Als slapen maar niet lukt, de nachten van mensen met slapeloosheid

Insomnia Fotograaf Annabel Oosteweeghel laat in een fotoproject het gevecht van mensen met slapeloosheid zien; de wanhoop in het donkerste deel van de nacht.

Gemiddeld slaapt Julia Akkerhuis (16) vijf uur per nacht. „Vrienden merken het denk ik niet aan me. Ze zeggen niet: wat zie je er moe uit.” Foto Annabel Oosteweeghel

Als Winnie Terra (45) ’s nachts niet kan slapen, gaat ze vaak naar de keuken om iets te eten, een goedbelegd broodje, roomijs, een stuk chocola. John Delwel (32) kijkt series tot de zon opkomt, of gaat zijn hele huis schoonmaken – poetsen, afwassen, ramen lappen. Julia Akkerhuis (16) doet zo min mogelijk; naast haar bed ligt een bidon met water, daar drinkt ze uit, verder beweegt ze zo min mogelijk, in de hoop niet wakkerder te worden dan ze al is.

Voor alle drie is het moeilijk om hun gedachten stop te zetten en in slaap te vallen. Slapeloosheid – ook wel insomnia genoemd – beheerst volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het leven van 20 procent van de Nederlanders boven de 12 jaar. In 2017 zei één op de vijf Nederlanders problemen met slapen te hebben. Zij slapen moeilijk in, liggen ’s nachts wakker of worden veel te vroeg wakker en komen dan niet meer in slaap. Vrouwen hebben hier vaker last van dan mannen, ouderen vaker dan jongeren en mensen met hogere inkomens minder vaak dan mensen met lagere inkomens.

Eus van Someren, bijzonder hoogleraar neurofysiologie aan de VU en groepsleider bij het Nederlands Herseninstituut KNAW in Amsterdam, deed met Henning Tiemeier, hoogleraar kinderpsychiatrie aan Erasmus Universiteit, een meta-analyse van 34 Nederlandse studies naar slaap met gegevens van ruim 135.000 Nederlanders. Zij concludeerden dat 90 procent van de Nederlanders genoeg slaapt. Volwassenen hebben gemiddeld 7 tot 9 uur nachtrust nodig. Ouderen slapen minder lang. Chronisch te kort slapen is niet goed voor de gezondheid – stofwisseling, hormoonhuishouding en afweersysteem raken ervan in de war. Net als eten en drinken is slapen een basisbehoefte van het lichaam.

Niet goed slapen kan overdag tot problemen leiden, bijvoorbeeld tijdens het werk. Minder geconcentreerd zijn, prikkelbaar, vergeetachtig of een slechtere stemming hebben zijn veelgenoemde klachten. Julia Akkerhuis uit Zoetermeer zegt dat haar vrienden het niet aan haar merken dat ze slecht slaapt. „Ze zeggen in elk geval niet dat ik er moe uitzie of zo.” Anton Smits (65) uit Tilburg zegt belangrijke afspraken af als hij heel slecht heeft geslapen. Co Snel (72) uit Sassenheim zegt: „Ik voel me zo lamlendig na een slapeloze nacht. En als je niet uitkijkt, kom je in de vicieuze cirkel: de avond erna word je angstig als de nacht eraan komt. Dan denk je ‘oh nee, straks begint het gezeur weer’. Maar zo moet je niet denken.”

John Delwel (32): ‘Soms ga ik dan maar mijn hele huis schoonmaken’

John Delwel (32) uit Den Haag. Heeft zijn hele leven al slaapproblemen. Gaat rond 06.00 uur ’s ochtends slapen. Foto Annabel Oosteweeghel

‘Ik heb minimaal drie uur slaap per nacht nodig om overdag normaal te functioneren.” Deze zondag viel hij rond 07.00 uur ’s ochtends in slaap. Om 10.00 uur ging de wekker omdat hij een afspraak had. Daar zat hij niet mee, van het vooruitzicht dat hij maar een paar uur kan slapen raakt Delwel ’s nachts niet in paniek. „Ik ben niet anders gewend. Toen ik klein was, een jaar of 5, kon ik al niet goed slapen, midden in de nacht ging ik beneden met autootjes spelen.” Delwel is geadopteerd, op zijn derde kwam hij samen met zijn oudere zus vanuit Colombia naar Nederland. „Op de basisschool zat ik gewoon om 08.30 uur in de klas. Op school heb ik er nooit problemen door gehad.” Toen hij 12 jaar was, schreef de huisarts slaapmedicatie voor, maar Delwel wil geen pillen. „Ik gebruik niks, ook geen paracetamol of zo. Ik wil niet dat mijn lichaam afhankelijk wordt van medicijnen.”

