In de wijk Jeruzalem krijgen ze het niet cadeau

Armoede

Vrijwel alle inkomensgroepen zullen er in 2019 op vooruitgaan, bleek uit de Miljoenennota. Maar Piet en Marian uit Tilburg leven in een andere realiteit.

De wijk Jeruzalem in Tilburg is een arbeiderswijk zonder arbeiders. Foto Merlin Daleman

Zet maar eens een lading katoen, vierhonderd kilo, in je eentje rechtop. Dat gaat alleen met een kráchtsexplosie vanuit je benen en je rug. Oud-havenarbeider Piet Klaassen deed jarenlang niet anders. In oude vrachtschepen was overladen met heftrucks geen optie. Zijn ruggenwervel ging eraan kapot, zijn bekken, zijn polsen, zijn nek. En nadat een collega hem eens over de voet reed ging hij hard achteruit. Piet raakte 100 procent arbeidsongeschikt. Nee, 25 procent, vond het GAK. Geruzie, gedoe. En dat na ál die jaren zwoegen. „Je wordt gewoon gefopt.”

De Troonrede heeft hij niet gezien. Hij wist niet eens dat het Prinsjesdag was. Voor hem gaat het toch maar één kant uit. Achteruit. Met handen in de zakken staat Piet, 66 jaar, in zijn betegelde voortuin in Tilburg. Felblauwe ogen, gebruinde huid. Zijn vrouw Marian, 60 jaar, is erbij komen staan, armen over elkaar.

Maandelijks 586 euro pensioen, daarmee moeten ze het doen. 25 euro te veel om aanspraak te maken op een AIO-toeslag van 316 euro. Samen krijgen ze 1.503 euro in de maand plus 500 euro huur- en zorgtoeslag.

Min aftrek van huur, gas, licht, zorg, auto, internet en een maandelijkse afbetaling van 160 euro wegens onterecht ontvangen toeslagen blijft er dan 50 tot 70 euro per week over om van te leven. Tientje per dag.

Peperkoekhuisjes, zo heten de huizen in de volksmond, want duw gelieve niet te hard tegen de muur.
Foto Merlin Daleman
Wit-grijze huisjes zoals in de heilige stad, maar dan prefab met muren van beton- en houtvezelplaat.
Foto Merlin Daleman

Gouden Koets

Zó hard gewerkt, zó weinig geld, Piet begrijpt er niks van. „En dan moeten wij óók nog meebetalen aan het onderhoud van die Gouden Koets en die roeiboot en die tónnen die Amalia jaarlijks beurt?”

„Dat geld krijgt ze pas vanaf haar achttiende hè”, zegt Marian. „En zij heeft óók niet gevraagd om in dat bedje geboren te worden.”

Marian kijkt de Troonrede wél. Elke euro waar Den Haag aan tornt, voelt zij in haar portemonnee. Ze volgt al het nieuws. Shownieuws, RTL Boulevard, Radar, Pauw, Editie NL. Tegen Piet: „Jij zit altijd te mauwen, maar het interesseert je niks. Jij kijkt alleen films en sport.”

„Duitse films”, knikt Piet. „En voetbal.” Waarom zou je ook, zegt hij. „Wij hebben tóch niks te vertellen.”

Jeruzalem heet de buurt waarin ze wonen. Een vierkant wijkje met noodwoningen die vanwege de abrupte bevolkingsgroei in de jaren vijftig overal in Nederland werden neergezet – en nooit afgebroken. Wit-grijze huisjes zoals in de heilige stad, maar dan prefab met muren van beton- en houtvezelplaat. Peperkoekhuisjes, in de volksmond, want duw gelieve niet te hard tegen de muur. Heel wat anders dan die jaren dertig-baksteen in de naastgelegen wijk. Daar wonen de rijken. „Puddingstad.”

Lees ook: Dit zijn de opvallendste punten uit de Miljoenennota

Arbeiderswijk zonder arbeiders

Jeruzalem is een arbeiderswijk zonder veel arbeiders. Bewoners verloren hun baan toen in de jaren zestig met de opkomst van de lagelonenlanden de Tilburgse textielindustrie instortte. Ze raakten in de bijstand en kwamen er nooit meer uit. „Armste wijk van Noord- Brabant” heette de buurt eens.

De wijk veranderde recentelijk, door renovatie en sloop. Er kwamen deels koopwoningen voor terug, tot scepsis van de oudere bewoners. „Het wordt hier geen Gazastrook”, beloofde de wethouder.

In de oude straatjes verraadt de zee aan parkeerruimte nog altijd de armoe waarin velen leven. En toch wil niemand hier weg. Jeruzalem, aan alle kanten ingesloten door wegen, haven en kanaal, is een dorpje in de stad.

Vele voordeuren staan open en iedereen groet elkaar, bij de supermarkt, het buurthuis met de goudvissen, de jeu-de-boulesbaan. Sommigen komen de buurt niet uit. Voor hen is Tilburg mijlenver, Den Haag nog verder.

