Jaap van Zweden tijdens een repetitie met het New York Philharmonic, eerder deze week (18 september).

Foto Don Emmert/ ANP

Jaap van Zweden: ‘Ik wil in New York met een uitroepteken beginnen’

Interview Donderdagavond 20 september leidt Jaap van Zweden in New York zijn „inaugural concert” als de nieuwe chef-dirigent van het New York Philharmonic. „De traditie van vernieuwing ga ik voortzetten.”

De gelukkigste dag van zijn leven. Zo noemde Jaap van Zweden de dag in januari 2016 waarop hij werd benoemd tot chef-dirigent van het New York Philharmonic, met ingang van het seizoen 2018/2019. Dat sommigen met wat reserves reageerden, deerde hem niet; kritiek is gezond én relatief.

Sindsdien verstreken tweeënhalf jaar. Van Zweden ging succesvol met het orkest op tournee naar Azië. Huurde een appartement tegenover de concertzaal van het orkest in Lincoln Center („dan ben ik er snel en gaat er geen tijd verloren”). Maakte zijn eerste cd met het orkest, met Beethovens Vijfde en Zevende symfonie, stukken die hij vaak dirigeerde (en ook al eerder opnam met andere orkesten). „Het lijkt erop dat met Van Zweden de gespierde toon, de schittering van de hoge strijkers en twee pond vet terugkeren bij het New York Philharmonic”, schreef muziekvakblad Gramophone.

Zelf kijkt Van Zweden (57) ook met een goed gevoel terug op de periode sinds zijn benoeming, zegt hij. „Het is een iconisch, en een trots orkest. Je voelt op een of andere manier dat het dna is gevormd door al die grote dirigenten die ervoor stonden. Dat maakt het ook tot een zeer zelfbewust orkest, met eigen ideeën.”

Is dat wel prettig voor een chef-dirigent?

„Het vereist communiceren. Zij hebben ideeën, ik heb ideeën. Uiteindelijk ben ik de chef-dirigent, maar ik dien het belang van de muziek. Van elke goede uitvoering is de componist de top, de musici zijn de basis, ik ben de bemiddelaar. Ik bereik niet het resultaat dat me voor oren staat als de musici er niet zelf ook in geloven.”

Lees ook zes vragen over het New York Philharmonic: New York Philharmonic: geweldig, maar alleen voor geweldige dirigenten

Uw inauguratieconcert is gewaagd geprogrammeerd: Stravinsky’s ‘Sacre du printemps’, het ‘Pianoconcert in G’ van Ravel en een wereldpremière van componiste Ashley Fure.

„Ik wilde met een uitroepteken beginnen, niet zomaar weer met Mozart of Beethoven. Daarbij wilde ik per se samenwerken met een geweldige solist, en dat werd pianist Daniil Trifonov in Ravel.

„Hoe het nieuwe stuk Filament van Fure valt, is spannend. De musici moeten onder meer hun snaren aantokkelen met creditcards.” Hij grinnikt. „Mijn vriend Louis van Gaal, die ook naar de openingsavond komt, gaat dat dus echt niet trekken. Maar ik vind het heel belangrijk dat de traditie van vernieuwing, waar mijn voorganger Alan Gilbert zich sterk voor heeft gemaakt, wordt voortgezet.”

Dat klinkt wel heel diplomatiek.

„Welnee, ik vind oprecht niks leuker dan werken met nieuwe componisten. Beethoven kan ik niks meer vragen, Ashley Fure en Louis Andriessen wél. Maar wat ik vooral wil zeggen: je moet aantrekkelijke, levendige programma’s proberen te maken, en dat kan op meerdere manieren. Het werk van de geweldige jonge componist Conrad Tao dat ik volgende week doe, heeft dezelfde bezetting als Bruckners Achtste symfonie en we laten het ene stuk straks organisch in het andere overlopen. Later dit seizoen volgt een programma met Beethovens Vijfde symfonie én de Vijfde van de Amerikaanse componist Christopher Rouse, die ook met een klopmotief begint. En programmeren op een meer festivalachtige manier, bijvoorbeeld met een aantal concerten rondom een bepaald thema, kan ook goed werken. Maar ik vind eigenlijk ook dat er te veel gepraat wordt over programmering. Het gaat er nog veel meer om hoe we de muziek spelen die op het programma staat, zou ik zeggen.”

U heeft voor uw officiële aantreden een periode aan het orkest kunnen wennen. En? Eist New York een speciale benadering?

„Elk orkest heeft een eigen ziel, maar de aanpak per orkest is nooit fundamenteel anders. Waarin Amerikaanse orkesten wel verschillen van die in Nederland is de tijdsdruk. Ik ben er na tien jaar werken aan gewend geraakt, maar het blijft pittig. Neem onze recente Azië-tournee: de voorbereiding bestond uit twee ochtenden repeteren, en daarna het vliegtuig in. Daar staat wel tegenover dat het instapniveau van de musici extreem hoog is, omdat ze gewend zijn programma’s in twee ochtenden tot topniveau te moeten ontwikkelen.”

Weinig tijd blijft weinig tijd.

„Dat is ook zo. Je loopt het risico dat er kansen blijven liggen, omdat je sommige dingen gewoon niet zegt als daar geen tijd voor is. Als je in een snelle auto rijdt, zie je ook niet veel van de omgeving. Maar de medaille heeft twee kanten. Het voortdurend hoge werktempo houdt de musici ook scherp.”

