschen tijd’ genoemd, want zo populair waren de Engelsen niet. ’t Zou er niet van komen, in mei 1909 dwong de regering heel Nederland tot gebruik van ‘Amsterdamsche tijd’, om precies te zijn van de tijd die voor de Westertoren werd berekend. De toren van de Westerkerk ligt op 4 graden 53 minuten oosterlengte. Het is er 19,5 minuten later dan in Greenwich.

Als de zon in het zuiden staat, wijst de zonnewijzer op de kerk twaalf uur aan

De zonnewijzer op de Nieuwe Kerk biedt ons de Nederlandse tijd zoals die tot mei 1940 gold. Hij toont ons de enige juiste tijd en laat elke dag opnieuw zien hoe ver we daar in werkelijkheid vanaf zitten. De Duitsers voerden in mei 1940 Midden Europese Tijd in (40 minuten extra) en zetten er de zomertijd bovenop (60 minuten extra). Toen ze vertrokken werd de zomertijd subiet afgeschaft, maar EU-ambtenaren voerden hem in 1977 opnieuw in. Energiebesparing! Wisten zij veel.

De goudglanzende ‘poolstijl’ van de zonnewijzer op de Nieuwe Kerk heeft kennelijk bij de verschillende renovaties secure aandacht gekregen. Hij ligt, zoals het hoort, in het verticale noord-zuid-vlak en maakt een hoek van 52 graden met de horizontaal. Dat wil niet zeggen dat uit de schaduw van de stijl altijd precies de moderne tijd is af te leiden door er ’s winters 40 en ’s zomers 100 minuten bij op te tellen. In het winterhalfjaar kan je soms wel een kwartier verkeerd uitkomen. ’t Zit hem in de elliptische aardbaan en de schuine stand van de aardas ten opzichte van die baan. Die veroorzaken onregelmatigheden in de schijnbare beweging van de zon om de aarde.

Bijzonder van de zonnewijzer op de Nieuwe Kerk is dat-ie asymmetrisch is: de middaguren staan verder uit elkaar dan de ochtenduren. Dat corrigeert voor het feit dat de marmeren schijf waarop de stijlschaduw vallen moet niet precies op het zuiden is gericht, omdat de kerk zelf niet goed west-oost staat. Zijn ‘azimut’ is ongeveer 75 graden. (‘Azimut’ is de kompasrichting: noord heeft 0 graden, oost 90 graden, enzovoort.) Bij Google Maps of Google Earth zie je het meteen,

Schuin onder de grote zonnewijzer is een tweede, kleinere zonnewijzer aangebracht die wel goed op het zuiden is gedraaid. Die is wel symmetrisch. Jammer genoeg heeft diens poolstijl kennelijk een flinke tik opgelopen. Hij is naar het oosten weggebogen en wijst geen bruikbare tijd meer aan.

Wie Amsterdam op Google Earth bekijkt, ziet dat het Paleis op de Dam prachtig noord-zuid staat en stelt vast dat het een kleine moeite was geweest om van het oorlogsmonument een fijne zonnewijzer te maken.

De net genoemde Westerkerk staat ook keurig west-oost gericht, maar de Noorder- en Oosterkerk maken er een rommeltje van en de Zuiderkerk slaat alles. Die wijst naar het noordoosten, een azimut van nog geen 38 graden.

In brede kring wordt aangenomen dat christelijke kerken een west-oost oriëntatie hebben omdat Christus schuin omhoog naar het oosten ten hemel voer en t.z.t. uit het oosten moet terugkeren, maar in de praktijk blijkt er weinig van te kloppen. In de middeleeuwen deden de kerkenbouwers hun best – later ging het alle kanten op.

Over de oriëntatie van de kerken, in deze context liever ‘oosting’ genoemd, is al veel nagedacht, maar sluitende verklaringen voor sterke afwijkingen ontbreken. Vaak wordt aangenomen dat de kerken staan gericht op de plaats waar op een zekere datum de zon opkwam. Voor de Zuiderkerk schiet dat tekort: zo noordelijk kan de zon hier helemaal niet opkomen.

    • Karel Knip