Recensie

Aan het IJ in Amsterdam kun je best goed eten (en ook verschrikkelijk slecht)

at bij twee restaurants aan het IJ. De smurrie bij de kipsaté in Noorderlicht vergeeft hij hun niet, maar de bandjes zijn leuk. Bij Pllek is het eten duurder, maar beter.

Pllek, restaurant op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord, met uitzicht op het IJ. Foto Olivier Middendorp

Mijn vriendin moest optreden met haar band en mijn moeder wilde komen kijken. Ik zei: „weet je wat mam, we eten daar een hapje”. Dit is relevant omdat ik anders nooit bij Noorderlicht terecht was gekomen, een neo-hippie-eetgelegenheid met een ‘stadsstrandje’ aan het IJ naast de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. Natuurlijk had ik even de kaart bekeken van tevoren – er stond genoeg sympathieks op om een poging te wagen: dukkah met brood, gegrilde oesterzwammen en andere serieuze vegetarische opties, en een hotdog van geit.

De geit was op. De varkenshotdog (8,50 euro) kwam op een wit kadetje met saus. Het was klef, zoet en vet, het soort broodje dat je zelfbewust wegwerkt in een gevoelsmatige spagaat tussen een comfortabele jeugdherinnering aan McDonald’s en culinaire zelfkastijding. Het was het beste van de avond.

Bij wijze van kijkfile raakten we in gesprek met andere gasten. Ik herkende de man naast me – een local celebrity uit het Amsterdamse muziekcircuit. Ik vertelde hem dat ik hem nog had zien optreden toen ik zestien was. Hij vroeg wat ik deed, en vervolgens of ik over dit debacle ging schrijven.

Dit is gewoon de rotzooi die ze elke dag serveren. Dat is een misdaad, al vroeg je er twintig cent voor

„Waarom zou ik? Niets was goed. Maar het was ook allemaal onder een tientje, dus ach…”

„Precies daarom”, onderbrak hij mij. „Voor de mensen die niet zo veel te besteden hebben. Die daarom hierheen komen om voor dat weinige geld afgescheept te worden met deze rotzooi. Omdat niemand erover schrijft. Omdat het ‘maar’ acht euro kost.”

Hij heeft gelijk. Het is een gotspe. Noorderlicht moet zich schamen.

Een beetje context: dit speelt twee maanden geleden, het was de heetste dag van het jaar. Maar het was niet ‘opeens’ de heetste dag van het jaar. Dat zat er al een tijdje aan te komen en dan is er ook nog altijd het weerbericht. Dus eigenlijk geen excuus om niet twee bedieningsmedewerkers meer in te zetten. Maar soit, het was heet, het was extreem druk, Noorderlicht was overrompeld, zowel de bediening als de keuken. Dan wil ik het vergeven dat het een half uur duurt voordat m’n eerste biertje op tafel staat. Dat niets tegelijk komt. Zelfs dat de medium-rare bestelde steak (9 euro) egaal grijs doorgeslagen is. Kan een keer gebeuren. (Om het vervolgens ‘goed te maken’ met een bloederige, koude lap is pushing it.)

Wat ik zeker niet wil vergeven is de smurrie bij de kipsaté (8,50 euro). Want die hebben ze eerder voorbereid. Toen er geen blinde paniek was omdat de tent een keer wel vol zat. „Met 20 kruiden” staat er trots op het menu. Ik had liever een niet-geschifte saus met drie kruiden gehad dan deze zure diarree met stukjes. De kapsalon met pulled pork – een schaaltje slappe patat onder een papperige gepureerde varkensvlees-kaassaus voor 8,50 euro – hebben ze ook niet ter plekke moeten improviseren. Dit is gewoon de rotzooi die ze elke dag serveren. Dat is een misdaad, al vroeg je er twintig cent voor.

Ook een zandstrandje

Naast Noorderlicht zit Pllek – opgetrokken uit zeecontainers, ook een zandstrandje, ook een vuurplaats, ook alles bio of verantwoord en serieuze vega-opties. Daar kunnen ze het wel. De prijzen op de kaart liggen iets hoger, maar daar krijg je dan ook iets voor. Zoals een bord gegrilde oesterzwammen (6,5 euro) – zacht, sappig, vlezig, met knoflook en een knapperig randje, het zou doorkunnen voor vega-döner. Of Koreaanse falafel van mungbonen en kimchi (11,50 euro) – drie gulle, schoon gefrituurde quenelles (donker-krokant maar niet vet), sappig en smaakvol, geserveerd met een flinke dot frisse jonge kimchi op een dikke tahini met olie en za’atar (een Middenoosters kruidenmengsel). Een geweldig gebalanceerd veganistisch(!) voorgerecht. Echt spot on.

De rook- en venkelworstjes van wild zwijn komen van Wild van Wild – een sympathiek Amsterdams bedrijfje van twee jagende broers. De groenten van de biologische groentengoeroe Wim Bijma uit Osdorp. Het dungesneden kalfsvlees met makreel-citroen-dragon-mayo is weinig enerverend, maar het is wel met zorg en aandacht gedaan. De rauwe venkel is flinterdun en ingelegd. Het is ook echt een flink bord voor 12,50 euro.

De hoofdgerechten bij de buren zien er prima uit, degelijke AVG-tjes; het vel van de kip is bruin en knapperig, de vis veert sappig terug bij het aansnijden. In plaats van zelf een hoofdgerecht te bestellen (ik vertrouw op basis van de voorgerechten wel dat het goed zit), besluiten we Noorderlicht nog een eerlijke kans te geven.

Het wordt ons niet makkelijk gemaakt: om tien over negen ‘is de keuken dicht’, terwijl er toch vrij pontificaal op het menu staat dat het diner ‘van 18:00-22:00 uur’ geserveerd wordt. We sputteren nog wat, maar de keuken is onverbiddelijk. Bij een derde poging, weer een week later, blijkt ook op een regenachtige dag de satésaus waterig en zuur en de kapsalon kleffe vleespuree op patat. De octopusterrine is zacht, maar ruikt flink vissig (hij zit op het randje). De vier liefdeloze plakken koude aardappel en hoopjes stoffig rauw paprikapoeder doen weinig om het te verbloemen.

Ik heb m’n best gedaan.

Pllek lijkt op het eerste gezicht duurder, maar schijn bedriegt. Om te beginnen krijg je veel meer waar voor je geld, zowel in kwaliteit als kwantiteit. En met één zo’n gerechtje bij Noorderlicht kom ook je ook niet toe. Dan wordt het een simpel rekensommetje. Dus we gaan voortaan eerst eten bij Pllek en dan voor de muziek naar Noorderlicht. Want er spelen wel leuke bandjes.

    • Joël Broekaert