In vijftien jaar van lokale boerencoöperatie tot beursgenoteerde multinational

Schaalvergroting Presentatrice Yvon Jaspers van Boer zoekt vrouw ligt onder vuur omdat ze wordt betaald door veevoerbedrijf For Farmers. Wat doet die beursgenoteerde multinational precies?

Koeien in een melkveehouderij eten droogvoer. Foto ANP/Erik van 't Woud

Wat blijkt, na even kauwen, als je een asgrauwe korrel varkensvoer eet? Het spul heeft een intense cornflakessmaak. Ook varkens en koeien hebben smaakpapillen, vertelt productieleider Peter Pruijn. Dus echt vies mag het veevoer dat ForFarmers in deze fabriek maakt simpelweg nooit zijn – dan spuugt het dier het weer uit. „We maken ook korrels met chocoladesmaak.”

Welkom in de wereld van veevoer. Een onbekende sector – voor wie geen boer is – die deze week even in de schijnwerpers kwam nadat Trouw had gemeld dat ForFarmers tv-presentatrice Yvon Jaspers betaalt om het gezicht te zijn van de campagne Proud to be a Farmer. Jaspers’ nevenfunctie heeft geleid tot onderzoek door het Commissariaat voor de Media. NRC bezocht ForFarmers kort daarvoor.

Het idee achter de campagne is dat boeren trots mogen zijn op hun sector en dit „meer mogen laten zien”. De sector kende de laatste tijd een aantal schandalen zoals de fipronil-affaire, en stoot relatief veel schadelijke stoffen uit. Zelfs minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) was kritisch op de manier waarop boeren in Nederland produceren: dat gaat volgens haar „ten koste van biodiversiteit, het milieu, kwaliteit van drinkwater en de aantrekkelijkheid van het landschap”.

Het organiseren van zo’n campagne past bij de ontwikkeling van ForFarmers, dat van een lokale boerencoöperatie in vijftien jaar uitgroeide tot beursgenoteerde multinational met marketingbudgetten. Dit jaar deed het bedrijf, gevestigd in het Oost-Gelderse Lochem, al drie overnames. Inmiddels is ForFarmers actief in Duitsland, België, Nederland, Polen en het VK. Jaarlijks produceert het ruim 9 miljard kilo veevoer, de operationele winst bedroeg in 2017 bijna 102 miljoen euro op een omzet van 2,2 miljard. In Nederland is het marktaandeel rond de 25 procent, het bedrijf zegt in Europa 25.000 klanten te hebben.

Schaalvergroting

ForFarmers komt van ver. Als boerencoöperatie was ForFarmers bijna een eeuw lang alleen in Gelderland en Overijssel actief. „Vroeger had elk dorp een eigen boerencoöperatie”, schetst Jan Potijk, algemeen directeur van ForFarmers Nederland, in een kantoor aan het Twentekanaal. „De boeren verbouwden granen, die gingen naar de coöperatie die er veevoer van maakte. Dat ging dan terug naar de boer.” Potijk kan het weten – hij werkt al 35 jaar bij ForFarmers en voorgangers ervan. De boerenzoon begon zelf als varkensexpert bij de lokale coöperatie.

ForFarmers is allereerst het resultaat van doorlopend fuseren van coöperaties in Oost-Nederland. Dit gebied is nog steeds het absolute heartland van de onderneming: er zijn afspraken dat het hoofdkantoor er niet mag verdwijnen. Hier staan veel fabrieken met grote silo’s – vaak bevoorraad vanuit de haven van Rotterdam via IJssel en Twentekanaal. Tussen de locatie in Lochem en klanten in de omgeving rijden grote trucks met voer af en aan. Door de schaalvergroting in de agrarische sector was er vanaf begin deze eeuw wel meer dan één locatie nodig.

Lees ook: Bedrog bij Boer zoekt vrouw

Potijk: „Toen ik begon, waren er in Nederland veertigduizend varkensboeren, nu zijn het er nog vierduizend. Maar het aantal dieren is min of meer gelijk gebleven.” Voor ForFarmers was het een simpele rekensom: de boer professionaliseert, wil méér voedsel, beter advies en minder betalen. „Nou, dan moeten we er zelf voor zorgen dat we voldoende schaal hebben, zodat we efficiënt kunnen produceren en gespecialiseerd advies kunnen geven.”