Rond 23.00 uur gaat hij naar bed en kijkt hij tv-series tot het licht wordt. Pas rond zes, zeven uur valt hij in slaap. Als hij geen wekker zet, staat hij rond 12.00 uur op. Delwel werkt freelance als acteur en figureert in series (zoals Goede Tijden, Slechte Tijden en De Spa) en bedrijfsfilmpjes. „Opdrachten zijn vaak in de middag. Soms moet ik er wel vroeg zijn, dat is vervelend als je pas om 06.00 uur in slaap valt, maar ik krijg daar geen stress van. Dat zou het volgens mij alleen maar erger maken.”

Hij heeft weleens rustgevende thee geprobeerd om vroeger in slaap te vallen, maar dat werkte niet. Een ritme opbouwen en geen tv kijken evenmin. „Dan lig ik tot 06.00 uur naar het plafond te staren en blijf ik malen. Als je gaat slapen zou je hoofd leeg moeten zijn, maar mijn hoofd zit ’s avonds altijd vol. Gedachtes gaan over de toekomst, over wat ik nog wil bereiken en wat ik daarvoor nodig heb. Het lukt me niet om die stop te zetten. Tv-kijken is afleiding, dan denk ik er even niet aan, maar de gedachtes blijven dan als het ware liggen en komen de volgende nacht weer terug. Series kijken is geen oplossing, dat weet ik, maar ik vermaak me ermee. Voor mij is het nu prima om het zo te doen.”

‘Ik slaap al 23 jaar slecht’

Anton Smits (65) uit Tilburg. Heeft sinds 1995 slaapproblemen. Gaat om 23.30 uur slapen. Ligt elke nacht een uur wakker. Foto Annabel Oosteweeghel

‘Als ik geen slaappillen gebruik, slaap ik 3,5 uur per nacht. Daar kan ik niet op leven”, zegt Anton Smits (65) uit Tilburg. Hij heeft nu 23 jaar last van slapeloosheid, sinds een jaar gebruikt hij medicatie, zopiclon. „23 jaar geleden is mijn zoontje overleden, hij was toen 2,5 jaar. Hij had een zeldzame vorm van kinderkanker.” In de rouwtijd ging het niet goed tussen Smits en zijn vrouw, toen zijn de slaapproblemen begonnen. „Ik heb door de ruzies met haar een paar maanden bijna niet geslapen en ben toen in een depressie gekomen. Medici dachten dat de slaapproblemen een onderdeel waren van de depressie, maar het was andersom: ik ben depressief geworden omdat ik niet sliep.” Tijdens de zwartste nachten heeft Smits van alles geprobeerd: naar beneden gaan, op de bank liggen, een boek lezen, warme melk drinken, whisky. „Maar daar moet je mee oppassen, verslaving ligt op de loer.” Het leven met insomnia verstoorde zijn dagritme: „Ik kwam moeilijk uit bed, ging laat ontbijten, sloeg de lunch over en ging dan ’s avonds veel meer eten dan nodig. Vervolgens kom je weer moeilijk in slaap.”

Lees ook: Waar komt het vallende gevoel vandaan als je inslaapt?

Een jaar geleden besloot hij zijn probleem „goed aan te pakken” en meldde zich bij een slaapcentrum. Wat hem sindsdien helpt: oefentherapie en zenmeditatie. „Een oefening is bijvoorbeeld: spieren aanspannen en dan weer ontspannen. Dat helpt om de aandacht van je gedachten af te leiden en je lichaam te ontspannen. Zenmeditatie gaat over leven in het nu; niet steeds het verleden naar boven halen, dat is ’s nachts funest.”

