Recensie

Bij -45 op sneeuwscooter door de noordelijkste bossen

Fotografie Fotograaf Jeroen Toirkens reist samen met journalist Jelle Brandt Corstius langs de noordelijkste bossen van de wereld voor het multimediaproject ‘Borealis’. „Een derde van alle bomen in de wereld staat hier.”

Jeroen Toirkens, Two Granny Pines Scotland, 2017 Foto Jeroen Toirkens/Borealis Project/courtesy Kahmann Gallery Amsterdam

Bij 45 graden onder nul, in Noord-Canada, kreeg fotograaf Jeroen Toirkens zijn fotorolletjes niet dichtgeplakt. Journalist Jelle Brandt Corstius werd bijna bevangen door de kou, vertelt hij, toen hij na twee uur op de sneeuwscooter de vergissing maakte om zijn pak open te ritsen om te plassen.

Ontberingen leveren achteraf altijd goede verhalen op, ook voor dit duo. Samen zijn ze al vier jaar bezig aan het wereldomspannende multimediaproject ‘Borealis’, over de boreale zone, de noordelijkste bossen van de wereld. Nu zijn ze iets meer dan halverwege en laten voor het eerst een tussentijds overzicht zien in de Amsterdamse Kahmann Gallery. Acht foto’s uit het project hangen ook op fotobeurs Unseen, die vrijdag opent. Hun avonturen zijn te volgen op borealisproject.nl en op de site van mediapartner Trouw, met de foto’s van Toirkens en verhalen van Brandt Corstius die hij er ook op voorleest. In 2020 verschijnt het als boek en komt er een tentoonstelling in Fotomuseum Den Haag en in een museum in Anchorage, Alaska.

Op de beelden in de galerie zie je uiteraard veel bomen, soms ook wel mensen. Alle foto’s vertellen het verhaal van de sporen die de mens heeft veroorzaakt in de boreale zone. „Borealis is de cirkel van naaldbomen en berken die zich uitstrekt over Europa, Azië en Noord-Amerika”, legt Toirkens uit. „Een derde van alle bomen in de wereld staat hier. Borealis is heel belangrijk voor de opslag van CO2 en de productie van zuurstof – maar toch is minder dan 12 procent ervan beschermd gebied.”

Jeroen Toirkens, Boreal Tree 23, 2017
Foto Jeroen Toirkens/Borealis Project/courtesy Kahmann Gallery Amsterdam
Jeroen Toirkens, Boreal tree 7, 2016
Foto Jeroen Toirkens/Borealis Project/courtesy Kahmann Gallery Amsterdam
Jeroen Toirkens, Gennady’s Car Russia, 2018
Foto Jeroen Toirkens
Foto’s Jeroen Toirkens/Borealis Project/courtesy Kahmann Gallery

Tot nu toe hebben ze vijf reizen gemaakt, naar Noorwegen, Japan, Schotland, Canada en Rusland. Volgend jaar volgen er nog drie, naar Noorwegen, Siberië en Alaska. „In Noorwegen gaan we deze keer mee met mariniers die als onderdeel van hun opleiding twee weken in de bossen in de winter moeten bivakkeren”, vertelt Brandt Corstius, „en in Siberië met de brandweer.” De laatste aflevering, over Alaska, zal over henzelf gaan.

Rode lintjes

In al die gebieden weten ze gesprekken aan te gaan met mensen die in die bossen wonen en werken. Toirkens wist via Facebook in contact te komen met een houthakker in Noorwegen. De man bleek een gouden vondst te zijn, want iedereen in de omgeving kocht zijn hout daar. In Japan trokken ze op met wetenschappers die de bossen onderzoeken op Hokkaido, het noordelijkste eiland van Japan. Tussen de takken staan steigers, aan sommige takken hangen rode lintjes als onderdeel van dat onderzoek.

Jeroen Toirkens, Gennady Russia, 2018. Foto Jeroen Toirkens/Borealis Project/courtesy Kahmann Gallery Amsterdam

Een van de favoriete foto’s van Brandt Corstius is van de oom van de Russische geluidsman met wie hij samenwerkte aan een VPRO-reisserie. De man, bewaker bij een houtbedrijf bij Archangelsk, steekt net zijn hoofd uit het kelderluik waar de hele mondvoorraad voor de winter in weckpotten staat opgeslagen. „Hij stookt zijn eigen cognac. We zaten daar dagenlang in een staat van permanente halfdronkenschap.”

Beiden waren gegrepen door het verhaal van de Cree-bevolking in Canada. Toirkens: „In de jaren tachtig hebben ze veel van hun land verkocht voor de houtkap. Ze hadden het geld nodig, want door de campagne van Greenpeace tegen het doden van zeehonden kelderden ook de prijzen van de bever- en martervellen die de Cree verkochten. Nu zien ze wat de houtkap met hun leefwereld doet en hebben ze spijt.” Op sommige plaatsen is het bos opnieuw aangeplant, maar de bomen staan nu te dicht bij elkaar, de elanden en de kariboes kunnen er niet tussendoor lopen. En met het aanplanten van nieuwe bomen heb je nog lang geen bos, dat duurt decennia, dus is er niet genoeg mos voor ze om te eten. „Nu voeren de Cree – ironisch genoeg – samen met Greenpeace campagne voor écht herstel van de bossen.”

Boom, bosje, woud

Toirkens en Brandt Corstius hebben voor Borealis geen subsidie willen aanvragen – die tijd en moeite steken ze liever in het project. De financiering komt van sponsors – ASN Bank, Staatsbosbeheer, het museum in Anchorage – en particuliere donateurs. Die krijgen als dank een doos van Zweeds berkenhout met acht vakjes, één per reis, met daarin een klein aandenken: een stukje boombast uit Noorwegen, een paar dennenappels uit Schotland, een prachtig gevouwen papiertje met daarop drie Japanse karakters: boom, bosje, woud. „Van al onze reizen sturen we ook ansichtkaarten aan onze nieuwe abonees”, lacht Brandt Corstius, „maar of die vanuit deze uithoeken van de wereld ooit aankomen…?”

    • Tracy Metz