Opinie

    • Maarten Schinkel
Diplomatie

Handelsconflict VS en China wordt riskant

Wie had gehoopt dat de handelsstrategie van president Trump uiteindelijk zou bestaan uit enkel dreigementen, heeft tot nu toe ongelijk gekregen. De lijst van voorgenomen en uitgevoerde maatregelen, en tegenmaatregelen, is inmiddels lang. De Europese Unie is al getroffen door invoerheffingen op staal en aluminium. Tegenzetten, waaronder heffingen op sommige Amerikaanse producten, hebben niet veel uitgehaald of hooguit wat tijd gekocht.

Mexico is al gedwongen zijn Nafta-vrijhandelsovereenkomst met de Verenigde Staten te heronderhandelen. Het andere Nafta-lid, Canada, biedt weerstand, maar het Witte Huis geeft geen krimp. De regering-Trump onderzoekt inmiddels of alle auto-invoer naar de Verenigde Staten, met een gezamenlijke waarde van zo’n 350 miljard dollar per jaar, kan worden aangepakt met een verwijzing naar de ‘nationale veiligheid’ – een argument dat ook werd gebruikt met betrekking tot staal en aluminium.

Dat Amerika’s trouwste bondgenoten, van Canada en Europa tot Japan, daarmee worden geschoffeerd, is kennelijk geen overweging. Dat de bedrijvigheid anno 2018 bestaat uit grensoverschrijdende productieketens, waardoor Amerikaanse bedrijven en werknemers zelf worden getroffen, ook niet. Noch dat bedrijven en consumenten in de VS de invoerheffingen uiteindelijk grotendeels zelf betalen via hogere prijzen van producten en halffabrikaten. Het Amerikaanse bedrijfsleven wees Trump daar al op, maar ving bot.

Het meest brisante strijdperk is echter dat tussen de Verenigde Staten en China. De regering-Trump heeft al invoertarieven op 50 miljard aan Chinese goederen ingesteld. Maandag kondigde de president, ondanks lopende onderhandelingen, heffingen aan op nog eens 200 miljard aan Chinese import. En het is niet ondenkbaar dat daar nog eens 250 miljard bijkomt, waardoor de totale Chinese uitvoer naar de VS zou worden getroffen.

China zelf kan maar beperkt terugslaan: met in totaal slechts 130 miljard dollar invoer uit de VS zijn daar minder mogelijkheden toe. Maar Beijing geeft tot nu toe geen krimp. Het ziet er dus niet naar uit dat de spiraal van handelsconflicten op korte termijn wordt gebroken. De Congresverkiezingen van begin november spelen daarbij vermoedelijk een rol.

Zolang er geen terugslag is in de stemming onder wat Trump als zijn electoraat beschouwt, en zolang de financiële markten niet negatief reageren, is er weinig compromisbereidheid te verwachten. Maar verrassingen zijn, zeker met dit Witte Huis, nooit uit te sluiten. De nieuwe invoertarieven op Chinese producten zijn nu 10 procent, en stijgen pas naar 25 procent begin 2019. Zo wordt de Amerikaanse consumenten met zijn kerstinkopen uit de wind gehouden, maar is er ook ruimte voor onderhandelingen.

Dat laatste zal ook afhangen van China’s bereidheid tot compromissen. Een verenigd front van de VS, de EU en andere industrielanden had veel kunnen bewerkstelligen. China’s markt is inderdaad te gesloten en de heimelijke of openlijke eisen voor overdracht van intellectueel eigendom om toegang te krijgen, zijn zeer aanvechtbaar. Door niet samen te werken, maar unilateraal te handelen, vernauwt Trump de handelsstrijd nu tot conflict tussen de heersende en opkomende supermacht. Van Beijing mag onder die omstandigheden nog minder toegeeflijkheid worden verwacht dan het normaal al etaleert. Gangbare diplomatie lijkt, met een onberekenbare president in het Witte Huis, niet te werken. De rest van de wereld, Europa incluis, kan op dit moment enkel tegen beter weten in hopen dat de rede uiteindelijk prevaleert.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

    • Maarten Schinkel