Recensie

Bij opening NewLands Festival komt uitwisseling traag op gang

Cross-over Het NewLands Festival richt zich op uitwisseling tussen oosterse en westerse muziek. Het openingsconcert ging over krachtige moederfiguren. Een boeiend programma, dat helaas lange tijd niet wilde vonken.

Sopraan Núria Rial.

‘Ode aan vrouwen’ luidt het thema van het NewLands Festival, dat woensdagavond van start ging met een boeiend programma over krachtige moederfiguren, van de maagd Maria tot vruchtbaarheidsgodin Isjtar. Het festival, voorheen bekend als Morgenland Amsterdam, richt zich op uitwisseling tussen oosterse en westerse cultuur. Komende dagen zijn er optredens van onder meer violiste Layale Chaker met Holland Baroque en van Tony Overwaters Tessera Ensemble.

In het programma Mother-Umm-Madre (drie keer ‘moeder’) stonden zangeressen Núria Rial en Dima Orsho naast elkaar, begeleid door ensemble Musica Alta Ripa. Zij zongen om beurten barokaria’s (Rial) en slaapliedjes uit het Midden-Oosten (Orsho). Het concert begon sterk, met een uitgesponnen improvisatie van Mevan Younes op de buzuq (Arabische langhalsluit). Rial etaleerde haar klasse in een opzwepende sequentie uit Telemanns cantate ‘Ino’ en Orsho zong het Syrische lied ‘Wa Habibi’, begeleid door het kistorgel.

Maar verder ging de uitwisseling lange tijd niet. Bovendien zaten er voortdurend veel musici werkeloos op het podium, waardoor het geheel nogal statisch en traag aandeed. De beschroomdheid op het podium sloeg over op het publiek, dat pas na een half uur durfde te applaudisseren. Het vonkte pas werkelijk toen blokfluitiste en artistiek leider Danya Segal haar musici na afloop hartstochtelijk knuffelde.

Het was Orsho die de ban brak. Begeleid door Younes op buzuq liet zij het betoverende wiegeliedje ‘Nini’ ontaarden in een swingende vocale improvisatie. Daarna oogstte ook gelauwerd barokspecialist Rial verdiend applaus en zongen zij samen Händels duet ‘Great victor, at your feet I bow’.

Het sluitstuk, Orsho’s compositie Ishtar: the greater mother, bleek een suite van wisselende kwaliteit, die maar half gered werd door de improvisaties. Slagwerker Hogir Göregen stal de show met een wervelende solo op de daf, een grote lijsttrommel met belletjes. Echte synergie ontstond er toen Rial en Orsho tegen een slepende groove tweestemmig een rauwe sfeer opriepen.

    • Joep Stapel