Zo volgde de voedersector de veehouderij in haar schaalvergroting. De coöperatie koos er vanaf 2005 voor geen prooi te worden en zelf te groeien, eerst in Nederland en Duitsland. Bij de coöperatie aangesloten boeren zagen de noodzaak ervan, maar wilden wel hun eigen vermogen veiligstellen. Een splitsing volgde: de coöperatie ging verder als FromFarmers, dat op zijn beurt grootaandeelhouder werd van de besloten vennootschap ForFarmers. De aandelen werden via een verdeelsleutel bij de leden ondergebracht, die ze konden verhandelen op een klein platform van bank Van Lanschot.

Het bedrijf dreef gaandeweg van de oude coöperatieve vorm af. Omdat ForFarmers graag ook institutionele beleggers wilde hebben, ontstonden plannen voor een beursgang. Hoewel expliciet gesteld werd dat geen nieuwe aandelen zouden worden uitgegeven, stuitten de plannen op weerstand. NRC tekende in 2013 uit de mond van een boer de angst op dat ForFarmers een „ordinair bedrijf” zou worden. Een coöperatielid wil een goed en goedkoop product, een aandeelhouder wil winst. Kan dat samengaan, vroeg boeren zich af?

Efficiënt produceren

Potijk: „Het gevaar van een traditionele coöperatieve omgeving is dat die druk om efficiënt te produceren minder aanwezig is. We hebben de boeren kunnen overtuigen dat we de winst echt niet zomaar tijdelijk enorm gaan opkrikken. Als je dan marktaandeel verliest, gooi je je eigen glazen in.”

Uiteindelijk ging 99 procent van de leden akkoord. 17,5 procent van de aandelen bleef op naam van de coöperatie FromFarmers. Veel boeren verkochten wel hun individuele belang; zo’n 32 procent van de stukken berust nu nog bij individuele boeren. Inclusief aandelen bij een administratiekantoor houden boeren en coöperatie nog wel een meerderheid in ForFarmers.

De fabriek van ForFarmers in Lochem.

Foto Merlin Daleman

Ook in ander opzicht is het bedrijf sterk veranderd. Door de expansie gaat nog maar 11 procent van het voervolume naar coöperatieleden. In 2014 werd ‘van buiten’ een nieuwe bestuursvoorzitter aangetrokken, zonder boerenervaring: Yoram Knoop.

Potijk stelt vast dat het goed gaat met het bedrijf, maar het devies blijft: opletten. Dit is een „hyperconcurrerende” markt: „Er zijn in Nederland al zeventig aanbieders. Een boer kan morgen zijn voer ergens anders bestellen.”

Net een consultancybureau

Potijk verwacht dat met de groei het kennisniveau bij ForFarmers steeds verder zal moeten toenemen. Bijblijven zal „voor een kleine partij steeds lastiger worden”.

Onder de bijna 3.000 medewerkers van ForFarmers zijn zo’n vierhonderd adviseurs die in nauw contact met boeren staan en op het boerenerf komen. Knoop: „Je zou ons bijna een consultancybureau kunnen noemen.” Hij geeft het voorbeeld van een melkveehouder die graag een hoog eiwitpercentage in zijn melk wil en daarvoor advies over het juiste voer zoekt. Daalt het eiwitpercentage toch, dan gaat er automatisch een mailtje naar zijn adviseur bij ForFarmers.

En ook ontwikkelingen van buiten moet ForFarmers het hoofd bieden. Zo komt de Nederlandse overheid met steeds meer (milieu)regels en plannen voor de veesector, zoals mestplafonds en de voorgenomen aanpak van de hoge ‘veedichtheid’ van de varkenshouderij.

Dat kan voor ForFarmers toch geen goed nieuws zijn? „De Nederlandse markt voor mengvoer zal waarschijnlijk iets gaan krimpen”, zegt Potijk. En betekent dit dan nog meer buitenlandse overnames? „Dat is een deel van de strategie. Ook in Nederland kunnen we nog overnames doen. Maar als je alleen groeit door overnames, doe je eigenlijk fundamenteel iets niet goed.”

    • Milo van Bokkum