Recensie

Piraten, plunderingen en honger: zo ging het eraan toe bij Britse ontdekkingsreizen

Aan de vooravond van de Brexit verschijnen drie uitstekende boeken over beroemde Britse ontdekkingsreizen. Zijn die reizen wel wat we er altijd in hebben gezien?

De 'Erebus' op expeditie in het Zuidpoolgebied (1839-1843). Prent door G Hartwig in 1874. via Getty Images

Het is kort nadat James Cook zich voor de nacht in zijn kapiteinskajuit heeft teruggetrokken. Ze zeilen een paar mijl uit de kust die ze in de maanden hiervoor hebben verkend, in kalm weer en over een zee die steeds dieper lijkt te worden, als hun schip met een misselijkmakend knarsen opeens vast ligt. Het is 10 juni 1770 en op dit koraalrif ten oosten van wat nu Australië heet, lijkt hun reis te eindigen.

Bijna twee jaar eerder was de Endeavour vertrokken uit Plymouth voor een reis rond Kaap Hoorn, de Stille Zuidzee in, waar Europeanen nog maar net begonnen waren de zeekaart in te vullen: een paar Polynesische eilandengroepen waren zo’n beetje bekend. Zuidelijker werd een continent vermoed.

Maar dat onbekende halfrond verder in kaart brengen moet wachten. Hoofdopdrachtgever van Cooks reis is de Royal Society, de Britse academie van wetenschappen, en die wil dat de Endeavour op 3 juni 1769 in Tahiti is. Op die dag zou daar – met een telescoop en door een beroet glaasje – te zien moeten zijn hoe de planeet Venus als een zwart stipje voorbij de zon schuift. In Canada en noord-Noorwegen zullen Britten dezelfde ‘Venus-transit’ precies timen. Met de drie waarnemingen onder verschillende hoeken valt de afstand van de aarde tot Venus en tot de zon nauwkeurig te berekenen en wordt de kaart van ons zonnestelsel nauwkeuriger. Een unieke kans, waar rivaliserende astronomen in heel Europa naar uitkijken; de volgende transit komt pas over meer dan een eeuw. Zo waren geleerden en ontdekkingsreizigers sprongsgewijs bezig de wereld zowel groter als kleiner te maken.

Endeavour, geen naam die beter ‘de aspiraties van die tijd’ ademt, schrijft Peter Moore in zijn boek met The Ship and the Attitude that Changed the World als ondertitel. ‘Uitdaging’ klinkt inderdaad te defensief en ‘onderneming’ te braaf voor de onstuimige, optimistische bravoure om grenzen te verleggen en waagstukken te beginnen. Je zou bijna vergeten dat Portugezen, Spanjaarden en Nederlanders al eerder zulke plannen hadden waargemaakt zonder er een woord voor te hebben, en dat met name de Fransen in diezelfde Eeuw van de Verlichting niet onderdeden voor de Britten.

Piraat en ontdekkingsreiziger

En toch zit er wel iets in dat juist de Britten in dat ene woord iets hadden gevangen. Het Engels van de achttiende eeuw raakte ervan ‘verzadigd’, laat Moore fraai zien. ‘Je kunt geen belangrijk boek uit die tijd lezen zonder dat er al snel een „endeavour” oplicht in de tekst’, van Adam Smiths The Wealth of Nations tot Samuel Johnsons Dictionary of the English Language – boeken die zelf ook weer voorbeelden van ‘grote ondernemingen’ waren.

De Amerikanen zouden een van hun space shuttles ‘Endeavour’ noemen (met die Britse ‘u’). De ruimte als laatste frontier. En nu duikt dit woord weer op onder Brexit-voorstanders: gooi die trossen los van Europa en zeil de wijde wereld in.

Zou het toeval zijn: nieuwe boeken over drie Britse ontdekkingsreizen in korte tijd? Over de reizen zelf zijn de meeste feiten wel bekend. Kennelijk is de tijd rijp hun betekenis opnieuw tegen het licht te houden. Moore’s boek is allereerst de biografie van een schip. De Endeavour werd uit Engelse (of mogelijk toch Poolse) eiken gebouwd als kolentransportschip en eindigde zijn loopbaan als gevangenisschip in Amerika, dat toen nog net een Britse kolonie was. Daartussen maakte het Cooks (eerste) reis. Maar het schip is ook een lens op de tijd. Welke rol wilden de Britten in de wereld spelen? Dat is ook een vraag voor nu.