Vele voordeuren staan open en iedereen groet elkaar. Sommigen komen de buurt niet uit. Foto Merlin Daleman

„Hier, voel maar eens.” Piet toont het lichtknopje in de gang. „De tocht komt er nog steeds doorheen.” Vanwege de renovatie moesten ook zij hun huis uit. Ze vertrokken maar kregen heimwee en keerden terug. De isolatie bleek amper verbeterd, maar de huur was wél gestegen. „Van 326 naar 639 per maand.”

Ze komen dankzij de huursubsidie maar net iets hoger uit dan voorheen. „Maar voor wie nét boven de subsidiegrens verdient, is een sociale huurwoning dus niet meer te betalen.” Hoe kan dat, vroeg Marian de woningbouw. „Ze zeiden: U bent een nieuwe bewoner. Ik zei: Nee, júllie hebben van mij een nieuwe bewoner gemaakt!”

Die hele renovatie, vinden ze, is alleen maar bedoeld om geld uit te slaan.

„Zet een muur om Jeruzalem en bouw daarachter maar die nieuwe woningen”, hadden bewoners aanvankelijk gezegd. Ook Piet en Marian waren fel tegen. Marian woont er al haar hele leven. Maar de woningbouwvereniging heeft zo’n dikke portemonnee, daar kun je niet tegenop. Bewoners raakten moegestreden en de woningbouw kwam aan al hun „woonwensen” tegemoet. Buren die ze al veertig jaar kenden, verhuisden naar Tilburg-Noord en -West.

Steengrillen

„Jeruzalem is Jeruzalem niet meer”, zeggen Piet en Marian. Ze missen de gezelligheid, het leven in de voortuinen op straat. Iedereen stond er ’s zomers te barbecuën, steengrillen, gourmetten. „Kom erbij! Fleske bier?”

Van alle buren was Piet zowat de enige met een baan. Ging hij om vijf uur ’s ochtends naar het werk, kwam de rest net uit de kroeg.

Achterom bij de bakker haalde iedereen een kratje pils, gekoeld twee gulden duurder, en in de straat waren er vijf met een wietzolder. Zwijgen was de mores, ook toen bij sommigen een BMW en een Hobby-caravan kwamen te staan en de communie rijkelijk werd gevierd.

Afgunst? Die was er niet, zegt Marian. „Je wist hoe moeilijk die mensen het voorheen hadden. Schulden, privésores.”

De wiethokken werden opgerold en ook de middenstand verdween. De bakker, de kapper, de elektrawinkel waar Marian als achtjarige op 1 april eens was heen gestuurd door vader. „Haal eens een pond stroom”, had ie gezegd. Marian erheen, ze hadden ’t niet. „Doe maar een kilo dan”, zei vader. Marian wéér erheen.

In de goeie tijd verdiende Piet 2.700 gulden in de maand. Ze kochten er een stacaravan van en zaten elk weekend op de camping. „Héérlijk!” Maar in 2009 raakte Piet arbeidsongeschikt en de caravan werd verkocht. „We doen het nu met de helft.”

De wijk veranderde recentelijk, door renovatie en sloop. Er kwamen deels koopwoningen voor terug. Foto Merlin Daleman

Boerenstamp

Piet en Marian zijn gelukkig. Ze hebben drie kinderen, zeven kleinkinderen. Maar creatief zijn is de enige manier om het financieel te redden.

Marian, voorheen overblijfmoeder, werkt nu als vrijwilliger op het gehandicaptenvervoer. Levert een extraatje van 1.500 euro per jaar op. En koken doet ze voor een heel gezin. Ze schafte een extra vriezer aan en maakt nu „potten stamp” waar ze drie weken van eten. Boerenstamp, zuurkool.

Weggooien? „We hebben nog één vuilniszak per twee weken.”

„Wacht even.” Marian loopt naar binnen en pakt een foto van zichzelf op de bank. „Zo zag ik eruit vóór mijn maagverkleining.”

De gouden armband op de foto draagt ze nu tien centimeter lager om haar pols. 57 kilo is ze afgevallen. Maar door de maagverkleining is ze de kracht in haar armen kwijt, ze krijgt ze amper nog omhoog. Fysiotherapie zou helpen, maar dan moet ze de eerste twintig behandelingen zelf betalen en daar heeft ze het geld niet voor. De premie voor een beter zorgpakket evenmin.

Piet wijst naar zijn pols. „’s Avonds begint-ie te kloppen en te steken.” 12.500 euro kreeg hij van zijn werkgever vanwege arbeidsongeschiktheid. Had de ongevallenverzekering, waaraan hij zijn leven lang premie betaalde, zo geregeld. De belasting ging er nog vanaf. „Niet hetzelfde als tien jaar misgelopen loon, maar we zullen het ermee doen”, had Marian nog gezegd.

Tot een vriendin laatst zei: en de verzekeraar zélf dan, had díé niet moeten betalen? Marian: „De zaak bleek verjaard”. Piet, hoofdschuddend: „Je wordt bedonderd.”

    • Freek Schravesande