Kampoverlevende die wilde waarschuwen

Marceline Loridan-Ivens (1928-2018)

De weduwe van Joris Ivens sprak in de banlieue over de holocaust maar vond er steeds minder gehoor. „We hebben niets geleerd.”

Marceline Loridan-Ivens met Joris Ivens tijdens de opnames van Une histoire de vent in 1988. Foto ANP

Tot op hoge leeftijd liet de dinsdag overleden filmmaakster Marceline Loridan-Ivens zich interviewen. Ze moest als kampoverlevende waarschuwen voor het ergste, vond ze. Dat was haar taak. De oorlog mocht al even voorbij zijn, maar antisemitisme was nooit ver weg. Ze sprak op scholen in de banlieue, liet daar haar film over Auschwitz-Birkenau zien, La Petite prairie aux bouleaux (2003). Toen ze daarmee stopte, was dat niet omdat ze te oud was, vertelde ze aan NRC. Leerlingen begonnen steeds vaker uit protest met hun vingers te knippen als de fragiele dame over de jodenvervolging wilde vertellen. „We hebben niets geleerd”, herhaalde ze een paar keer in het loodzware gesprek.

Lees ook het interview met Loridan-Ivens uit 2016: de eenzaamheid van de Joden in Frankrijk is enorm

Ze had toen net haar boekje En je kwam niet terug gepubliceerd. In de vorm van een brief aan haar vader beschreef de weduwe van de Nederlandse filmmaker Joris Ivens daarin haar leven. Dat begon met haar deportatie. „Jij zult misschien terugkomen omdat je jong bent, ik zal niet terugkomen”, profeteerde haar vader. Ze vertrok met dezelfde trein als Simone Veil, de latere politica die deze zomer door president Emmanuel Macron werd bijgezet in het Panthéon, de eregalerij van de Franse republiek. In Birkenau ontstond een vriendschap voor het leven. Het was de zoon van Veil die het overlijden van de kinderloze Loridan-Ivens naar buiten bracht. Ze was deel van de familie geworden.

Terwijl de meeste kampmemoires ophouden bij de bevrijding in 1945, legde ze haar leven lang uit dat de jaren erna minstens zo zwaar waren.

Ze werd in 1928 in de Vogezen geboren als Marceline Rozenberg, maar gebruikte tot haar dood de namen van de twee mannen die ze liefhad. Het was in Frankrijk „makkelijker Loridan te heten dan Rozenberg”, schreef ze. Terwijl de meeste kampmemoires ophouden bij de bevrijding in 1945, legde ze haar leven lang uit dat de jaren erna minstens zo zwaar waren. Hoe ze overleefde? „Door me altijd te gedragen alsof ik in een kamp was.”

Vlak voordat ze Ivens ontmoette, werd ze in 1961 bekend door een film van Jean Rouch en Edgar Morin waarin ze willekeurige passanten haar arm met het registratienummer van het kamp liet zien en over de oorlog sprak. Een jaar later maakte ze de anti-koloniale film Algérie, année zéro en met Ivens werkte ze onder andere aan Une histoire de vent (1988). Na zijn overlijden in 1989 lag ze lang overhoop met het Nederlandse Filmmuseum over zijn archieven. Ze vond dat haar man in Nederland niet de eer kreeg die hij verdiende. Lordian-Ivens is 90 jaar geworden.

    • Peter Vermaas