In The Paradoxal Compass keert Horatio Morpurgo terug naar Francis Drake, piraat en ontdekkingsreiziger, die in opdracht van Elizabeth I met de Golden Hinde de wereld rond zeilde, Spaanse zilverschepen enterend. Het was een vroeg geval van Britannia rules the waves. Maar is die reis wel wat we er altijd in hebben gezien?

En dan is er het magistrale boek van Michael Palin, over de HMS Erebus, een voormalige kanonneerboot die twee grote reizen maakte: de ene naar Antarctica, zuidelijker dan wie ook was geweest, en de andere naar het hoogste noorden om een zeeroute vinden via Canada naar China. Die eerste reis was een succes maar raakte vergeten. De tweede mislukte en werd een nationaal trauma. In 1845 werd de Erebus voor het laatst gezien; het duurde meer dan tien jaar voor duidelijk werd wat er was gebeurd. In 2014, niet lang na Palins laatste Monty Python-tournee, en terwijl de ‘Noordwest-passage’ door de opwarming van de aarde eindelijk mogelijk leek te worden, werd het wrak van de Erebus op de zeebodem gevonden. Geen land met zoveel iconische schepen – Darwins Beagle, de Bounty, Nelsons Victory. Maar was dit schip niet gewoon een symbool van Britse overmoed?

Gekke beesten eten

Op die juni-avond in 1770 laat Joseph Banks, de botanicus van de Endeavour, de moed varen. Ondanks hard pompen staat er al een meter water in het ruim. De duizenden planten die hij heeft verzameld en gedroogd; de vogelveren, trommels en neusfluiten uit Tahiti; de scheepsjournaals; alle tekeningen en aquarellen van mensen, dieren en landschappen; de kaarten die ze hebben gemaakt van al dat nieuwe land, Nieuw-Zeeland (dat geen continent bleek), de oostkust van een nieuw gebied dat ooit Australië zou blijken, én die kostbare getallen van de Venus-transit – het zal allemaal verloren gaan. Ook als we de kust bereiken in de sloepen, zijn we ten dode opgeschreven, schrijft Banks. Dan is het maar beter nu te verdrinken.

Maar Cook, die niet in paniek is, weet dat nietsdoen geen optie is. Zijn schip móet van het rif. De kanonnen worden uit hun rolpaarden getild en gaan overboord. Daarna ballaststenen uit het ruim, hoepels, spijkers, brandhout, vaten olie en zelfs drinkwater, als de vos die zijn eigen poot doorknaagt om uit de klem te komen. Met de sloepen brengen ze aan lange lijnen de twee ankers dwars uit, die ze vanaf het schip met man en macht aantrekken. Ze blijven vastzitten. Twaalf uur later is het opnieuw vloed, ze pompen en trekken. Dan, na bijna 24 uur glijdt het schip van het rif. En de rest – inclusief dat gekke beest dat smaakt als haas, maar dan lekkerder; ‘kanguru’ zeggen de locals – is geschiedenis.

Thomas More publiceerde 500 jaar geleden zijn boek Utopia. Een expositie in Leuven verbeeldt prachtig de wens naar dit ideale land. Lees ook: Diep verlangen naar het droomland

Déjà vu. Twee eeuwen eerder – dezelfde tijdspanne die Cook scheidt van de maanlandingen – kwam Drake net zo met de schrik vrij van een rif bij de Molukken. Het werd de sleutelscène in Morpurgo’s boek. Dit was niet alleen ‘het Apollo-13 moment van de zestiende eeuw’, maar ook een episode die nooit volledig is begrepen, schrijft hij. Zijn gewaagde stelling: in Drake’s tijd, waarin de wereld nog een pakhuis van oneindige overvloed leek, is het plunderen niet alleen begonnen, maar de wroeging daarover werd ook toen al onderdrukt.

Zo hebben de lyrische natuurbeschrijvingen van Francis Fletcher, de aalmoezenier op Drake’s schip, het eindverslag nooit gehaald en kon hij er ook zelf geen uitgever voor vinden. Scholen vliegende vissen op de vlucht voor dolfijnen en bonetta (tonijn), ontelbare alken die op rotsen nestelen, die hij pinguïns noemt (‘pen gwen’ is Welsh voor ‘wit hoofd’); voor Drake zijn ze een leuke aanvulling op het menu, voor Fletcher tonen ze ‘Gods great and marvailous works’ waarvan het zijn plicht was die te tonen.