Smits gaat nu elke dag om 23.30 uur slapen en wordt wakker om 05.00 uur. Dan blijft hij liggen en valt na ongeveer een uur weer in slaap. Half acht staat hij op, uiterlijk acht uur. Hij let strak op zijn dagritme, eet op gezette tijden en slaapt overdag niet bij. „Sindsdien gaat het beter. Het doel is om van 23.30 tot 07.30 uur aan één stuk door te slapen, maar als dat niet lukt, accepteer ik dat. Ik ben er niet meer gefrustreerd over.”

Winnie Terra (45): ‘In je eentje in het donker is het moeilijk om te relativeren’

Winnie Terra (45) uit Amsterdam. Slaapt al zo’n twintig jaar slecht. Gaat rond 23.00 uur naar bed en is elke nacht zo’n twee tot drie uur wakker.
Foto’s Annabel Oosteweeghel

Drie dagen geleden dronk Winnie Terra (45) uit Amsterdam voor het eerst duizendbladthee. Van een vrouw die alles weet over onkruid leerde ze hoe het blad eruitziet en over de werking ervan. De blaadjes plukte ze bij de Oostvaardersplassen. Voor het eerst in jaren heeft ze de hele nacht doorgeslapen. „Ik slaap al twintig jaar niet goed. Ik kan me niet herinneren hoe het is gekomen, ik neem het als een feit. Hoe drukker ik me erover maak, hoe erger het wordt.” Hoe komt het – daar denkt ze wel over na. „Ik ben geen ‘relaxed’ type. Er zijn mensen die fluitend door het leven gaan, zo ben ik niet. Ik zit veel in mijn hoofd. Als ik iets wil, dan moet het gebeuren, ook al zeggen anderen dat het niet gaat lukken. Overdag ben ik druk met mijn werk, studie rechten, e-mail, mensen die aan me trekken. ’s Nachts ben ik bezig met strategisch nadenken, met grote plannen en wat ik moet doen om die te realiseren.”

Elke avond gaat Terra naar yoga, het theater of sporten. Dan rond 22.30 uur naar bed, lezen of een serie kijken op Netflix, „in de hoop dat ik in slaap val”. Niet lang nadat dat is gelukt, wordt ze rond twee, drie uur wakker met een gedachte. „Niet ‘oh god, ik ben vergeten mijn zwempak te drogen te hangen’, maar hoe ik onrecht kan bestrijden bijvoorbeeld. Of hoe we het voor elkaar krijgen dat vrouwen hun eicellen mogen invriezen en dat dit vergoed wordt door de basisverzekering.” Vaak ligt ze tot vier, vijf uur wakker. Soms gaat ze naar beneden, een broodje eten, een appel, ijs of chocola. „Dat is niet slim, dat weet ik. Af en toe neem ik een stukje van een slaappil, maar dan word ik die ochtend wel een beetje duffig wakker.”

Als ze wakker ligt, probeert ze niet in negatieve gedachten te verzanden. „Ik kan wel omgaan met het wakker liggen, ben optimistisch en heb veel energie, ik zie er de lol van in zolang het een functie heeft. Als ik een goed idee verzin. Maar ik heb ook een jaar gehad dat ik er depressief van werd. Dan is de nacht heel vervelend. In je eentje in het donker is het moeilijk om te relativeren.”

Jos (25): ‘Zonde dat mensen de hele nacht wegslapen’

Jos (25) uit Leiden. Heeft van jongs af aan slaapproblemen. Gaat om 06.00 uur ’s ochtends naar bed en staat rond 15.00 uur op. Kijkt de hele nacht tv-series. Wil niet met zijn achternaam in de krant, is bang dat dit toekomstige werkgevers afschrikt. Foto Annabel Oosteweeghel

‘De middelbare school was lijden”, zegt Jos (25). „Ik had een chronisch slaaptekort, want ik ging laat slapen en moest om half negen in de klas zitten. In het weekend sliep ik bij.”

