DNA in ivoor onthult smokkelroutes

Natuurbescherming Ivoorsmokkelroutes zijn in handen van drie grote bendes. De routes zijn in kaart gebracht na DNA-analyse van het ivoor uit onderschepte transporten.

Gesmokkeld ivoor, afkomstig uit Afrika, inbeslaggenomen in Maleisië, kort voor het wordt vernietigd. Bij elkaar ging het hier om 10.000 kilo. Foto Fazry Ismail/EPA

Zo’n 1 miljard zeecontainers worden er jaarlijks wereldwijd verscheept, en daarin zitten ook vele tonnen aan smokkelwaar verborgen. Zoals ivoor. Elk jaar worden naar schatting tot 40.000 Afrikaanse olifanten gedood voor de illegale ivoorhandel.

Die handel is grotendeels in handen van drie grootschalige, internationale bendes, schrijft een team biologen uit Amerika, Kenia en Maleisië deze week in Science Advances. Aan de hand van DNA-analyse en de geografische herkomst van enkele tientallen slagtanden hebben zij de gebieden ontrafeld waar de drie grote ivoorbendes actief zijn. De biologen onderzochten 38 grote ivoorvrachten (meer dan 500 kilo) die tussen 2006 en 2015 wereldwijd onderschept zijn.

Een olifant heeft twee slagtanden, maar in meer dan de helft van de onderschepte transporten zat maar één van beide slagtanden. Op de route van de stroper naar de exporthaven raken slagtandparen gescheiden.

Dat gegeven gebruikten de onderzoekers om diverse vangsten aan elkaar te koppelen. Op het oog identificeerden ze potentiële matches tussen twee slagtanden (bijvoorbeeld op basis van de kleur en de diameter op de plek waar de slagtand uit de kaak tevoorschijn komt). Vervolgens deden ze DNA-onderzoek. In totaal recombineerden ze zo 26 slagtandparen, die waren terug te leiden tot drie exporthavens: Lomé (in Togo), Entebbe (in Oeganda) en Mombassa (in Kenia).

Exportgebieden

Door te kijken waar de verschillende ladingen heengingen, stelden de onderzoekers de exportgebieden van de verschillende bendes vast, zoals Maleisië en Hongkong. Door de origine van de slagtanden te bepalen kon worden vastgesteld in welke gebieden de stropers voor elke bende actief waren. Die herkomstgebieden kunnen ook worden achterhaald met DNA-onderzoek.

Hoofdonderzoeker Samuel Wasser van de universiteit van Washington in Seattle ontwikkelde al eerder een methode om de herkomstregio van een slagtand te bepalen, door het DNA te vergelijken met een overzichtskaart van olifanten-DNA in heel Afrika. Ook was hij betrokken bij een eerder onderzoek waaruit bleek dat het meeste verhandelde ivoor afkomstig is van recent gedode olifanten. Omdat bendes vaak lange tijd gebruik maken van dezelfde ‘stroperij-hotspots’ kan de herkomst van vangsten mogelijk worden gebruikt om stropers op heterdaad te betrappen, schrijven Wasser en zijn collega’s.

Overigens is DNA-onderzoek niet de enige manier om vrachten van specifieke bendes te herkennen. Ook de manier waarop het ivoor verborgen wordt (bijvoorbeeld onder planken van mahoniehout) kan een teken zijn dat meerdere containerladingen afkomstig zijn van dezelfde bende.

Andrew Lemieux, werkzaam bij het Cluster Wildlife Crime van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving: „Het is een interessant onderzoek, al is het maar de vraag of het hier echt om bendes gaat, vaak genoeg zijn het ook individuen die via tussenhandelaren met smokkelaars in contact komen. Met dit onderzoek kun je ook niet direct individuen opsporen. Sowieso is het al te laat voor al die olifanten van wie de slagtanden waren.”

    • Gemma Venhuizen