New York Philharmonic: geweldig, maar alleen voor geweldige dirigenten

New York Philharmonic Donderdagavond treedt Jaap van Zweden aan als 26ste Music Director van het New York Philharmonic. Het is een orkest met een rijke historie en een grote naam, maar hoe goed is het echt? En welke uitdagingen wachten Van Zweden?

Chefdirigent Jaap van Zweden op dinsdag tijdens een repetitie met de New York Philharmonic voor het openingsconcert ‘Gala Concert: New York, Meet Jaap.’ Foto Don Emmert / ANP
  1. Hoe goed is het New York Philharmonic?

    Het New York Philharmonic werd opgericht in 1842 en is daarmee het oudste orkest van de Verenigde Staten. Legendarisch is het ook. Sla er het namenlijstje met Jaap van Zwedens voorgangers als ‘Music Director’ maar op na. Met namen als Pierre Boulez (1971-1977), Leonard Bernstein (1958-1969), Bruno Walter (1947-1949), Arturo Toscanini (1928-1936), Willem Mengelberg (1922-1930) en Gustav Mahler (1909-1911).

    Op het veelbesproken ranglijstje van muziektijdschrift Gramophone (2008) dat het Amsterdamse Concertgebouworkest op nr. 1 plaatste, staat New York (nr. 12) boven San Francisco (13), maar onder Boston (11), Los Angeles (8), Cleveland (7) en Chicago (5). Een nieuwere top-10, in 2015 door de website Bachtrack gepubliceerd op basis van een poll onder muziekcritici, plaatst het Concertgebouworkest op 2, Chicago en Boston op 5 en 9; New York valt ook hier buiten de top-10.

    Het New York Philharmonic is, zeggen dirigenten en musici, een orkest dat de dirigent iets moet gunnen. Goed spelen ze altijd, geweldig alleen voor geweldige dirigenten. En het ontbreken van een écht goede eigen zaal is een probleem dat in veel commentaren terugkeert. Interessante terzijde: die commentaren zijn in New York ook folklore. Al sinds het ontstaan wordt het orkest met argusogen gevolgd door de pers, of het nou ten tijde van Mahler, Toscanini of Bernstein was.

    Om al die redenen wordt het orkest ook wel als een „mijnenveld” omschreven en het chef-schap in New York als een baan waarover je goed nadenkt voordat je „ja” zegt. Van Zwedens directe voorganger, de mild-intellectualistische Alan Gilbert (zelf zoon van musici uit het orkest) had er geen droombaan. Zijn interpretaties van kernrepertoire werden gelaakt en ondanks zijn avontuurlijke en originele visies op programmering, verschenen er in The New York Times veel kritische artikelen. Tot hij vertrok, en er andersoortige stukken verschenen („We zullen hem nog missen”).

  2. Waarom ziet Jaap van Zweden New York dan toch als zijn droombaan?

    Omdat New York New York is. Van Zweden, getogen in het Concertgebouworkest, snapt lastige musici (hij was er zelf één). En vanuit zijn ervaring als concertmeester in het Concertgebouworkest en de 25 jaren dirigeerervaring die volgden, kent hij ook de gebruiksaanwijzing van kameleontische orkesten met een ego uit zijn hoofd. Van Zwedens beruchte, voor sommigen intimiderend fel opvlammende muzikale veeleisendheid kan, mits ingeperkt, tot geweldige uitvoeringen leiden. En als hij erin slaagt van zijn New Yorkse tenure een succes te maken met rake uitvoeringen in een goede mix van lievelingsrepertoire en avontuurlijker stukken, kan New York de springplank vormen naar een chefs-positie in de top-5.

  3. Hoe goed is Jaap van Zweden als manager?

    Wie hem in de documentaireserie Een Hollandse maestro op wereldtournee zag, weet dat hij en echtgenote Aaltje er een ontwapenend talent voor hebben: relatiebeheer met een smile én behoud van eigenheid. Barbecueën met sponsoren, bidden met Texanen: ‘Yahp’ did it. Maar, zo bewees hij als chef van de Dallas Symphony Orchestra, hij hielp het orkest ook (en eerst en vooral) muzikaal enorm vooruit.

    Van Zwedens eerste daad was een meesterzet: tegen ieders verwachting („die komt nooit”) wist hij directeur Deborah Borda, een van de allerbesten in de business, van het Los Angeles Philharmonic terug te lokken naar het New York Philharmonic, waar ze in de jaren negentig al werkte. „Borda heeft een verrekijker voor de toekomst en weet hoe ze een orkest op de kaart moet zetten”, zegt Van Zweden. En dus stapte hij in een vliegtuig en haalde haar over, met twee onderhandelingszinnetjes als leidraad. 1. Ik wil jou graag. 2. Wat kost dat?

    Borda kwam.

