Jongeren sceptisch over diensttijd

Experiment 100 miljoen euro trekt het kabinet uit voor de door het CDA en CU zo gewenste maatschappelijke diensttijd. Jongeren vinden het niets.

Meer dan de helft van de jongeren tussen de 15 en 25 doet aan vrijwilligerswerk, volgens het CBS. Foto Hollandse Hoogte

In het regeerakkoord werd de ‘maatschappelijke dienstplicht’ (een wens van de ChristenUnie en het CDA) al verzacht tot een vrijwillige ‘diensttijd’. De projecten die deel uitmaken van die diensttijd, hebben nog vriendelijker namen: ‘Time 4 Your Future’, ‘Boer Bistro’ en ‘Let’s get social’, bijvoorbeeld.

Maandag zijn de eerste 41 projecten begonnen. Zij kregen gezamenlijk 22 miljoen euro subsidie. Doel is jongeren tussen de 15 en 30 jaar „in staat te stellen een bijdrage te leveren aan onze samenleving”. De diensttijd moet hen ook in contact brengen met mensen buiten hun eigen kring. Het gaat nog om experimenten: volgend jaar wordt definitief duidelijk hoe de diensttijd wordt ingevuld. Er wordt jaarlijks 100 miljoen voor uitgetrokken.

Een van de projecten is ‘Ga voor GOUD’ van stichting Centrum 1622. In vijf bijeenkomsten gaan jongeren op zoek naar maatschappelijke thema’s die hun aanspreken, licht directeur Annelies Boom toe. Op basis daarvan bedenken ze drie projecten – bijvoorbeeld een lessenpakket over cyberpesten – die ze bij Haagse organisaties in de praktijk brengen.

Voor het project ‘Boer Bistro’, van onder meer plattelandsjongeren.nl, gaan jongeren diners organiseren met lokale producten bij boeren op het erf. Zowel jongeren uit de stad als van het platteland schuiven daar aan.

Bij sommige projecten krijgen jongeren een certificaat, bij andere een kleine vergoeding. „We onderzoeken wat jongeren het meest aanspreekt”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In het regeerakkoord werd gesproken van een diplomasupplement, dat als pre zou gelden bij sollicitaties bij de overheid.

Oneerlijke concurrentie

Zo’n 15.000 jongeren moeten aan de eerste experimenten meedoen. Veel organisaties zijn nog bezig met het werven van deelnemers.

Het is de vraag of dat makkelijk wordt. Reportages in de media lieten zien dat lang niet alle jongeren zitten te wachten op extra werk in hun vrije tijd. „Want als je thuiskomt en je moet je huiswerk nog doen, sporten of werken: dat is gewoon te druk”, zei een leerling tegen de NOS.

Ook jongerenorganisaties zijn kritisch. De Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) vreest voor verdringing op de stagemarkt. „Terwijl er al weinig stageplekken zijn”, zegt voorzitter Timon van Engen. „We zijn bang voor oneerlijke concurrentie: organisaties nemen misschien eerder een vrijwilliger van het vwo aan dan dat ze een mbo-student een stageplek bieden met een vergoeding.”

Bovendien, zegt hij, is de maatschappelijke diensttijd overbodig: „Mbo’ers stáán al midden in de maatschappij. We lopen stage, hebben contacten met het bedrijfsleven en zitten met allerlei soorten mensen in de klas.” JOB praat overigens wel mee over de invulling van de diensttijd. „Nu het er komt, maken we er het beste van.”

Jordy Klaas, de 17-jarige voorzitter van scholierenorganisatie LAKS, kan „hier wel een uur over doorpraten”, zegt hij. „Wij vinden dit een heel raar plan.”

Die 100 miljoen kan volgens hem beter besteed worden aan „bijvoorbeeld het lerarentekort”. „Dan los je een probleem op. Maar hier is helemaal geen probleem. Meer dan de helft van de jongeren zet zich al in als vrijwilliger.” Uit cijfers van het CBS blijkt dat inderdaad; alleen 35- tot 55-jarigen doen meer aan vrijwilligerswerk.

Bovendien zijn de plannen nog „heel vaag”, zegt Klaas. „Alleen al aan experimenten geven ze tientallen miljoenen euro’s uit. Ik vraag me af of die organisaties wel de juiste mensen weten te bereiken en niet alleen jongeren die ouders hebben met een goed netwerk.”

En stel dat je mantelzorger bent, gaat hij verder. „Dan heb je hier helemaal geen tijd voor. Terwijl je dan ook een bijdrage levert aan de maatschappij.” Daarbij, zegt hij: de prestatiedruk is al hoog. „Het ministerie zegt wel dat de diensttijd dat niet moet verergeren, maar het is iets dat er óók nog bij komt.”

Het ministerie is „heel alert” op al deze punten tijdens de proefperiode, aldus de woordvoerder. In februari begint een tweede ronde experimenten. Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) schreef maandag in een Kamerbrief dat die ronde op verzoek van het CDA „expliciet ruimte” biedt aan projecten „met een meer verplichtend karakter”, gericht op meerderjarige jongeren zonder startkwalificatie.

    • Mirjam Remie