Opinie

    • Arjen Fortuin

Een ode aan doventolken van de NOS

Zap De expressiviteit van de tolk maakt Prinsjesdag veel opwindender en relativeert het gedoe tegelijkertijd.

Prinsjesdag 2018 met gebarentolk (NOS)

Dit is een ode aan de handen die vliegen, die de taal uit de stilte trekken, die met subtiele schokjes woorden worden, die vinger voor vinger letters vormen, die als snelle zinnen door de ruimte zoeven. Wat is het toch goed dat die handen er zijn.

Dit is een ode aan de ogen die spreken, die verbazing verbeelden, die zich toeknijpen om begrip te suggereren, die zich soms even ten hemel richten.

Dit is een ode aan het lichaam dat draait, dat zich buigt om zinnen te verbeelden, dat wiegt om een kofferdrager uit te beelden, dat zich strekt bij het ‘Leve de Koning. Hoera!’.

Dit is een ode aan de doventolken van de NOS die dinsdag de Troonrede in gebaren hebben gevat – en de Prinsjesdagrijtoer. Ze waren met twee. Een vrouw deed de koetsrit, een mannelijke collega nam tussendoor de Troonrede onder zijn hoede zodat zij even kon uitpuffen. Tolken is topsport.

Lees ook: Dit zei de koning in de Troonrede

Ik weet niet hoe het was voor de tolkloze kijkers op NPO 1, maar wij op NPO 2 hadden het fantastisch. De expressiviteit van de tolk maakt de statische ceremoniala veel opwindender en relativeert het gedoe tegelijkertijd. Eigenlijk kijk je samen met de tolk. Wanneer gezegd wordt dat koningin Wilhelmina de Gouden Koets maar ‘een lelijk ding’ vond, krijgen we daar precies de juiste gezichtsuitdrukking bij.

Het gebaar dat hoort bij het aanbieden van het begrotingskoffertje heeft iets van een kabouter die met een net te grote last in zijn rechterhand trippelt. Als het woord ‘koopkracht’ valt, balt de tolk haar vuisten. Bij ‘Willem-Alexander’ zit ze even aan haar wang. Bij ‘vestigingsklimaat’ maakt ze het gebaar van het aantrekken van een jas.

De hamvraag (hoe beeld je die eigenlijk uit?) was hoe het meest besproken woord van de afgelopen maanden verbeeld zou worden. ‘Dividendbelasting’ bleek een flapachtige geste, die wel iets weg heeft van hoe rappers soms een stapel bankbiljetten patserig richting camera vegen – gebarentaal is soms net cultuurkritiek. Overigens verried de snelheid waarop de tolk vervolgens een kruis in de lucht tekende (voor ‘afschaffing’) een grote routine in het uitbeelden van het d-woord.

Een genuanceerd land

Het viel me op hoe vaak verslaggevers ‘hier’ zeggen en hoe genuanceerd dit land is. Keer op keer mimen de tolken een enerzijds-anderzijds op hun gezicht, een tja-uitdrukking, een onzekerheid, iets wat je voor een ironische knipoog kunt houden. Wij begrijpen elkaar, de tolk en de tolkenkijker.

In de loop van de middag raakte ik ervan overtuigd dat Nederland – en zeker de Nederlandse politiek – méér doventolken nodig heeft. Hoe vaak heeft Mark Rutte niet tot in zijn diepste vezels het gevoel dat zijn volk doof is voor zijn uitleg? En hoe vaak staan onze politici niet tegenover elkaar alsof ze elk een eigen district van Oost-Indië onder beheer hebben?

De televisie zou ook enorm opknappen van een permanente gebarentolk. De rest van de avond probeerde ik me voor te stellen hoe een doventolk zich zou hebben gered uit de ‘stip op de horizon’ (Carola Schouten, Nieuwsuur), ‘groene gekte’ (Thierry Baudet, RTL Late Night) en ‘bloody hoera’ (Jesse Klaver, RTL Late Night). Klaver deed een poging tot zelftolking toen hij een handgebaar maakte bij het als cuckoo kwalificeren van de opvattingen van Baudet. Verder tetterden de mannen lekker door elkaar heen. Laten de talkshows tolkshows worden!

Dit is een ode aan de handen, de ogen en de lichamen die onze democratie gaan redden door ons opnieuw te leren luisteren. Dit is een ode aan de doventolken van de NOS.

    • Arjen Fortuin