Volop zonnestroom, maar de kabel is te dun

Elektriciteit Het Nederlandse stroomnet kan het snel groeiende aanbod van zonne-energie niet aan. Twintig zonneparken staan op een wachtlijst voor aansluiting.

Ongeveer twintig parken kunnen niet op het elektriciteitsnet worden aangesloten, of er wordt maar een deel van de opgewekte stroom toegelaten. Foto Flip Franssen

Nederland krijgt er de komende jaren heel veel zonnepanelen bij. Voor zeker 5.000 megawatt aan productiecapaciteit heeft de overheid inmiddels subsidie toegezegd. Daardoor kan het vermogen aan zonnepanelen bijna verdubbelen. Als de zon volop schijnt, kunnen de nieuwe panelen drie keer zoveel stroom leveren als de kolencentrale in de Eemshaven, de grootste van het land.

Die extra energie vormt een grote belasting voor het elektriciteitsnet, dat nu al ‘op knappen’ staat. Op sommige plekken sluiten netbeheerders geen zonneparken meer aan op het net, of wordt maar een deel van de opgewekte stroom getransporteerd.

Ongeveer twintig parken hebben met zulke beperkingen te maken, blijkt uit navraag bij netbeheerders Liander en Enexis. Het is onduidelijk hoeveel van deze parken al zijn gerealiseerd.

Het probleem wordt met name veroorzaakt doordat vijftien onderstations, waar verschillende delen van het elektriciteitsnet bij elkaar komen, hun maximale capaciteit hebben bereikt. Uitbreiding kan, inclusief de aanvraag van vergunningen, twee tot vijf jaar in beslag nemen. Dat kan de groei van zonne-energie in Nederland vertragen.

Lees ook: Zo wil Ameland als eerste energieneutraal worden

Het Nederlandse elektriciteitsnet is prima geschikt voor grote energiecentrales. De stroom wordt afgenomen via dikke kabels, en vertakt zich dan in een ‘dunner net’ tot aan de afnemer. Aan de randen van Nederland, waar weinig mensen wonen, is het netwerk het dunst. Maar daar zijn ook de grondprijzen laag, en is de meeste ruimte voor zonneparken. Mede daarom nam de bouw van zonneparken de afgelopen jaren een vlucht in de noordelijke provincies.

Dat wekt zorgen bij de netbeheerder. „Op dat net zetten we nu ineens hele grote vermogens”, vertelt Daan Schut, verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het netwerk bij Liander. „De toevoer komt ook nog eens in pieken: als de zon schijnt, leveren alle zonneparken veel energie.”

Binnen drie jaar leveren

In Drenthe en Zuid-Groningen kunnen vrijwel geen zonneparken meer worden aangesloten. Ook in Friesland zitten drie onderstations aan hun maximum. Netbeheerders en exploitanten verwachten dat de problemen door al die extra zonnepanelen ook in andere provincies zullen opspelen.

Dat brengt de komst van sommige zonneparken in gevaar. RVO, dat namens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de subsidies ervoor verstrekt, eist dat de zonneparken binnen drie jaar elektriciteit leveren. „Als we niet binnen die tijd een aansluiting hebben, vervalt de subsidie. Dan gaat het project niet door”, vertelt Gerben Smit, algemeen directeur van Solarfields. Zijn bedrijf ontwikkelt zonneparken en is bezig met nieuwe projecten in Noord-Nederland. Daar zijn de netproblemen het nijpendst. „Je kunt uittekenen dat wij dan ook met die problemen te maken krijgen.”

GroenLeven, de grootste exploitant van zonnepanelen in Nederland, heeft al meermalen te horen gekregen dat een aansluiting vertraging oploopt. Vaak gaat het om zonnedaken – zonnepanelen op daken van grote bedrijfspanden. Dat zijn doorgaans kleinere projecten dan zonneparken, maar ook hierbij gaat het om veel energie.

„We kregen onlangs te horen dat een aansluiting bijna een jaar op zich zou laten wachten”, vertelt Roland Pechtold, directeur van GroenLeven. „Toen was de vraag: wat doen we nu? We hebben besloten het risico te nemen, en toch te bouwen.”

Pechtold verwacht dat het probleem volgend jaar groter wordt. „Ik kan je garanderen dat er dan zonnesystemen staan die niet zijn aangesloten. Dat zou in totaal zomaar om tientallen megawatts kunnen gaan.” Een megawatt – dat is voldoende om zo’n duizend huishoudens tegelijkertijd van elektriciteit te voorzien.

Infrastructuur

De afgelopen jaren is zonne-energie sterk gegroeid. Efficiëntere zonnepanelen wekken steeds meer energie op. Je ziet ze ook nauwelijks, wat bijdraagt aan het maatschappelijk draagvlak. Horizonvervuiling door windmolens leidt juist geregeld tot verzet. Daardoor kan een zonnepark vaak sneller worden gerealiseerd. Dat is aantrekkelijk voor ondernemers.

Lees ook: Het verzet in Groningen en Drenthe tegen twee windmolenparken verhardt, met dreigbrieven aan bedrijven

Voor netbeheerders maakt die ontwikkeling het moeilijker in te schatten waar het elektriciteitsnet moet worden uitgebreid, stellen Liander en Enexis. „De overheid heeft gebieden aangewezen waar windparken gebouwd mogen worden”, zegt Schut van Liander. „Daar kunnen we onze infrastructuur op aanpassen. Bij zonne-energie gebeurt dat niet. Gemeentes worden soms verrast door een partij die een zonnepark wil neerzetten.” Ook Enexis wil meer sturing door de overheid om te voorkomen dat het te laat wordt geïnformeerd over de komst van een zonnepark.

Exploitanten zijn juist tegen meer regie van de overheid. „De protesten tegen windmolens zijn ontstaan doordat mensen het gevoel hadden dat ze in hun achtertuin kwamen, zonder dat ze daar iets over te zeggen hadden”, zegt Smit van Solarfields. Hij vindt dat netbeheerders niet moeten afwachten. „Een netbeheerder kan het bijna niet fout doen: als je ergens een onderstation neerzet, krijg je heel snel initiatieven in de buurt. Genoeg partijen zitten te wachten op extra capaciteit.”

Liander benadrukt dat uitbreiding wel rendabel moet zijn. „Er moet een bepaalde zekerheid zijn dat onderstations ook gebruikt gaan worden. Gezamenlijk plannen maken is daarom cruciaal.”

Tijdelijke oplossing

Netbeheerders proberen met tijdelijke oplossingen toch zo veel mogelijk zonneparken aan te sluiten. Zo krijgen sommige parken wel een aansluiting, maar kan niet alle stroom het net op tot de capaciteitsproblemen zijn opgelost. Daarin ziet Smit van Solarfields voorlopig het meeste heil. Dan moeten er wel duidelijke afspraken gemaakt worden over hoeveel energie geleverd kan worden. „Liever iets dan niets.”

    • Wouter van Loon