Toezichthouder én taxischipper zijn kan niet

Rotterdam Havenbedrijf-werknemers stonden in de Rotterdamse rechtbank tegenover hun baas. Ze vochten voor hun bijbaantje als watertaxischipper.

De watertaxi in Rotterdam is in 25 jaar uitgegroeid tot een pool van honderd man die jaarlijks een half miljoen tripjes maakt. Foto Walter Herfst

Twee gedachten flitsten er door het hoofd van de Rotterdamse Havenmeester René de Vries op 12 mei dit jaar. Een zwartgele watertaxi was vlakbij de Erasmusbrug net achterop een motorsloep met toeristen gebotst. Twaalf mensen sloegen overboord in de Nieuwe Maas, van wie drie met botbreuken.

„Laat er geen doden zijn”, dacht de Havenmeester als eerste, vertelt hij donderdag tegen de kantonrechter in Rotterdam. Daarna dacht hij direct aan de schipper van de watertaxi: „Laat het niet iemand van mijn mensen zijn”, zegt De Vries.

„Dat was het niet, hè”, reageert Bob Gasseling, advocaat van de achttien Havenbedrijf-medewerkers die een bijbaan als watertaxischipper hebben. „Nee, maar het had zomaar gekund”, zegt De Vries.

Werken als toezichthouder bij het Havenbedrijf én als taxischipper varen, kan niet meer, stelt de Havenmeester. Als je waakt over de veiligheid, kun je geen betaald werk op datzelfde water verrichten.

Hotel New York

Een tiental mannen van de Divisie Havenmeester (500 werknemers) die ook als watertaxischipper werkt, vecht vandaag in de rechtbank voor hun bijbaantje. Of eigenlijk is het meer dan dat, vertellen ze kantonrechter Wim Wetzels. Varen is hun leven.

Ze hebben de watertaxi groot gemaakt, vertellen ze. De eerste houten taxibootjes pendelden vanaf 1993 op en neer naar Hotel New York. Nu is er een pool van zo’n 100 schippers die jaarlijks ruim een half miljoen ritjes maakt. Het zijn zzp’ers die de Watertaxi Rotterdam inhuurt via de Schippers Centrale Rotterdam.

In maart 2017 kregen de taxischippers te horen dat de toestemming voor hun neveninkomsten zou worden ingetrokken. En nu staan ze in de rechtbank tegenover hun baas.

„Jammer”, zegt advocaat Gasseling. Het Havenbedrijf schrijft dat er „een risico op (de schijn van) belangenverstrengeling” is, leest hij op. Maar in 2008 zijn de nevenwerkzaamheden van Havenbedrijf-werknemers nog doorgelicht. Toen bleek er geen sprake van „onacceptabele belangenverstrengeling” te zijn, zegt hij.

De Havenbedrijf-werknemers zijn er bij functioneringsgesprekken nooit op aangesproken, zegt Gasseling. De Havenmeester zou hun integriteit zonder onderbouwing in twijfel trekken. Bij gewijzigde omstandigheden met een „zwaar belang” is het verbieden van neveninkomsten mogelijk. Maar daarvan zou geen sprake zijn.

Jawel, stelt advocaat Pieter Huys van het Havenbedrijf. Het is in 25 jaar tijd drukker op de Nieuwe Maas geworden. De toename van de plezier- en beroepsvaart vraagt om „intensiever toezicht”. Zo is er intern een plan van aanpak gemaakt voor extra controles in de zomer. Overigens ligt dat plan nu via de schippers ook bij het watertaxibedrijf, klaagt de Havenmeester: „De watertaxi weet precíes op welke dag wij toezicht houden op de watertaxi.”

“De watertaxi weet precíes wanneer wij toezicht houden”

Met die extra controles staat er meer druk op nevenwerkzaamheden, volgens advocaat Huys. De indruk bestaat dat de watertaxischippers regelmatig de arbeidstijdenwet overtreden. Pieter Bruins Slot, de aanwezige huisjurist van het Havenbedrijf, zou zelf een taxischipper hebben gezien die net drie nachtdiensten bij het Havenbedrijf erop had zitten. Die schipper keek volgens Huys ook wat „ongemakkelijk en betrapt”, toen Bruins Slot zwaaide.

‘Watervlooien’

Waar het vooral om draait, is beeldvorming, stelt het Havenbedrijf. Zeker na de aanvaring in mei is er in de havens en in de media veel kritiek op de vaarstijl van watertaxischippers geuit. „Watervlooien”, worden ze wel genoemd, zegt Huys. Het is niet goed voor het Havenbedrijf als zijn toezichthouders zo gezien worden.

Het is ook niet goed als de buitenwereld denkt dat andere toezichthouders hun collega’s bij de watertaxi minder streng controleren of niet durven te beboeten, zegt de advocaat. De politie en de gemeente zijn het met het Havenbedrijf eens, voegt hij toe.

De eisen aan integriteit zijn veranderd, beaamt de rechter. „Net als in de politiek, het bankwezen, de rechtspraak.” „U merkt aan mij dat ik er ook grote moeite mee heb”, zegt hij tegen de watertaxischippers. Zouden ze niet tot een regeling over beëindiging van hun bijbaantje kunnen komen, vraagt hij. Beide partijen besluiten de zaak tot 11 oktober aan te houden.

Havenmeester De Vries moet na de zitting snel door naar het cruiseschip AIDAperla, dat in quarantaine is geplaatst omdat tientallen mensen buikgriep hebben. Een korte vraag moet kunnen.

Zijn er eigenlijk wel eens ongelukken gebeurd met een watertaxischipper die voor het Havenbedrijf werkt?

„Nee”, antwoordt De Vries.

Lees ook deze factcheck: ‘Het recente ongeluk is de eerste aanvaring met een watertaxi in Rotterdam’, klopt dat?

Heeft een van hen dan wel eens boete gekregen voor een overtreding?

De Vries peinst. „Nee”, valt jurist Bruins Slot hem bij. „Ik wilde het niet zeggen”, geeft De Vries glimlachend toe. „Voor zover bekend”, nuanceert advocaat Huys.

    • Eppo König