Voor Jos zijn de nachten niet het probleem, maar de ochtenden. Ergens om 09.00 uur zijn – een college of een vlucht halen – is voor hem „de hel”. „Vroeg opstaan voelt als overlijden.” Jos’ ritme is nu, in een periode met weinig colleges, zo: rond 16.00 uur staat hij op, om 17.00 uur is hij op de faculteit wiskunde in Leiden en begint zijn dag; college, studeren, tentamens voorbereiden. Rond 01.00 uur ’s nachts gaat hij naar huis en begint ‘de avond’: series kijken, biertjes drinken met vrienden, muziek luisteren op zijn zolderkamer. Rond 06.00 of 07.00 uur in de ochtend gaat hij naar bed, tot 15.00, 16.00 uur dus. Op het station haalt hij een broodje, dat is ontbijt, hij heeft er zelf een ander woord voor: brinner (een samensmelting van breakfast en dinner). „Mijn dag is een kwart etmaal verschoven. Dat is lastig in deze maatschappij, nu kan het omdat ik student ben en mijn eigen tijd kan indelen.” Maar later, met een baan en kinderen, is het lastig. „Als het geaccepteerd zou zijn, als ik mijn eigen ritme kan aanhouden, is er eigenlijk geen probleem. Dan slaap ik meer dan de gemiddelde Nederlander.” Zodra Jos zijn schema moet aanpassen, gaat het mis. Hij heeft het al zo vaak geprobeerd, maar „bedenk: als je normaal om 23.00 uur gaat slapen en dan een keer om 16.00 uur naar bed moet, dat is super moeilijk. Zo voelt het voor mij.” Elk jaar neemt hij zich toch voor om vroeger naar bed te gaan. „Dan slaap ik drie weken zes uur per nacht. Dat is te weinig voor mij. En dan heb ik een feestje en ben ik om 06.00 uur thuis en is het meteen weer mis.”

Mensen zeggen weleens tegen hem: wat zonde dat je een groot deel van de dag slaapt, dan is je hele dag weg. „Maar ik vind het zonde dat mensen de hele nacht wegslapen. Dat is het mooiste deel van de dag. Heel sereen, rustig, geen whatsappjes, ’s nachts kan ik mijn eigen ding doen.”

Co Snel (72): ‘Alleen als het onweert, sla ik mijn wandeling over’

Co Snel (72) uit Sassenheim. Heeft last van slapeloosheid sinds 2017. Gaat om 01.30 uur naar bed. Maakt elke avond een wandeling.Foto Annabel Oosteweeghel

Vannacht heeft Co Snel (72) uit Sassenheim goed geslapen. Voor zijn doen dan. „De nacht verloopt nooit helemaal soepel, ik lig geregeld wakker midden in de nacht.” Elke avond om 22.30 uur gaat hij naar buiten om een wandeling te maken. Sinds hij dat doet, gaat het slapen ’s nachts wel beter.

Hij weet de exacte dag waarop zijn slaapproblemen begonnen in januari 2017. „Ik lag overdag te lezen op de bank, dommelde even in en werd tien minuten later weer wakker. Toen kreeg ik een soort ingeving, een stemmetje zei: je moet niet in slaap vallen, want dan word je niet meer wakker.” Zo is de angst voor slapen begonnen. Heel vreemd, zegt hij er zelf over, want „stel dat het zou gebeuren, dan zou het toch een mooie dood zijn?”

Lees ook: De geheimen van een goede nachtrust

Maar Co Snel wil nog helemaal niet dood. Hij wil radioprogramma’s blijven maken voor de lokale omroepen van Alphen en Katwijk. „Als ik wakker lig, repeteer ik de lijsten van nummers die ik die week samenstel. Om in slaap te vallen haal ik soms mijn oude straat in Lisse voor de geest en bedenk ik wie daar allemaal woonden.”

Na de avondwandeling heeft Snel een vast ritueel: om 23.00 uur kijkt hij naar het programma van Jeroen Pauw, om 00.00 uur luistert hij naar Nooit meer slapen – „vreselijke titel! Ik probeer niet te luisteren naar de begintune” – en om 01.30 uur gaat hij naar bed. In het weekend gaat hij wat vroeger, dan is er geen uitzending van Nooit meer slapen, maar dat heeft verder geen effect op het verloop van de nacht.