Cultuur kapotmaken

Drake had een navigatiefout gemaakt, ‘The General’ bleek niet onfeilbaar. Alles wat maar enig gewicht had ging overboord; niets hielp. Toen zag Fletcher zijn kans schoon om in een preek de stranding de wraak van God te noemen. Had Drake niet een mede-officier wegens hekserij laten onthoofden die hem ervan had beschuldigd alleen op aardse goederen uit te zijn? En droegen zij die last niet allemaal met zich mee? Alleen als ze hun geweten daarvan bevrijdden, zou God hen bevrijden van het rif. En toen kwam het schip alsnog los. Waarna Drake het initiatief teruggreep en Fletcher in de boeien liet slaan – hem terecht stellen durfde hij niet. Maar diens argument – dat hun reis niet alleen om roofbuit hoorde te gaan – zou niet meer worden gehoord.

Na drie winters te hebben vastgezeten in het ijs verliet een stoet uitgemergelde mannen de schepen, in de hoop over land in veiligheid te komen.

Drake’s journaal zou pas negen jaar later en zwaar gecensureerd worden gepubliceerd. Zo werd die reis ‘in twee of drie betekenissen gedwongen’, schrijft Morpurgo, als politiek en commercieel succes. ‘Maar daaruit volgt niet logischerwijs dat die twee of drie de enige zijn.’

In 2014 werd het wrak van de Erebus gevonden. Karel Knip over een raadsel dat bleef: de enorme sterfte onder bemanning en officieren en die sterk afwijkt van andere poolexpedities. Lees ook: De onbegrepen sterfte van de Franklin-expeditie

Moore laat subtiel zien dat iets soortgelijks ook aan boord van de Endeavour moet hebben gespeeld. Natuurlijk, geen twijfel dat Cooks reis het latere Empire in de grondverf zette. En Banks’ planten waren in de eerste plaats een commercieel project: wie weet zat er een nieuwe tulp of kruidnagel tussen.

Maar dat is niet het enige verhaal. De mannen van de Endeavour wisten heel goed dat ze met hun komst iets kapot konden maken. ‘Hoe verder ze wegvoer van Brittannië, hoe Britser ze werd’, schrijft Moore. Je voelt het in de beschrijvingen van de eerste contacten met Maori, Tahitianen en Aboriginals: dat was toch vooral een wederzijds aftasten. Vooral de laatsten hebben weinig ontzag voor de witte mannen in hun grote kano. Er is een prachtige scène waarin de bemanning van de Endeavour spijkers, kleren en snuisterijen achterlaat in een hut van inheemse bewoners. Om na een paar dagen verbijsterd te constateren dat niemand ze heeft aangeraakt. Maar toen moest de koloniale eeuw nog beginnen.

In het Londense Natural History Museum is een deel van Banks’ planten nog te zien, met de kranten waarin hij ze droogde. In een daarvan werd Milton’s Paradise Lost gepubliceerd. Onder die ijle bladeren is te lezen over ‘de vrucht van die verboden boom, die dood in deze wereld bracht en all our woe, with loss of Eden.’

HMS Terror

Hoe om te gaan met de natives? Dat is ook de vraag die blijft hangen aan het eind van Palins meeslepende reconstructie van die gedoemde expeditie – een werk dat ook op het zoeken van een route tussen de ijsbergen begint te lijken, schrijft hij. Na drie winters te hebben vastgezeten in het ijs verliet een stoet uitgemergelde mannen de schepen, in de hoop over land in veiligheid te komen. ‘Een spoor van skeletten ligt langs hun tocht naar het zuiden’, schrijft Palin droog. Hadden ze niet veel eerder hulp moeten vragen aan de Inuït om hen over land naar veiliger oorden te brengen, vraagt Palin.

Dat die lokale bevolking heel goed wist dat de Erebus – met het zusterschip HMS Terror – daar in het ijs zat, staat vast. Wat weerhield John Franklin – en na zijn dood, diens plaatsvervangers – om contact te maken? Arrogantie? Een te groot vertrouwen op beter weer en de eigen onuitputtelijke voorraden stoofvlees uit slecht gesoldeerde blikjes waardoor ze zichzelf langzaam met lood vergiftigden? Toen ze hun schip verlieten was het te laat. ‘Toen ze hun houten forten ten slotte verlieten en zichzelf blootstelden aan hun omgeving was lokale kennis wat ze het hardst nodig hadden.’ Maar toen was het te laat. En nee, dit is geen Brexit-parabel.

    • Hans Steketee