  4. Wordt de David Geffen Hall opgeknapt?

    Valt het mee of valt het niet mee? Over de thuisbasis van het New York Philharmonic, de grote, 2.800 stoelen tellende zaal in het Lincoln Center uit 1962, is veel gezegd. De zaal, die eerst Philharmonic Hall (1962-1973) heette, toen Avery Fisher Hall (1973-2015) en nu David Geffen Hall, heeft niet de akoestiek van het Concertgebouw, en ook niet van de state of the art-concertzaal in Dallas waar Van Zweden van 2008 tot 2018 chef was. En de mare is: hoe beter de zaal, hoe beter het orkest dat er speelt.

    Plan was, om de zaal voor 500 miljoen dollar te renoveren. In de oudbouw uit 1962 zou een nieuwe zaal verrijzen. Het project werd in 2015 gelanceerd door een gift van 100 miljoen door entertainmentmagnaat David Geffen, waarvoor de zaal hem dankte met de nieuwe naam (dat kostte wel weer 15 miljoen afkoop aan de erfgenamen van de vorige naamgever, Avery Fisher). Maar de kersverse CEO van het orkest Deborah Borda stak vorig jaar in samenspraak met het Lincoln Center een stokje voor de monsterverbouwing. Die ingrijpende herbouw zou, nog afgezien van de vraag waar de resterende 400 miljoen dollar gevonden moest worden, immers betekenen dat het New York Philharmonic lange tijd thuisloos zou zijn. Misschien wel drie seizoenen. Dat was Borda een brug te ver, te meer daar het orkest net als zo’n beetje alle orkesten ter wereld toch al worstelt met teruglopende abonnementenverkoop. Eerst maar eens zien hoe interieur, akoestiek (door het podium wat verder de zaal in te bouwen) en foyers met eenvoudiger middelen verbeterd kunnen worden, is nu het idee. Volgens sommige musici ligt het reputatieprobleem van de zaal ook eerder aan het gebrek aan intimiteit dan aan een echt slechte akoestiek.

  5. Hoe is de band met de stad New York

    Het tweede plan dat directeur Borda en chef Van Zweden besloten te schrappen, was een oorspronkelijk voor dit seizoen geplande tournee door Amerika. In plaats daarvan, vinden beiden, moeten de banden met New York en de New Yorkers worden aangehaald, burgemeester Bill de Blasio – die de afgelopen jaren liever in kleine culturele initiatieven in buitenwijken investeerde dan in de mastodonten van Manhattan – niet in de laatste plaats.

    Een van de eerste plannen is de concertserie ‘Phil the Hall’ in april 2019, waarvoor steeds een andere groep mensen wordt uitgenodigd die „belangrijk zijn voor de stad”, aldus Van Zweden. Brandweerlieden, politieagenten, leraren, enzovoorts. In de betere bewoordingen van het orkest heten ze „de nobele doeners, de dromers en de alledaagse helden van onze geweldige en diverse stad”. Die kunnen allen voor 5 dollar een kaartje kopen. Ook aan jonger publiek is trouwens gedacht: voor hen komt er de serie ‘Nightcap’: met late concerten (aanvang 22.30 uur) in intieme setting.

  6. Hoe staat het New York Philharmonic er financieel voor?

    Qua budget lijkt Van Zweden op het eerste gezicht voor een chef-dirigent op een ideale plek te zitten in de internationale concurrentiestrijd om muzikaal talent. Aan beloningen voor musici kan hij omgerekend zo’n 20,1 miljoen euro uitgeven, plus 7,3 miljoen euro aan gastdirigenten en gastsolisten. Beduidend meer dan de 14,7 miljoen euro die het Concertgebouworkest uitgeeft aan musici én gastmusici. In totaal spendeert het New York Philharmonic 67 miljoen euro tegen het KCO 27,6 miljoen.

    Lees ook dit interview met Jaap van Zweden: ‘Ik wil in New York met een uitroepteken beginnen’

    Voor dat budget moet Van Zweden wel vechten. Vergaring van inkomsten is een belangrijke taak voor de chef-dirigent. Sinds 2005 heeft het orkest ieder jaar een verlies genoteerd. De concertinkomsten van zo’n 28 miljoen euro dekken bij lange na niet de kosten.

    Het subsidieloze orkest haalde in 2017 46 miljoen en in 2016 61 miljoen op (KCO in 2017: 7 miljoen). Het New York Philharmonic leunt op zijn ‘endowment’, het beleggingsfonds waarin de particuliere schenkingen zijn samengebracht, vaak met aparte doelen. Zo is er 12 miljoen euro voor nieuwe composities.

    Veel Amerikaanse orkesten hebben in hun neergang hun endowment opgegeten, en zijn in acute financiële problemen gekomen. Zo ver is het bij het New York Philharmonic nog lang niet. In de pot zit nog 197,5 miljoen euro.

    M.m.v. Daan van Lent (vraag 6)

Correctie: (20-09-2018) In een eerdere versie stond dat Jaap van Zweden de 27ste Music Director van het New York Philharmonic is, hij is de 26ste.

    • Mischa Spel