Recensie

Met drie stokken maakt Mulatu Astatke van jazz ethiojazz

Jazz Met twee stokken in de rechterhand en één in de linker boven de vibrafoon heerst de inmiddels 74-jarige Mulatu Astatke over zijn zeven jonge bandleden en over popzaal Paradiso.

Mulatu Astatke tijdens een optreden in 2014 in Libanon. Foto Wael Hamzeh / EPA

Vreemd eigenlijk; wie spreekt over ethiojazz doelt vaak op Mulatu Astatke, de belichaming van het genre, maar zal zelden denken aan een vibrafoon. Toch is dat het instrument waar de inmiddels 74-jarige Ethiopiër op excelleert. Met twee stokken in de rechterhand en één in de linker heerst hij over zijn zeven jonge bandleden en over popzaal Paradiso. Maar het zijn de kenmerkend krullende melodielijnen van de blazers boven jazzdrums en afro-Cubaanse percussie die de ankerpunten vormen in de muziek. Astatke is componist van een oeuvre waarin de oud-christelijke muziek van Ethiopië en Afrikaanse ritmes worden vermengd met Amerikaanse hardbop.

Toch is die vibrafoon zo gek nog niet voor het genre. De zachte klanken lijken geen begin en geen eind te hebben. Astatke accentueert het mystieke terwijl zijn, overigens uitstekende, Britse bandleden vooral de groove verzorgen of soleren. Hij introduceerde in het ‘Swinging Addis’ van de jaren zeventig de vibrafoon in de Ethiopische muziek, zoals hij omgekeerd veel Oost-Afrikaanse elementen in de jazz bracht. Het bleek een gouden combinatie, die door een latere generatie werd herontdekt in de albumserie Éthiopiques, door hiphop-producers en door regisseur Jim Jarmusch in zijn film Broken Flowers. Nu laat de oude meester Paradiso volstromen met vooral die wat jongere liefhebbers.

Al vroeg in de set komt het ijzersterke ‘Yekermo Sew’, wat je een internationale Ethiopische jazzhit zou kunnen noemen. Percussionist Richard Baker heeft zijn handen vol aan de percussie die erin voorkomt: de shaker, de ijzeren schraper, de clave. Later verbreedt de percussionist de reikwijdte van de muziek nog verder door met chants en beats zijn eigen Nigeriaanse achtergrond aan te stippen. Zo krijgen de bandleden solo’s die het obligate ver overstijgen. In het geval van cellist Daniel Keane is die buitengewoon indrukwekkend. Hij bespeelt zijn cello het liefst als een gitaar, met ritmische slagen, hij bezuinigt niet op zijn snaren.

Astatke zelf heeft Cubaanse percussie om zich heen staan, maar gebruikt dat meer om zich een houding te geven wanneer de vibrafoon even geen rol heeft. Hij wijkt pas aan het einde van de avond van zijn plek, om plaats te nemen achter de piano. Volgt een mooie, maar wat klassieke jazzballade. Het valt wat uit de toon bij de rest van de avond; het zijn juist die zachte mystieke accenten van de vibrafoon die van Astatke’s jazz ethiojazz maken.

    • Leendert van der Valk