‘Militaire optie’ tegen Venezuela is vooral retoriek

Venezuela

Er wordt toenemend gesproken over een militaire interventie in Venezuela. Vooral in de VS, maar voorzichtig ook daarbuiten. Staat een inval op stapel?

Een Venezolaanse vrouw loopt met een protestbord langs leden van de Nationale Garde, deze maand in Caracas. Foto Fernando Llano/AP

Toen de regering-Trump afgelopen herfst in gesprek raakte met opstandige Venezolaanse legerofficieren, vroegen die onder meer versleutelde radio’s. Zonder zulke apparatuur durfden ze hun coupplan niet onderling te bespreken. Dit verzoek, deze maand onthuld door The New York Times, is tekenend voor de lastige situatie waarin elke potentiële putschist in Venezuela moet opereren.

De autoritaire president Nicolás Maduro mag economisch een wanbeleid voeren, zijn regime heeft een uitstekend veiligheidsapparaat. Maduro en zijn voorganger Hugo Chávez verfijnden hun politiestaat de afgelopen jaren met actieve hulp van de Cubaanse geheime dienst. Die werd op zijn beurt ooit weer opgeleid door de beruchte Oost-Duitse Stasi.

Temidden van de diepe maatschappelijk onvrede over alle schaarste en hyperinflatie wist de regering-Maduro afgelopen jaren meerdere coups in de kiem te smoren. Helemaal veilig voelt de president zich overigens niet: sinds in augustus twee bom-drones ontploften bij een militaire parade die hij bijwoonde, is hij niet meer op straat gezien.

Lees ook dit artikel over de nasleep van de aanslag

Nu Maduro de parlementaire democratie, rechtsstaat en oppositie buitenspel heeft gezet, kunnen Venezolanen alleen nog stemmen met hun voeten. Hun massale uittocht doet heel Zuid-Amerika kraken. De regio staat zo machteloos bij de vluchtelingencrisis, dat toenemend gesproken wordt over „militaire opties” tegen Caracas. Vooraleerst in Washington, maar heel voorzichtig ook daarbuiten.

Regio huiverig voor interventie

,,Wat betreft een militaire interventie om het regime van Maduro omver te werpen, geloof ik dat we geen enkele optie moeten uitsluiten”, zo stelde secretaris-generaal Luis Almagro van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) vrijdag. De Uruguayaanse diplomaat zei dit tijdens een bezoek aan de Colombiaanse grensstad Cucúta, waar hij werd aangeklampt door wanhopige Venezolanen: ‘Help ons toch!’.

Lees ook deze reportage uit Cucúta

Staat er echt een interventie op stapel? Militair ingrijpen ligt hypergevoelig in Latijns-Amerika na twee eeuwen omstreden Amerikaanse inmenging in de regio. De vrees is ook dat alleen al het dreigen ermee Maduro binnenlands in de kaart zal spelen.

Tegen deze achtergrond kreeg de oproep van de OAS-chef daarom scherpe kritiek. In een communiqué spraken elf Latijns-Amerikaanse landen zaterdag meteen hun „zorg en afkeuring” uit over Almagro’s woorden. Zij blijven aansturen op diplomatie, sancties en steun aan de oppositie. Ook maakten vijf landen woensdag bekend spoedig een aanklacht in te dienen tegen Maduro c.s. bij het Internationaal Strafhof wegens misdaden tegen de menselijkheid.

Colombia, het buurland dat veruit de meeste Venezolanen opvangt, tekende de afkeurende verklaring niet. Zijn ambassadeur in de VS zei dat „alle opties” open liggen. Maar de dag erop stelde de rechtse Colombiaanse president Duque dat Maduro met diplomatieke middelen „in de hoek moet worden gedreven”. Ook Almagro nam zijn harde woorden terug.

