Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De verhuftering in de nationale vergaderzaal

De theorie is dat de Kamer Algemene Politieke Beschouwingen houdt om een botsing van maatschappijvisies in beeld te brengen. Een test van ieders opvattingen. Politieke marktwerking: confronteer ideeën met andere ideeën, en je krijgt betere ideeën.

De praktijk is anders: in het grootste beleidsdebat van het jaar draait het vooral nog om rotjes gooien.

Wie het brutaalste moment kiest, en de verrassendste knal teweegbrengt, wint de slag om de aandacht. Het maakt niet uit hoe ze over je praten, als ze maar over je praten: beoefenaren van politiek benaderen hun vak toenemend als reclametechniek.

Denk niet dat dit bij Wilders is begonnen. Begin jaren tachtig had je al Marcel van Dam (PvdA) die premier Lubbers verweet dat hij mensen ‘belubberde’. Maar er is een grens gepasseerd toen gedoogpartner Wilders (‘doe normaal man’) en premier Rutte (‘doe zelf normaal, sjongejonge’) in 2011 allebei bleken te profiteren van de jij-bak.

Sindsdien schaamt niemand zich nog voor de politiek van ‘Kijk naar je eige’.

Zo beleefden we woensdag het nieuwste dieptepunt. Wilders meende dat Kuzu moet oprotten omdat Kuzu eerder zei dat bepaalde Nederlanders moeten oprotten.

Kuzu zei daarop dat de erfenis van Wilders is doordrenkt met bloed en zinspeelde erop dat Wilders moet oprotten.

Het debat teruggebracht tot uitwisseling van woede, en de voorzitter liet het passeren: de verhuftering van de Kamer werd van officiële zijde getolereerd.

Het probleem beperkt zich allang niet meer tot enkelingen. Alle politici weten voortaan dat hun debatbijdrage zonder rotjes gooien vergeten zal worden, en dus dacht Dijkhoff (VVD): ik begin woensdagochtend alvast in het AD.

Hij had een nieuwe VVD-visie beloofd – en dit mondde uit in het ideetje criminaliteit in probleemwijken dubbel zo zwaar te bestraffen.

De voorspelbare bezwaren kwamen van alle kanten. De ene coalitiepartner, Buma, stelde vast dat je het ronselen van kinderen in de ene wijk nooit zwaarder kunt straffen dan in de andere. De andere, Pechtold, zei dat hij dwars voor het plan zou gaan liggen. Het idee was al dood toen het werd ingediend – maar Dijkhoff had toen allang de gratis aandacht gekregen die hij zocht.

Als het redelijk goed gaat met het land, zou je willen dat de politiek de samenleving niet in de weg zit. Toch is dat wat we hier zagen. Het rotje als genormaliseerde politieke stijlfiguur. Het politieke belang dat uitstijgt boven het belang van de burger.

Gooien, knallen, daarna zien we wel: ooit was de politicus er voor de burger, nu is de burger er voor de politicus.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi

    • Tom-Jan Meeus