Recensie

‘Zauberflöte’ piept en kraakt door te enthousiast schrapwerk

Opera Met resoluut schrap- en snijwerk ontleedde Romeo Castellucci een nogal eendimensionale moraliteit uit Mozarts veelkleurige ‘Die Zauberflöte’.

Pronkkostuums, donzige vogelveren, en hallucinante fractaldesigns (Michael Hansmeyer) zorgen voor een hagelwitte rococotrip. Foto De Munt

Deze maand pendelt de dirigent Antonello Manacorda druk heen en weer tussen De Nationale Opera en De Munt om in beide huizen Mozarts Die Zauberflöte te leiden. In totaal verschillende versies: in Amsterdam is momenteel de succes-enscenering van Simon McBurney uit 2012 te zien. Dinsdag ging in Brussel een nieuwe regie van Romeo Castellucci in première.

Castellucci maakte de afgelopen jaren naam als radicaal ontleder van grote opera’s. Ook zijn Zauberflöte kenmerkt zich door resoluut schrap- en snijwerk. Sprookjessfeer en vrijmetselaarssymboliek? Weg ermee. De vele gesproken dialogen? Streep erdoor. Wat overblijft is een uitgebeend conceptueel skelet van tegenstellingen (licht-donker, man-vrouw, goed-kwaad), opgehangen aan twee centrale personages: de hogepriester Sarastro en de Koningin van de Nacht.

Op z’n kop

Natuurlijk zet Castellucci de Verlichtingsmoraal van het oorspronkelijke werk geheel op z’n kop. De Italiaan plaatst volvette vraagtekens bij Sarastro’s cultus van wijsheid en zuiverheid, getuige een ingrijpende herwerking van het tweede bedrijf. Vijf mannen met ernstige brandwonden doen er op aangrijpende wijze verslag van hun kennismaking met het ‘licht’. Figuurlijk uitgelegd: brandende overtuigingen van het universeel Goede en Ware hebben dikwijls een verwoestende uitwerking.

Of die extreme make-over werkt? Wel in het eerste bedrijf, waar Castellucci de strenge symmetrie van zijn conceptuele kapstok consequent doorvoert in een adembenemende mise-en-scène. De zangers worden er gedubbeld door dansers in een gespiegelde synchroonchoreografie (Cindy van Acker). Pronkkostuums, donzige vogelveren, en hallucinante fractaldesigns (Michael Hansmeyer) zorgen voor een hagelwitte rococotrip.

Het tweede bedrijf slaat echter een gat in de voorstelling. Talrijke coupures en theatrale toevoegingen maken dat de muzikale boog hopeloos instort. In filosofische bespiegelingen blijft het gissen naar samenhang. En Sarastro (een verder voortreffelijke Gabor Bretz) die zijn verheven aria O Isis und Osiris zingt in een grauwe kazerne: mwah.

Doorgeschoten dadendrang

Je kunt je afvragen of Castellucci niet is doorgeschoten in zijn hermeneutische dadendrang. Door alle ingrepen is de opera voor niet-ingewijden nauwelijks nog te volgen. Bovendien: waar Mozarts origineel betovert door een veelkleurige mengelmoes van het banale en het verhevene, sprookjesmagie en mystiek, daar rest bij Castellucci een nogal eendimensionale moraliteit.

Ook muzikaal was het niveau wisselend: Manacorda reeg een wervelende ouverture, mooie authentieke koperkleuren en spetterende slotkoren aaneen met korrelige strijkersinzetten en een orkest dat net te vaak uit de pas liep met de zangers.

Waarvan akte in de aria Der Hölle Rache. Doodzonde voor sopraan Sabine Devieilhe die met haar slanke hoogte en briljante coloraturen een prima Koningin van de Nacht afleverde. Sophie Karthäuser imponeerde als Pamina met een fraai gedoseerd vibrato en emotioneel geladen fluisteringen in Ach, ich fühl’s. Ed Lyon portretteerde soms teder, dan weer heroïsch een overtuigende Tamino. Georg Nigl was als Papageno vermakelijk clownesk met gekke stemmetjes en malle pasjes.

Correctie (19-09-2018): In een eerdere versie stond dat Ed Lyon de rol van Papageno speelde. Dat moet Georg Nigl zijn.

    • Joep Christenhusz