Recensie

Driemaal bijzonder ballet op ‘Grosse Fuge’

Dans Het Ballet de l’Opéra de Lyon presenteert in ‘Trois Grande Fugues’ drie balletten van Lucinda Childs, Anne Teresa De Keersmaeker en Maguy Marin. Alle drie lieten ze zich inspireren door Beethovens ‘Grosse Fuge’.

Foto Ballet de l’opéra de Lyon

Het is geen uitzondering dat meerdere choreografen zich door een bepaalde compositie laten inspireren. Maar drie verschillende choreografieën op dezelfde muziek in één programma? Dat gebeurt niet vaak.

Toch is dat buitengewoon interessant, bleek afgelopen dinsdag bij het optreden van het Ballet de l’Opéra de Lyon in Amsterdam. Dat presenteerde in Trois Grande Fugues balletten van Lucinda Childs, Anne Teresa De Keersmaeker en Maguy Marin. Drie grandes dames die zich alle drie lieten inspireren door Beethovens Grosse Fuge.

De drie stukken tonen verwantschappen en verschillen, waarbij ieder zijn eigen muzikale opvatting demonstreert en een persoonlijke dramatische toon kiest.

Bij De Keersmaeker, wier Die Grosse Fuge uit 1992 stamt, is die onnadrukkelijk, met veel huppelpassen, ongedwongen sprongetjes en de duik- en rolpartijen die zij in haar vroegere werk vaak gebruikte. De manier waarop de zes mannen en twee vrouwen in zwarte pakken de onstuimige dynamiek van Beethovens compositie volgen, oogt doordacht en vanzelfsprekend. Grappig genoeg doet de lichtheid van hun passen denken aan Childs, maar dan geïnjecteerd met de organische losheid van Trisha Brown, een snufje theater en een uitbundigheid die overslaat op het publiek.

Childs’ werk, uit 2016, voor zes paren valt tegen door een beperkt vocabulaire van klassieke passen en arabesken en de, zeker voor een Childs-choreografie, merkwaardig logge uitvoering (wat ook aan de gebruikte orkestversie ligt) van de strakke, ruimtelijke patronen. Wel is er een fraaie tegenstelling tussen de vrijwel voortdurende draaipassen en de strakke belijning van armen en benen – rechte lijnen, hoeken, kruisen, diagonalen.

Rechtlijnig is Grosse Fuge (2001) van Maguy Marin allerminst. Haar vrouwenkwartet lijkt een meeslepende uitbarsting van natuurlijke bewegingsimpulsen en emoties (wanhoop lijkt het) voortgestuwd door de muziek. De ruggen worden gekromd, de armen halen uit, billen draaien, benen zwiepen wild omhoog. Maar er zijn, analoog aan de muziek, ook momenten van verstilling. Even maar.

    • Francine van der Wiel