‘Niet kijken’, roept de eerste man ter plaatse. ‘Dit willen jullie niet zien’

De verslagenheid is groot in Oss, waar vier kinderen in een elektrische bolderkar de dood vonden op een spoorwegovergang. Tientallen mensen hebben het zien gebeuren.

Mensen leggen bloemen nabij station Oss-West na het dodelijk ongeluk. Foto Merlin Daleman

De bellen van de spoorweg hadden al gerinkeld, de rode lichten geknipperd. Dan ineens een ongebruikelijke klap, die veel omwonenden van de omliggende rijtjeshuizen luid en duidelijk horen. Een man loopt het spoor op en begint naar omstanders te schreeuwen. „Ga weg, niet kijken, dit willen jullie niet zien!”

Iemand knielt neer naast een ernstig gewonde vrouw, die op de grond achter de spoorbomen zit. Een vrachtwagenchauffeur die voor de spoorwegovergang had staan wachten, stapt uit zijn wagen en rent naar het ongeluk. Buurtbewoner Henny Bettgens, met haar auto in de rij om naar de overkant te gaan, ziet het gebeuren en stapt ook uit. „Je ziet al die spullen. Een roze tas. Ik wilde helpen, maar er waren al zo veel mensen. Had ik naar de kinderen toe moeten gaan?”

Om 8:22 uur krijgt de meldkamer het eerste telefoontje.

Elektrische bolderkar

Op donderdagochtend zijn vijf kinderen en hun begeleidster, die de elektrische bolderkar waarin ze onderweg waren bestuurde, geschept door de sprinter van Den Bosch naar Oss. Vier kinderen (vier, vier, zes en acht jaar) zijn om het leven gekomen. Een vijfde kind (elf jaar) en de begeleidster (32 jaar) raakten zwaargewond. Drie van de kinderen kwamen uit hetzelfde gezin. Een van hen overleefde het ongeval.

Wat er precies is gebeurd, is nog niet bekend. Maar veel mensen hebben gehoord dat de vrouw niet meer kon remmen en dat ook riep. De slagbomen zouden dicht geweest zijn, de vrouw is volgens sommige ooggetuigen over de versperring heen geslingerd terwijl de kar onder de slagbomen doorschoot. Anderen zeggen dat de begeleidster in een poging de kar tegen te houden door de trein is geschept.

Lees ook dit verhaal over De Stint: een elektrisch karretje bedoeld als veilig alternatief

Het is een smalle spoorwegovergang. Twee treinen kunnen elkaar passeren. Wie zijn stem iets verheft, kan een gesprek voeren met een persoon die aan de overkant achter de slagbomen staat te wachten. De spoorwegovergang ligt pal naast station Oss West. Het ongeluk gebeurt tijdens de spits. Er gaan acht treinen per uur. Tientallen mensen zien het gebeuren.

Conducteur

Ergens tussen al die mensen staat ook de conducteur van de trein, waar op dat moment 57 mensen in zitten. Het is de taak van de conducteur om als eerste de ernst van het ongeluk te bepalen, om eerste hulp toe te passen. De politie, die toevallig in de buurt aan het surveilleren was, is snel ter plaatse. Dan komt de ambulance, de brandweer. De 57 reizigers zitten nog anderhalf uur vast in de trein, zij wachten volgens het protocol op een trein die hen komt ophalen en terugbrengt naar Den Bosch.

Vlak na het ongeluk komt een man aangelopen met grote doeken, om het ongeluk af te schermen. Een jongetje van een jaar of tien kan nog niet helemaal bevatten wat er is gebeurd. „Ik moet nu naar school”, blijft hij maar zeggen. „Ik moet nú oversteken.” Buurtbewoner Samantha Wolf zegt tegen hem dat dat nu echt niet kan, en loopt door naar vrouwen van wie zij denkt dat het collega’s van de begeleidster zijn. Die huilen en roepen en willen naar haar toe, maar de politie, die inmiddels is gearriveerd, houdt ze tegen. „Ik heb ze geprobeerd te troosten.”

Wolf praat met een jongen die tegen haar zegt dat hij slachtoffers door de lucht heeft zien vliegen. Ze zegt tegen hem dat hij naar Slachtofferhulp moet gaan. In een buurtcentrum heeft Slachtofferhulp een plek ingericht voor onder meer geschrokken ooggetuigen en schoolgenoten.

De slachtoffers zaten allemaal op basisschool De Korenaer. Ze werden van de voorschoolse kinderopvang Okido naar hun lessen gebracht, een rit van hooguit tien minuten.

Donderdagmiddag om tien voor half vijf worden de hekken waarmee de plek van het ongeval is afgezet weggehaald. Even later rinkelen de bellen weer. Om 16.27 uur raast de eerste trein voorbij.

„De wereld stond stil vanochtend”, zegt burgemeester Buijs-Glaudemans donderdagavond tijdens de raadsvergadering, die geheel in het teken staat van het ongeluk. „De wereld stond stil. Niet alleen in Oss, maar ook daarbuiten.”

Aangeslagen

Lees ook Laat ze hun verhaal doen, al is het honderd keer, over Slachtofferhulp na de botsing in Oss

In Oss is iedereen aangeslagen, in de uren na het ongeluk. Omdat de slachtoffers jonge kinderen zijn, omdat het zo’n ongeluk is dat normaal alleen in nachtmerries gebeurt, maar ook omdat bijna iedereen er iets van meekrijgt: ze hebben het ongeluk zien gebeuren, de sirenes gehoord of de gevolgen gemerkt.

Buijs-Glaudemans: „Omstanders die niet weten wat ze moeten doen. De machinist, de conducteur, de ooggetuigen. Dat zijn ook allemaal slachtoffers van deze onverteerbare gebeurtenis die zomaar kan gebeuren als je op een mooie ochtend naar school gaat.”

In Oss besluiten voetbalverenigingen direct om niet te spelen die avond. Het ROC richt ruimtes in waar studenten met hulpverleners kunnen praten. Om zeven uur staat er een lange rij naar het spoor. Honderden mensen willen er hun bloemen en knuffeldieren neerleggen.

Buijs probeert tijdens de raadsvergadering de saamhorigheid uit te leggen die volgens haar in Oss en Nederland merkbaar is. „Kunt u zich voorstellen dat ouders op weg naar werk via via te horen krijgen dat er een kind is verongelukt. En dan blijkt het niet jouw kind te zijn, maar kun je dan blij zijn?” Ze vertelt over de ochtend van de ouders „die zelfs geen tijd hebben om te realiseren dat twee van hun kinderen zijn overleden, omdat ze in spoed onderweg zijn naar het ziekenhuis waar een van hun kinderen is opgenomen.”

De Korenaer sluit donderdag vroeger. Vrijdagochtend praten de leerlingen van De Korenaer over wat er is gebeurd. „Ze mogen dan tekenen. Misschien richten ze een herdenkingsplek in”, zegt Sandra Beuving, bestuurslid van de scholengemeenschap waar De Korenaer onder valt.

De komende tijd moet duidelijk worden wat er precies is gebeurd. De trein had een „frontcamera”, en die beelden worden nu bekeken. „Dit was geen risico-overweg”, zegt Pier Eringa, president directeur van Prorail. „Maar overwegen blijven levensgevaarlijk.”

    • Kim Bos