Wel lastig dat New York een wereldstad is, waar ook andere toporkesten langskomen. En die hebben dan wel uit en te na gerepeteerd.

„Dat is net het punt, en dat kan inderdaad moeilijk zijn om te accepteren. Mijn voorganger Alan Gilbert had er ook veel moeite mee.”

Waarom wordt er geen repetitietijd toegevoegd? Is dat zo duur? Kwaliteit is toch ook kapitaal?

„Het model is hier gewoon totaal anders dan in Nederland. In Nederland repeteer je veel voor één of twee concerten. Hier is het omgekeerd: weinig repetities voor vier concerten, die nodig zijn voor de kassa-inkomsten, want subsidie is er niet. De uren van de musici moeten dus noodgedwongen anders worden ingericht. En tijdens de concerten ontwikkelt er ook nog veel.”

En naast New York? Wat gaat u verder doen de komende tijd?

„Weinig, hoor…” (Hij scrollt door zijn iPhone) „Om precies te zijn Leipzig, München, Chicago, San Francisco, Amsterdam, Cleveland en Parijs. Dat kan ook niet anders, want alleen al in New York ben ik twaalf weken per seizoen, en dan ben ik mét New York nog zo’n zes tot acht weken buiten de stad en op tournee. Het is veel, dat is waar. Dat ik mijn kleinkinderen weinig zal zien, vind ik oprecht erg. Als ik langer chef ben in New York, kan het aantal weken wat omlaag, misschien. Maar als je net een nieuwe familie binnenstapt, moet je er ook echt zijn, en iedereen goed leren kennen.”

Uw tweede eigen orkest in Hongkong houdt u ook aan. Waarom eigenlijk? Zijn veel verschillende gastorkesten dan niet aantrekkelijker?

„Nee, ik houd van dat orkest. In zekere zin is de charme ervan complementair aan die van New York: Hongkong heeft nauwelijks traditie, de musici zijn ontzettend jong en gretig om de top te bereiken. Voor mijn cyclus met de opera’s van Wagner, die we ook op cd hebben opgenomen, kon ik heel ver gaan. Lang repeteren, steeds meer vragen, dóórgaan. Dat vond ik, vind ik, heerlijk. Af en toe zonder concessies je perfectionisme kunnen vieren.”

In 1973, 13 jaar.
In 1991.
In 1983, op 22-jarige leeftijd, bij het Utrechts Symphonie Orkest.
Ongedateerde foto, omstreeks 1998.
In 2005
Foto George Verkuil/MAI/ André Beekman/ Vincent Mentzel/ Nationaal Foto Persbureau/ André Verheul
Jaap van Zweden in 1973 (13 jaar), in 1991, in 1983, in 1982, rond 1998, en in 2005.
Foto George Verkuil/MAI/ André Beekman/ Vincent Mentzel/ Nationaal Foto Persbureau/ André Verheul

Uw eerste daad als chef in New York was het schrappen van een nationale tournee door de VS. Hoezo?

„Ik vond het belangrijk eerst te werken aan onze relatie met New York en de New Yorkers. Laatst zag ik een recente folder van het orkest, met een foto van musici op een dak. Hoog, boven alles en iedereen verheven. Precies wat je níét moet willen! Maak zo’n foto liever midden op straat, tussen de mensen. Het orkest is er voor de stad en voor de mensen. Ik wil ook een monsterconcert geven samen met andere ensembles uit de stad. Spelen op gekke plekken. En als we spelen in Central Park [een zomertraditie van het orkest waar tienduizenden mensen op af komen, red.], waarom vragen we daar dan niet Billy Joel, Meryl Streep, Bruno Mars of Oprah Winfrey bij? Ook het besef dat de eigen stad vol mensen is die kunnen bijdragen, lijkt me enorm belangrijk. Het gaat erom dat iedereen de schouders onder het orkest zet. Dat je een love affaire op gang helpt.”

Over liefde gesproken: hoe zit het met de salarissen in New York?

„Daarover gaan de vakbonden en de directie, het is niet goed als ik me er tussentijds steeds mee ga bemoeien. Maar ik vind wel dat het mijn taak is af en toe te zorgen voor een gezonde opslag. Niet uit angst dat de musici weglopen, maar uit waardering: omdat je ziet hoe hard ervoor wordt gewerkt. Muziek is geen vak, het is je leven. Wat bij sommige orkesten wordt betaald, zoals door het Concertgebouworkest, is een schandelijke vertoning en niks minder. Het is toch absurd dat musici in New York of Chicago het dubbele verdienen – en soms nog meer? Dat het Amsterdam lukt toch steeds weer excellente spelers te vinden en te behouden, blijft me verbazen. Want als je niet genoeg verdient om een huis te kunnen kopen in de stad waar je werkt, dan is dat wel een issue.”

Hoe bereidt u zich voor op uw eerste avond? Is er een ritueel?

„Nee, hoor. Maar ik zoek wel de rust op. Ik blijf deze week alleen met mijn vrouw Aaltje, zonder kinderen, kleinkinderen of vrienden – gewoon samen. Dat is een fijn tegenwicht tegen de enigszins heftige hectiek van de concerten en evenementen die voor ons liggen.”

Jaap van Zweden: Opening Night Gala, 20 sept, David Geffen Hall New York.
    • Mischa Spel