Van onze belastingcenten

Ewoud Sanders

Vreemd genoeg is de geschiedenis van het woord belastingcenten nog nooit in kaart gebracht. In het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, ontbreekt het. De Dikke Van Dale kent het wel maar volstaat met dat het een informeel woord is voor ‘belastinggeld’.

Informeel is het zeker. Ik vermoed dat veel mensen het volks en plat vinden. Dat komt doordat het voorkomt in de vaste zegswijze van mijn, onze, jouw belastingcenten. Met als uitbreidingen: van onze dure of zuurverdiende belastingcenten.

Met het voorlezen van de Troonrede heeft de koning ons onder meer verteld hoe onze belastingcenten het komende jaar zullen worden besteed. Toch zul je die formulering niet snel in deze context aantreffen. Van onze belastingcenten is namelijk geen neutrale uitdrukking; het is geen synoniem voor ‘met overheidsgeld betaald of te betalen’. Mensen die het over belastingcenten hebben, zijn doorgaans verontwaardigd en van mening dat het overheidsgeld verkeerd is of dreigt te worden besteed.

Diverse discussies en onthullingen hebben ervoor gezorgd dat deze uitdrukking de laatste weken bovengemiddeld vaak is gebruikt. Zo twitterde iemand, nadat Trouw en Nieuwsuur hadden onthuld dat de Nederlandse overheid de gematigde, gewapende oppositie in Syrië voor ruim 25 miljoen euro aan onder meer pick-uptrucks en uniformen had geleverd: „Hallucinant, zie je over je beeldscherm hele konvooien van jouw belastingcenten bekostigde pick-up trucks rijden vol bewapende, van jouw belastingcenten kek geüniformeerde en uitgeruste jihadstrijders die er enthousiast Allahu Akbar schreeuwend mee naar het front vervoerd worden.”

Ook in de discussie over het afschaffen van de dividendbelasting worden de belastingcenten geregeld beter besteed: „Graag meer belastingcenten naar agenten en niet naar meer dividend voor buitenlandse investeerders!”

Het is geen toeval dat deze citaten uit de sociale media komen. Daar is de toon, zoals bekend, al snel wat losser. Kranten zijn veel terughoudender in het gebruik van dit woord. In NRC is belastingcenten dit jaar slechts één keer gebruikt en in heel 2017 slechts vijf keer. Dat komt zonder twijfel omdat het zo schreeuwerig en weinig genuanceerd overkomt.

Heeft belastingcenten die gevoelswaarde al lang? Bij mijn weten is deze uitdrukking aan het eind van de negentiende eeuw ontstaan. Het socialistische dagblad Recht voor allen klaagde begin 1891 dat „men onze afgeperste belastingcenten” totaal verkeerd besteedde – namelijk aan verfraaiingen van een rooms-katholieke kerk. Vanaf het begin is het woord met veel verontwaardiging omgeven, en soms met ironie. Zo meldde Het Volk, dagblad van de arbeiderspartij, in 1901 dat koningin Wilhelmina voor haar huwelijk van de gemeente Amsterdam een zilveren tafelgarnituur had gekregen, „betaald van onze lieve belastingcenten”. Later dat jaar nam dit dagblad een spotdicht op met de regels: „Al preekt men God’s woord duizendmaal/ Voor kanonnen en brandkast koopt men staal/ Van de belastingcenten.

Opmerkelijk is dat het woord aanvankelijk ook vaak in de verkleinvorm voorkwam. Zo schreef de conservatieve Haagsche Courant in 1915: „Het is of het Rijk je een gunst bewijst door je zuur bespaarde belastingcentjes in ontvangst te nemen!”

Die verkleinvorm komt nog steeds voor. Maar veel minder vaak dan de standaardvorm en toch ook voornamelijk in verontwaardigde hartenkreten als deze: „Die uitkering die jij elke maand ontvangt betalen wij van onze belastingcentjes.”

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders