Oppositie vormt geen blok tegen coalitieplannen

Oppositiepartijen

Bij linkse oppositie bleek de wens zich van elkaar te onderscheiden groter dan die om samen op te trekken. En dat ondanks de dividendbelasting.

Jesse Klaver woensdag tijdens de politieke beschouwingen. Foto David van Dam

Van intensieve linkse samenwerking die de coalitie in het nauw brengt, was tijdens de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen nog weinig te merken.

Ja, GroenLinks, SP en PvdA stelden, als alternatief voor de Miljoenennota, voor het eerst een gezamenlijke tegenbegroting op. Door de dividendbelasting te behouden, de winstbelasting ongemoeid te laten en de inkomstenbelasting niet te verlagen zou de btw-verhoging kunnen worden geschrapt, het eigen risico in de zorg verlaagd en 2 miljard euro in de publieke sector geïnvesteerd.

Het schrappen van de dividendtaks werd vaak en fel gehekeld door Jesse Klaver, Lilian Marijnissen en Lodewijk Asscher, maar hun debatstrategieën waren onsamenhangend, ze vormden geen blok. De wens zich van elkaar te onderscheiden bleek sterker dan die om samen op te trekken. Bovendien, met hun 37 zetels vertegenwoordigen ze maar de helft van de versplinterde oppositie in de Tweede Kamer.

Hoe verhielden de vier voornaamste fractieleiders van oppositiepartijen zich tijdens het debat tot de coalitie en elkaar?

Geert Wilders (PVV)

Geert Wilders (PVV), de leider van de grootste oppositiepartij, begon niet met een aanval op het kabinet, maar op Tunahan Kuzu (Denk). Hij ruziede met zijn nieuwe favoriete vijand over wie er uit Nederland zou moeten „oprotten”. Daarna diende Wilders een – kansloze – initiatiefwet in om „islamitische uitingen” te verbieden: een verzameling van verboden op de Koran, scholen en hoofddoeken die hij eerder al voorstelde en die opnieuw tot protest van de rest van de Tweede Kamer leidde.

Lees ook de analyse van de Politieke Beschouwingen: Ruzie, geen verhaal van Rutte III

Jesse Klaver (GroenLinks)

Klaver had grote woorden over „de crisis in de publieke sector” en noemde premier Rutte „een politieke zakkenroller”. Zijn inzet voor het debat had hij al bekendgemaakt: als de coalitie komend voorjaar haar meerderheid in de Eerste Kamer verliest, zal steun van GroenLinks voor welke wet dan ook afhangen van de herinvoering van de dividendbelasting.

Een scenario waarin met GroenLinks onderhandeld moet worden, lijkt Sybrand Buma (CDA) sowieso te willen voorkomen. Die viel Klaver fel aan op het weglopen tijdens de coalitieonderhandelingen. Maar met zijn aanval gaf hij de GroenLinks-voorman meer status als potentiële oppositieleider dan Klaver nu heeft.

Lilian Marijnissen (SP)

Tijdens haar eerste Algemene Politieke Beschouwingen als SP-leider toonde Marijnissen zich even boos op Rutte en „het grootkapitaal” als haar voorgangers. De manier waarop ze door politieke tegenstanders getest werd, kwam ook overeen met de wijze waarop die voorheen Emile Roemer probeerden te pakken op inconsistenties of onvoldoende cijferkennis. Maar Marijnissen hield zich beter staande, al moest ze daarvoor wel afstand nemen van de onderwijsplannen uit haar eigen verkiezingsprogramma van vorig jaar.

Lodewijk Asscher (PvdA)

Asscher zocht juist schikkelijk steun bij de coalitie, voor voorstellen voor het mbo, wijkverbetering en de abortuspil bijvoorbeeld. In ruil daarvoor was hij van de oppositie het minst rabiaat tegen veel kabinetsplannen. Het leverde hem, zoals vaker, complimenten op van coalitiepolitici die, mocht de meerderheid in de senaat verloren gaan, het liefst zaken met hem doen. De vraag is of dat genoeg zetels zou opleveren. En wat het betekent voor de schoorvoetende linkse samenwerking.

    • Emilie van Outeren