Ophef over vonnis verkrachtingszaak

Kamervragen Een rechter woog een mogelijke uitzetting mee bij de straf voor een Afghaan. Het vonnis lokt felle kritiek uit, ook van politici.

In 2016 stapt een vrouw van 18 een winkel binnen om naar tassen te kijken. Op verzoek van de dan 36-jarige winkelmedewerker loopt ze mee naar het magazijn, waar hij haar een tas zou laten zien. Maar daar raakt hij haar plotseling aan, verklaart ze over de gebeurtenissen.

Hij zoent haar. Uit haar aangifte blijkt „dat zij als het ware bevriest en alles wat hierop volgt over zich heen laat komen om erger te voorkomen”. S. heeft haar ook gepenetreerd met zijn vinger. Na afloop appt ze haar vriendje. „He fucking raped me.

Het Openbaar Ministerie eiste een straf van 24 maanden tegen winkelmedewerker Zaman S., maar de rechtbank in Amsterdam oordeelde deze zomer dat S. minder lang, 20 maanden, de gevangenis in moet.

Die uitspraak wordt nu van alle kanten bekritiseerd: door het slachtoffer zelf, dat deze week haar verhaal deed in De Telegraaf, maar ook door politici onder wie Thierry Baudet en Geert Wilders. Hun woede richt zich vooral op een onderdeel van het vonnis, waarin staat dat „het niet de bedoeling is dat aan verdachte een zodanige straf wordt opgelegd dat deze verregaande vreemdelingerechtelijke consequenties heeft”. Kamerleden Malik Azmani en Foort van Oosten van de VVD stelden Kamervragen over de uitspraak. „Zo’n vreselijke daad, zou niet zonder consequenties voor het verblijf mogen zijn!”, tweette Azmani.

De glijdende schaal

Tijdens zijn slotpleidooi heeft Hajé Weisfelt, de advocaat van Zaman S., gezegd dat zijn cliënt met een straf van 24 maanden mogelijk Nederland zou moeten verlaten. Hij vermoedt dat de rechter de nu zo bekritiseerde zinsnede daarom heeft opgenomen in het vonnis. Weisfelt: „Later bleek dat ik ernaast zat.”

Of iemand met een verblijfsvergunning kan worden uitgezet wordt berekend met ‘de glijdende schaal’, een tabel van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarin de hoogte van de opgelegde straf en de duur van het legale verblijf in Nederland tegen elkaar worden afgewogen. Volgens die methode kan iemand die zeven jaar in Nederland is, worden uitgezet bij een straf vanaf 22 maanden.

Maar de 38-jarige Zaman S. is al ongeveer twintig jaar in Nederland, waar hij belandde na een vlucht uit het onrustige Afghanistan van de jaren negentig. Zeven jaar geleden kreeg hij uiteindelijk een permanente verblijfsvergunning. Daarvóór had hij al een tijdelijke vergunning. Dat zou dus betekenen dat hij al langer dan zeven jaar een verblijfsvergunning heeft. Weisfelt: „Als hij acht jaar een bewezen verblijfsvergunning heeft, kan hij vanaf een straf van 27 maanden worden uitgezet.” De IND kan ook per geval naar eigen inzicht beslissen.

Nooit eerder veroordeeld

Het vonnis van de rechtbank begint met een heel andere onderbouwing van de lagere straf van 20 maanden, namelijk dat „het feit inmiddels meer dan twee jaar geleden plaatsvond, de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld en ook nadien niet meer met justitie in aanraking is geweest”.

De rechtbank vindt de persoonlijke omstandigheden van S. van belang „en houdt rekening met het feit dat hij, nadat hij hier vanuit een onveilige situatie in zijn land van herkomst is gekomen, zijn leven in Nederland aan het opbouwen is’’.

Nadat S. zeven jaar geleden een permanente verblijfsvergunning kreeg waarmee hij vrijer kon reizen, bezocht hij ongeveer vijf jaar geleden Kabul, de hoofdstad van zijn geboorteland. Daar ontmoette hij een vrouw met wie hij trouwde, die sinds een paar jaar ook in Nederland woont. Op dit moment is zij zwanger van hun eerste kind.

In hoger beroep

De uitspraak heeft ook de vraag opgeroepen of een rechter rekening moet houden met de consequenties van een uitspraak. Miranda Boone, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, deed onderzoek naar dit onderwerp en concludeert dat „het heel wisselend is in hoeverre de rechter rekening houdt met de consequenties voor verblijfsvergunningen”. Boone pleit voor duidelijkere richtlijnen.

Soms zeggen rechters in het vonnis expliciet dat ze er geen rekening mee houden, maar er zijn ook gevallen bekend waarin rechters onomwonden melden dat zij het meenemen in de strafbepaling. „Ik vind dat de rechter het mee zou moeten wegen als de gevolgen voorspelbaar zijn. Het is weliswaar geen officiële straf, maar het voegt wel toe aan het leed.”

Zaman S. is tegen de uitspraak in hoger beroep gegaan. Weisfelt: „Mijn cliënt zegt dat de dame in kwestie zelf avances maakte waardoor hij het idee kreeg dat ze het leuk vond.” Het slachtoffer heeft verklaard zich bedreigd te voelen omdat S. sterker was.

Volgens Weisfelt is S. gaan twijfelen of hij zijn hoger beroep wil handhaven. „Mijn cliënt zegt: ‘Straks doen ze wat de volksaard wil en heb ik een groter probleem’.”

    • Kim Bos