Opinie

    • Michel Krielaars

Ze laat zich verleiden, waarna haar een ellendig leven wacht

Septemberlicht trekt aan het einde van de middag lange schaduwen in de straten van Tortosa. Tachtig jaar geleden woedde in dit kleine stadje aan de Ebro een slag die een ommekeer teweeg had moeten brengen in de Spaanse Burgeroorlog. De opstandige nationalisten van generaal Franco waren in de lente van 1938 aan de winnende hand en de republikeinen, de wettige machthebbers van Spanje, hoopten door een offensief vanuit hun linies ten oosten van de Ebro een overwinning te behalen. Het tegendeel gebeurde. De slag aan de Ebro zou de eindzege van Franco inluiden.

In Tortosa zijn de sporen van Ernest Hemingway, die hier als jonge oorlogsverslaggever de republikeinse zaak kwam verslaan, in een straatnaambordje gegoten. De art nouveau-huizen in het centrum vertellen geschiedenissen van hun bewoners. Zoals van de broers Primitivo en Secundino Sabaté Barjua, twee chirurgen die in een mooi huis met Egyptische motieven in de gevel hun kliniek hadden. Primitivo’s sympathieën lagen bij de republikeinen, terwijl Secundino voor Franco was.

Toen de stad uiteindelijk in handen viel van de nationalisten, werd Primitivo, die aanvankelijk was gevlucht, maar naar Tortosa terugkeerde nadat Franco had beloofd dat niemand een haar zou worden gekrenkt, door de fascisten geëxecuteerd. Elementen genoeg voor een mooi verhaal.

De Spaanse literatuur wordt nog altijd gedomineerd door de Burgeroorlog, zolang het definitieve verhaal van samenzweringen, verraad, moord op onschuldige burgers door leden van alle strijdende partijen, het vuile spel van de Sovjet-Unie binnen de Internationale Brigades, et cetera, nog niet voldoende is verteld. De recente ruzie over het grafmonument van Franco heeft die moeizame omgang met het verleden nog eens benadrukt.

Ik herbeleef de chaos en het geweld van de Burgeroorlog door de boeken die ik in mijn rugzak heb tijdens mijn wandeling door de Catalaanse bergen. Hemingways For Whom the Bell Tolls doet me de gruwelen van de moderne oorlogsvoering voelen, Orwells Homage to Catalonia is de desillusie van een Britse idealist die vecht aan de zijde van de socialisten en ziet hoe zij verraden worden door de Spaanse communisten die aan de touwtjes hangen van Moskou.

Ik herlees hier Danilo Kis’ Grafmonument voor Boris Davidovitsj, dat me ook laat beseffen wat verraad is. En dan is er nog Manuel Rivas, wiens roman Het timmermanspotlood me leerde hoe erg opportunisme is. En natuurlijk kun je niet om Javier Marías en Rafael Chirbes heen, die beschrijven hoe die oorlog tot op de dag van vandaag de onderlinge verhoudingen tussen vrienden en familieleden bepaalt.

Maar de diepste indruk heeft de Catalaanse Mercè Rodoreda (1908-1983) op me gemaakt. Haar roman Colometa (La Plaça del Diamant, 1962) is het verhaal van het volksmeisje Natàlia, kort voor, tijdens en na de Burgeroorlog. Ze laat zich verleiden door de charmante timmerman Quimet, die haar Colometa (duifje) noemt, maar haar, eenmaal getrouwd, verkracht en mishandelt. Hun burgeroorlog is die van eenvoudige mensen, die zonder oorlog al moeten vechten voor een enigszins redelijk bestaan. De beginscène waarin Natàlia tijdens een pleinfeest door Quimet ten dans wordt gevraagd, is zo onovertroffen mooi dat ik die zo onderhand kan dromen.

    • Michel Krielaars