De lijnen van de atletiekbaan op Papendal werden met de hand gelegd

De atletiekbaan Op het nationale sportcentrum Papendal ligt een van de beste atletiekbanen van Europa. Een blauwe baan met 1.001 foefjes. Atleten tot in China willen hier graag komen trainen.

Joost de Bree van CSC Sport op de door hem aangelegde baan op Papendal. Foto Bastiaan Heus

Weinig sportvelden complexer dan een atletiekbaan, die ruimte moet bieden aan een breed spectrum van sportlui: werpers, springers, langeafstandlopers, sprinters, en soms ook de bestuurders van snelle rolstoelen, in de paralympische categorieën. Ieder van hen gebruikt een apart gedeelte van de ovale 400-meterbaan, die overal in orde moet zijn, zeker op de accommodatie van het nationale sportcentrum te Papendal, dat op deze septemberse dag ligt te baden in het ochtendlicht. Geen zuchtje wind dat de karakteristieke rubbergeur van het kunststof doet vervliegen, nog eens extra uit de ondergrond dwarrelend door de warmte van de zon. Het is het ideale moment voor een intervalsessie van pak ’m beet tien keer een 400.

Maar geen kip die naar de door bossen omhelsde baan is gekomen om zo’n serie in de praktijk te brengen. Het is nog te vroeg. Wel staat op het middenterrein schuilend in de kraag van zijn jas de man die de atletiekbaan aanlegde, Joost de Bree, projectleider ‘Atletiek’ van sportveldenbedrijf CSC Sport. De renovatie van Papendal is zijn mooiste klus ooit geweest. Het trainingscentrum dat hij laagje voor laagje opbouwde geldt als een van de beste in Europa. Afgelopen juni werd de baan feestelijk geopend.

Tien jaar garantie

Na de aanbesteding die hij in 2014 won moesten De Bree en zijn manschappen drie jaar wachten op een goed moment om de sterk verouderde maar intensief gebruikte baan onder handen te nemen. Na de Paralympische Spelen van Rio (2016) begon de ingrijpende verbouwing van acht maanden. Kosten: 1,2 miljoen euro, garantie: tien jaar.

Wat het meest aan de baan opvalt is de intense kleur blauw, waar terracottarood de standaard is, naar de gravelondergrond die atletiekbanen hadden tot halverwege de jaren zeventig. „Op blauw zie je de witte strepen tussen de verschillende lanen beter”, zegt De Bree wandelend rond de finishlijn. „En atleten zeggen dat ze op een blauwe baan het idee hebben harder te lopen.”

Blauw ziet er vooral mooi uit, vindt meerkamper Eelco Sintnicolaas. Pelle Rietveld, zijn oud-collega: „Hockeyvelden verblauwen ook, omdat je de bal dan beter zou zien. Misschien heeft het daar iets mee te maken.” Bij kunststoffabrikant Mondo, wereldwijd hofleverancier van de banen waar de grote toernooien op gehouden worden, onderschrijven ze dat: „Op blauwe banen zijn de atleten voor tv-kijkers beter zichtbaar.”

Blauwe baan werd mode

In 2009 liep Usain Bolt ’s werelds snelste tijden op 100 en 200 meter op de blauwe baan van het olympisch stadion in Berlijn. Door hem raakte blauw in de mode, zeggen ze bij Mondo.

Joost de Bree van CSC Sport op de door hem aangelegde baan op Papendal.

Foto Bastiaan Heus

Terug naar Joost de Bree, die laat zien waarom de kunststofbaan van Papendal bijzonder is. Omdat de Nederlandse atletiektop er traint liggen er allerlei soorten kunststof, te beginnen met vijf babyblauwe Mondo-lanen parallel aan het rechte stuk naar de finish. Mondo is een Italiaans concern dat zich specialiseert in spijkerharde atletiekbanen. Hoe harder de ondergrond, hoe sneller de baan; veel van de energie die een atleet met een pas aan een Mondo-baan ‘geeft’ komt ook weer terug in de vorm van voorwaartse snelheid. Dat komt door een kussentjespatroon in de onderlaag van het kunststof, dat de atleet als het ware naar voren lanceert.