’s Nachts ligt hij meestal een half uur tot twee uur wakker. Hij gaat dan niet zijn bed uit, „want dan ben ik zo gaar”. Muziek luisteren om weer in slaap te vallen helpt hem niet, lezen evenmin. Van de huisarts kreeg hij slaappillen, maar die wil hij niet slikken. „Dat wordt een verslaving.” De therapeute gaf hem de tip om te gaan wandelen. Van haar leerde hij ook een oefening: „In bed liggen en in gedachten je linkerbeen optillen, daar word je ontspannen van in je hoofd”.

Hij heeft verschillende wandelroutes. Als het regent, neemt hij een paraplu mee. „Ik sla zelden over, alleen als het onweert, ga ik niet.”

Julia Akkerhuis (16): ‘Vrienden merken het niet aan me’

Insomnia Julia Akkerhuis-Annabel Oosteweeghel 2018
Julia Akkerhuis (16) uit Zoetermeer. Heeft van jongs af aan last van slapeloosheid. Valt rond middernacht in slaap en wordt elke nacht meerdere keren wakker.
Foto’s Annabel Oosteweeghel

‘Vroeger keek ik op mijn telefoon als ik niet kon slapen, maar dat heb ik afgeleerd.” Gisteren viel Julia Akkerhuis (16) om 00.00 uur in slaap. Van ongeveer 03.00 tot 04.30 lag ze wakker en om 06.00 uur ging de wekker. „Het was mijn eerste schooldag.” Akkerhuis studeert sport en bewegen op het mbo in Zoetermeer.

Gemiddeld slaapt ze vijf uur per nacht. „Als ik het nodig heb, ga ik ’s middags een uurtje liggen, maar ik moet niet de hele middag slapen, zegt de huisarts.” Ook de slaapfysio adviseerde: in een ritme blijven van overdag wakker zijn en ’s nachts slapen. „Maar in de avond ben ik klaarwakker, heb ik energie voor tien, dus het is moeilijk om me aan zo’n ritme te houden”.

In slaap vallen is het grootste probleem, zegt ze. „Ik heb allerlei gedachten – wat ik de volgende dag aan wil en wat ik moet meenemen naar school, maar ook wat ik over twintig jaar ga doen.”

Als ze ’s nachts wakker wordt, gaat ze niet uit bed. Naast haar bed ligt een bidon met water, ze drinkt wat en probeert verder zo min mogelijk actie te ondernemen. „Maar vaak ga ik steeds meer nadenken en word ik steeds wakkerder. Soms raak ik geïrriteerd, dan denk ik: verdomme, ik wil gewoon slapen. Vooral als ik een drukke dag voor de boeg heb, wil ik uitgerust zijn. Maar als ik daarover ga nadenken, val ik helemaal niet meer in slaap.”

Ze heeft geprobeerd om een uur voordat ze naar bed gaat niet meer op haar telefoon te kijken, maar dat helpt niet. „Ik heb ook melatonine gehad, mocht er drie nemen, maar na een paar dagen werkte dat al niet meer. De oefeningen van de fysio – in gedachten drijven op zee – heb ik ook achter me gelaten. Mijn gedachten verplaatsen naar iets anders lukte niet.”

Lees ook: Slaapmiddelen werken even en maken je dan verslaafd

Maken haar ouders zich zorgen? „Vroeger meer dan nu, denk ik, het is al zo lang zoals het nu is. Zij weten ook niet wat ze eraan moeten doen. Ze helpen me wel als ik moe ben, dan laten ze me rustig op de bank liggen.”

Ze wordt nooit uitgerust wakker, zegt ze. „Vrienden merken het denk ik niet aan me. Ze zeggen niet: wat zie je er moe uit.”

Ze omschrijft de nacht als „vervelend”. „Ik ga vaak slapen met de gedachte dat ik wel wil slapen, maar dat het niet gaat lukken. Elke avond als ik mijn bed inga, hoop ik dat het goed gaat, maar dat is eigenlijk nooit zo.”

    • Carlijn Vis