Hoeveel ‘Orbánnen’ kan de EU aan?

Europese politieke families

In plaats van hun ‘rotte appels’ uit Oost-Europa aan te pakken, houden fracties in het Europees Parlement zich liever stil.

Vlnr: Bulgaarse premier Boyko Borisov, Tsjechische premier Andrej Babis, Slowaakse premier Peter Pellegrini, Roemeense premier Viorica Dancila, Poolse premier Mateusz Morawiecki en de Hongaarse premier Viktor Orbán. Foto’s AFP, EPA en AP

‘Kunt u mijn partij alsjeblieft uit de Europese familie gooien?” Met deze smeekbede zorgde de jonge Roemeense Europarlementariër Catalin Ivan vorige week in Straatsburg voor een tweede primeur gedurende een etmaal Europese politiek.

Voor het eerst in zijn geschiedenis deed het Europees Parlement een oproep tot de artikel 7-strafprocedure, gericht tegen de autocratische en van EU-subsidiemisbruik verdachte Hongaarse regering van premier Viktor Orbán. Dat werd voorpaginanieuws. Maar de primeur van de Roemeense Ivan – je eigen partij op het hakblok leggen – bleef daardoor onopgemerkt.

In de grote familie van Europese sociaaldemocraten, de zogeheten S&D-fractie waarvan ook de PvdA lid is, zetelt Ivan namens de Roemeense regeringspartij PSD. Die partij was afgelopen zomer verantwoordelijk voor het gewelddadig neerslaan van anticorruptieprotesten in Roemenië.

De verontwaardiging daarover was groot, maar de S&D-top hield zich angstvallig stil – eerst maar eens Orbán, lid van de concurrerende EVP-familie van christendemocraten aanpakken.

Lees ook: Orbán is olifant in de kamer op migratietop Salzburg

Ivan vindt echter dat het zwijgen over het gedrag van Oost-Europese leiders maar eens moet worden doorbroken: de kwestie-Orbán staat niet op zich, er zijn meer ‘Orbánnen’ in de EU. „De discussie over de PSD nog langer uitstellen betekent dat we instemmen met een van de schadelijkste regimes van Europa”, schreef hij in een oproep aan de S&D-top. In Roemenië loopt een onderzoek naar miljoenenfraude met EU-subsidies door PSD-voorzitter Liviu Dragnea. „Elke nieuwe dag met de PSD in onze rangen is funest.”

Krijgt Ivan na de historische Hongarije-stemming zijn zin?

Grote schoonmaak

„De artikel 7-oproep tegen Orbán is een kantelmoment”, zegt Paul Tang, leider van de PvdA-fractie in het Europarlement. Met nog acht maanden te gaan tot de Europese verkiezingen in mei 2019 moet volgens Tang de grote schoonmaak beginnen. „Elke Europese fractie zit wel in z’n maag met een ‘Orbán’.” In zijn Europese S&D-fractie „groeit het ongemak met de partijgenoten in Roemenië en Slowakije.”

De zorgen over aanhoudende corruptie in die beide landen zijn er al langer. Nieuw is echter „de ideologische botsing”: net als Slowakije overweegt Roemenië om een verbod op het homohuwelijk in de grondwet op te nemen. Ondanks een uitspraak van het Europese Hof, dat alle EU-lidstaten de rechten van getrouwde homoparen moeten beschermen, organiseert de Roemeense regering op 7 oktober een referendum over het verbod. „Dit is voor ons als PvdA onaanvaardbaar”, zegt Tang.

Ook de Europese familie van liberalen (ALDE, waarvan VVD en D66 lid zijn) zal in de Roemeense kwestie kleur moeten bekennen. De coalitiegenoot in de Roemeense PSD-regering is de partij Alliantie van Liberalen, tevens lid van de ALDE-familie. Als het referendum uitdraait op een verbod op het homohuwelijk, „dan kunnen wij die Roemenen er niet meer bij hebben”, zegt een bron bij de Europese liberalen in Brussel.

Maar ALDE-leider Guy Verhofstadt heeft een veel acuter probleem. Op de dag dat hij een tweet rondstuurde met een ALDE-video waarin de Hongaarse premier Orbán als corrupte leider wordt afgeschilderd, werd Verhofstadt pijnlijk geconfronteerd met een rotte appel in zijn eigen kamp. Corruptiewaakhond Transparency International (TI) diende deze week bij de Europese Commissie een klacht in tegen de Tsjechische premier en ALDE-lid Andrej Babis. Volgens TI is het „aannemelijk” dat zakenman-miljardair Babis schuldig is aan belangenverstrengeling bij het opstrijken van EU-subsidies. Daarnaast steunt Babis, als enige ALDE-kopstuk, zijn Hongaarse collega Orbán.

De problemen afdoen als kinderziektes in jonge EU-lidstaten aan de rand van Europa is „naïef”, zegt EU-expert Richard Youngs van de Brusselse denktank Carnegie Europe. Het is volgens Youngs „een trend” in het hart van de EU. In Polen, een van de grootste EU-landen, wordt volgens Brussel de rechtsstaat uitgekleed. De eerste helft van dit jaar had Bulgarije, het corruptste EU-land, als voorzittend EU-land de regie. Op 1 januari is Roemenië aan de beurt om de EU voor te zitten. De ‘jonge’ EU-landen bepalen mede de koers van de Unie.

Rechtsstaat

Betekent dat: wen er maar aan? Hoeveel ‘Orbánnen’ kan de EU aan?

Youngs: „Toen de Oost-Europese landen vanaf 2004 toetraden tot de EU hebben we getracht ze te helpen bij het opbouwen van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie. Dat ze ook democratisch zouden worden, leek vanzelfsprekend. Niet dus.”

Volgens Youngs is de EU goed in het exporteren van democratie naar landen búiten de EU, maar niet bínnen de EU. Hij vreest dat het te laat is Hongarije nog op de rails te krijgen. „Orbán heeft de samenleving van alle onafhankelijke instellingen gezuiverd. In een land als Roemenië is nog debat en straatprotest. Nóg een keer te laat komen kan de EU zich niet veroorloven.”

Lees ook: Oorvijg voor Orbán luidt de Europese verkiezingsstrijd in

Maar komt het tot die ‘grote schoonmaak’? Voorlopig houdt de christendemocratische EVP Orbán binnenboord. ‘In debat blijven met elkaar’ is het motto. Ook bij de sociaaldemocraten en liberalen klinkt nog geen ferme oproep om hun ‘Orbánnen’ uit de familie te stoten.

‘We laten ons niet chanteren, laten we Hongarije verdedigen!’, klinkt intussen de boodschap van een door Orbán gestarte video- en billboardcampagne. Hij wil daarmee zijn volk ervan overtuigen dat de artikel 7-strafprocedure tegen Hongarije onterecht is.

„Van die sanctie verwacht ik niet veel”, zegt EU-expert Youngs. De benodigde unanimiteit om ‘7’ – het verlies van stemrecht aan de EU-vergadertafels – te activeren – is onwaarschijnlijk omdat Polen Hongarije steunt.

Orbáns „gestage uitbouw van een autocratie” heeft volgens Youngs „aanstekelijk” gewerkt in Hongaarse buurlanden, met een verdieping van de kloof tussen West- en Oost-Europa als gevolg. Tegelijk heeft Youngs zijn hoop op het overbruggen van die kloof gevestigd op diezelfde Orbán. „Als Orbán nog verder gaat in zijn confrontatie met de EU, komt er een moment dat zijn buren denken: dit is niet langer in ons belang.”

    • Tijn Sadée