Recensie

Brian zit vanaf het begin met de gebakken peren

Jaap Robben Wonderlijk auteur, die Jaap Robben: hij schrijft subtiel en verfijnd van opbouw en stijl, maar aan de andere kant is Zomervacht ook eenduidig. Aan het begin worden de kaarten geschud en weet je al dat dit niet goed kan aflopen.

Zomervacht, de nieuwe roman van Jaap Robben, gonst. In elk hoofdstuk zoemt wel een hommel of een wesp voorbij, kruipt veilig weg in een gaatje in de grond of maakt zich, in het nauw gedrongen, op om te steken. Hoofdpersoon Brian van dertien woont met zijn lamlul van een vader, dan ook buiten, op een haveloos terreintje in een caravan. Heel af en toe gebeurt er iets goeds tussen zoon en vader, en eenmaal halen ze een goede herinnering op. ‘Papa, zijn hommels bontjassen voor kabouters?’ vroeg Brian ooit, toen hij klein was, en nu, jaren later, lachen ze daar nog samen om en borduren erop voort.

Robben, die ook voor kinderen schrijft en met zijn romandebuut voor volwassenen Birk (2014) veel succes oogstte, is een wonderlijk auteur. Zomervacht is enerzijds subtiel en verfijnd van opbouw en stijl. Hommels en wespen vallen pas op als je erop gaat letten. Het hoofdpersonage Brian krijgt in bijzinnen diepte, een voorgeschiedenis. Zo staat er nergens dat hij op school gepest wordt, maar ‘met mij zoenen’ was na een tikspel wel ‘de prijs voor de verliezer’. Knap blijft Robben binnen zijn dertienjarig perspectief. Als de vader Lucien, de gehandicapte broer van Brian, een keer te eten geeft en Brian intussen frietjes in de mond van zijn vader stopt, constateert de jongen: ‘Zo zijn we een voermachine.’ Je voelt zijn geluk, op zo’n moment.

Tegenover deze fijnzinnigheid staat echter eenduidigheid. Direct aan het begin staat vast wie er in dit verhaal goed is, wie slecht en wie nergens iets aan doen kan. Pa is een naarling, ma is een naarling. Brian roeit met de riemen die hij heeft, met hier en daar een erg domme, pijnlijke, maar bij zijn leeftijd passende vergissing.

Zo wordt hij verliefd op Selma, een andere bewoner uit het tehuis van Lucien. Hij ziet in haar een ‘mevreisje’, iets tussen meisje en vrouw in. Je kunt aan haar niet goed zien dat ze verstandelijk beperkt is, maar in de omgang is het merkbaar, ze praat raar, gedraagt zich kleuterachtig. Ze maakt zich op, maar ‘als een kind dat nog niet tussen de lijntjes kan kleuren’. Desalniettemin vergaapt Brian zich aan haar. Aan het gleufje tussen haar borsten, dat zich openbaart als hij haar op haar sokken door de kamer voorttrekt. Hij vleit ademloos het topje van zijn pink in de aanzet van haar bilspleet. En ze kussen.

Hoe eenzaam Brian ook is, hoezeer de puberteit zich ook laat gelden: de aantrekkingskracht van Selma blijft duister. Maar lastiger nog is dat je geen moment gelooft in een verbetering van Brians situatie. Het kan niet goed aflopen, niet met Selma, niet met de rest.

Pa haalt Lucien voor een zomer uit het tehuis. Vanwege een verbouwing wordt dit van ouders gevraagd, maar pas als blijkt dat er geld tegenover staat, hapt hij toe. Hij maakt Brian ook meteen duidelijk dat hij de zorg voor Lucien zal moeten dragen, inclusief luiers verschonen en medicatie toedienen. Ma intussen, die schijnbaar wel van Lucien houdt maar hem totaal heeft opgegeven, is op huwelijksreis met haar nieuwe man en duikt niet op. De kaarten zijn geschud: Brian zit met de gebakken peren. En hierdoor is Zomervacht wel een beklemmend en zorgvuldig geschreven, maar toch geen spannend of gelaagd boek.

    • Judith Eiselin