Draagvlak voor militair ingrijpen in Venezuela lijkt vooralsnog vooral in Washington te bestaan. President Trump begon er een half jaar na zijn aantreden over. „We hebben vele opties voor Venezuela, waaronder desnoods een militaire. [...] Venezuela is niet ver weg. De mensen lijden en zijn aan het doodgaan”, zei hij in augustus 2017, ongevraagd.

In een gesprek in de Oval Office zou Trump die maand hebben gevraagd waarom de VS het land niet gewoon binnenvallen, reconstrueerden CNN en AP dit jaar. Rex Tillerson, toen minister van Buitenlandse Zaken, en H.R. McMaster, destijds Nationaal Veiligheidsadviseur, raadden dit sterk af. Een aanval kan contraproductief uitpakken en zal slecht vallen in de regio, zeiden ze. Trump noemde daarop de invasies van Grenada en Panama, in de jaren 80, voorbeelden van ‘nuttige’ militaire actie in de regio. Enkele weken later zou hij de optie weer hebben opgebracht, nu tijdens een diner met vier Latijns-Amerikaanse presidenten.

‘Schurkenstaat’

Tillerson en McMaster zijn intussen weg. Ze zijn vervangen door respectievelijk Mike Pompeo en John Bolton, beiden minder gekant tegen militair ingrijpen. Havik Bolton ziet Venezuela al jaren als schurkenstaat. Pompeo heeft goede banden met de Republikeinse senator Marco Rubio uit Florida (zo steunde hij eind 2015 diens vergeefse gooi naar de Republikeinse nominatie). Als kind van Cubaanse ballingen is Rubio een uitgesproken tegenstander van zowel het Castro-regime als van Maduro.

Rubio drukt een steeds zwaarder stempel op het Latijns-Amerika-beleid van het Witte Huis. De naderende Congresverkiezingen maken dat hij zijn retoriek aanscherpt: harde taal tegen Maduro moet de Venezolaanse en Cubaanse diaspora in Florida naar de stembus lokken.

Lees ook deze reportage over de Cubaanse stem in Florida

„De geschiedenis wijst uit dat despoten hun dictatoriale macht zelden vrijwillig opgeven”, schreef Rubio begin dit jaar in The Miami Herald. „De meest stabiele en vreedzame oplossing voor Venezuela is een verenigd front te vormen van teleurgestelde regeringslieden en militairen – met steun van de Venezolaanse bevolking – om Maduro en zijn entourage van de macht te verjagen.”

Twintig jaar cel voor woordgrap?

Zo’n ‘verenigd front’ is niet zomaar gevormd, ontdekten ook de Amerikanen in hun verkennende gesprekken met de opstandige Venezolaanse officieren. Venezuela staat de facto al jaren onder militair bewind. Maduro koopt loyaliteit van de legertop door hun smokkel van grondstoffen en cocaïne ongemoeid te laten. Dit maakt elke steun aan een militaire coup een riskante onderneming. Zo bleek een van de officieren met wie de VS spraken op hun eigen sanctielijst te staan.

Het Amerikaanse leger zou Venezuela makkelijk aankunnen. Maar Irak en Libië leren dat een machtsvacuüm scheppen zonder plan-B een land verder kan destabiliseren. Venezuela kampt nu al met geweld van gewapende, criminele groepen. Het is ook twaalf keer groter dan Panama, het laatste Latijns-Amerikaanse land dat de VS binnenvielen.

De ‘militaire optie’ lijkt zo bezien vooral retoriek. Maduro grijpt die ondertussen wel aan om intern de repressie verder op te voeren. Vorige week werden twee brandweermannen opgepakt, die een filmpje op internet hadden gezet waarin ze een ezel (burro) rondleidden door hun kale kazerne. Ze noemden het dier ‘presidente Maduro’ of ‘Maburro’. Het grapje zou hen onder een nieuwe, omstreden haatzaai-wet tot twintig jaar cel kunnen kosten.

Lees ook dit artikel over de gearresteerde brandweerlieden
    • Merijn de Waal