Om wedstrijdsituaties op de training na te bootsen eiste Rana Reider, sprintcoach van Dafne Schippers, dat er een gecertificeerde afvaardiging van het bedrijf kwam opdraven – dat is verplicht – om het peperdure materiaal op een speciaal soort lijm uit te rollen. Dat blijkt een nogal precies werkje. Een team van vijf was er een volle week mee bezig. De lijm onder het materiaal is zo sterk dat een foutje amper te herstellen valt.

Sandwich-constructie

Wie van de Mondo-baan op de 400-meterbaan stapt voelt gelijk het verschil: die ondergrond, ook wel tartan genoemd, is veel zachter. „Dit noemen we de sandwich-constructie”, vertelt Joost de Bree. De verwijzing naar het broodje zit ’m in de lagen waaruit dit type atletiekbaan is opgebouwd, te beginnen met 37 centimeter M3C-sportveldenzand, 15 centimeter lava uit de Eiffelstreek plus twee lagen van in totaal 7 centimeter Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB), dat waterdoorlatend werkt zodat de baan in de winter niet van onderuit kapot vriest. Daarop ligt een zwarte basislaag van rubbergranulaat, het materiaal gemaakt van autobanden waar in het najaar van 2016 zoveel discussie over ontstond toen tv-programma Zembla aantoonde dat dat spul op kunstgrasvelden kan leiden tot schade aan de gezondheid. „Hier niet”, verzekert De Bree, „omdat de korrels door lijm een gebonden constructie vormen.”

Tot slot wordt met speciaal materieel een toplaag van EPDM-rubber over de baan gestort en met een soort bezems handmatig uitgesmeerd. Over dat spul zijn geen gezondheidsrisco’s bekend.

Voor de belijning werd een vermaard echtpaar uit Duitsland ingehuurd

Rond het blauw van Papendal ligt een ring lang kunstgras in groen en rood. „Dat is voor de langeafstandsloper”, zegt De Bree. Hij zakt op de plaats door zijn knieën om aan te tonen dat de ondergrond zacht is. „Net als in het bos.” Een zachte ondergrond betekent minder schokbelasting op het lichaam.

Aan de overkant van de finishlijn heeft De Bree een smalle laan gelegd met een hellingshoek van 2 procent. Op die baan kunnen de sprinters bergaf wennen aan hogere snelheden dan ze op het vlakke zouden kunnen lopen – ‘overspeed’ heet dat, een effectieve trainingsvorm. Richting uitgang ligt een helling van 7 procent met een laan gemaakt van ‘vol kunststof’, wéér een andere ondergrond. Hard als Mondo, maar goedkoper in de aanleg. Hier moeten ook auto’s overheen.

Op de gehele atletiekbaan zijn geen tegels te vinden. Rond het overkapte polsstokhoogspringkussen moeten atleten vaak halsbrekende toeren uithalen om niet met hun vlijmscherpe spikes over de stenen te lopen. Ze waggelen dan draaiend op hun hielen over de baan. De Bree heeft daar een laag grijsgekleurd ‘spraycoatkunststof’ overheen gespoten, waarmee ook dat probleem is opgelost.

Als een net gedweilde ijsbaan

Na maanden werk lag er dit voorjaar 400 meter van stralend blauw, ongerept als een net gedweilde ijsbaan. Maar er was nog geen lijn getrokken. Daarvoor werd een vermaard echtpaar uit Duitsland ingehuurd, met decennia ervaring. Zij verfden met een soort rollend karretje in de hand al lopend op het blote oog het ingewikkelde belijningsplan op de baan, ook in de bochten. Als je heel goed kijkt zie je dat de lanen hier en daar lichtjes zwabberen. „Ze mochten zich aan weerszijden een halve centimeter verslikken”, zegt De Bree. Daar bleef het echtpaar ruim binnen.

De aannemer raakt niet uitgepraat over de 1.001 foefjes op zijn baan. Van een deksel op de steeplechasebak tot betonnen springblokken op een helling ter hoogte van de bocht. Niet voor niets hebben atleten tot in China gevraagd of ze alsjeblieft op Papendal mogen komen trainen.

Eerder in deze serie over ondergrond:

Het graswicket: Keiharde Engelse klei, gemillimeterd Nederlands gras
De zee: Ook de zee heeft gevoel, weten de surfers
    • Dennis Boxhoorn