De ballet bully wordt niet meer geduld

Grensoverschrijdend gedrag

De beschuldigingen van wangedrag aan het adres van theatermaker Jan Fabre brengen hardnekkige problemen in de dans aan het licht, die altijd zijn verzwegen en toegedekt.

Dansers van Troubleyn tijdens een uitvoering van Mount Olympus: to glorify the cult of tragedy (2015) van Jan Fabre. Foto Wonge Bergmann

Vorige week beklaagde een aantal danseressen zich in een open brief over het gedrag en de werkmethodes van de Vlaming Jan Fabre, als theatermaker en als beeldend kunstenaar een internationale ster. Seks in ruil voor een solo, bijvoorbeeld, en privénaaktfotosessies, met wat hem betreft een ‘happy end’. Vernederende commentaren, psychische manipulaties en seksistische opmerkingen zouden dagelijkse kost zijn.

Herkenbaar, zegt Claudia Hartman (50). Zij meldde zich spontaan bij NRC na in de media gelezen te hebben over de brief, waarvan zij niet een van de ondertekenaars is. In de jaren tachtig, schreef zij, werkte zij als achttienjarige danseres met Fabre, die destijds net was doorgebroken. „Voor de danssecties van Das Glas im Kopf wird vom Glas moesten we een half jaar lang repeteren in een kasteel ergens in Belgisch-Limburg. Totaal geïsoleerd, en er was nog geen mobiele telefoon. Van ’s morgens tot ’s avonds tien, elf uur werkten we. Ik kon op een gegeven moment ’s nachts niet meer opstaan om naar de wc te gaan en moest op doktersadvies volledige bedrust houden. Mijn ouders hebben me daar weggehaald.”

Lees ook: Dansers Troubleyn spraken al maanden over gedrag Fabre

Naakt in bad

Toen al werden danseressen door andere medewerkers gevraagd „of ze even naar Jans kamer wilden komen”. Hartman trof hem daar naakt in bad aan. „Ik heb geloof ik zijn rug gewassen, toen ben ik weggegaan. Hoe het bij anderen ging, weet ik niet.” Ze herinnert zich een „parade” waarin de danseressen, tien mooie danseressen van gemiddeld achttien jaar, topless op een rij moesten staan. „Jan vergeleek onze borsten en beoordeelde deze hardop.”

Fabre noemde haar „zijn Joodse prinses” – ook de ondertekenaars van de open brief spraken vorige week over zijn voorliefde voor vervelende, vernederende bijnamen. De schreeuwpartijen, het selecteren van een pispaal – Hartman herkent het allemaal.

Hiërarchisch

Seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik zijn in de (professionele) danspraktijk hardnekkige problemen. Zeker bij het hiërarchisch georganiseerde ballet, waar vrouwen vanouds in de meerderheid zijn, maar mannen meestal de machtsposities bekleden.

Voor de verbaal intimiderende balletmeester, coach of docent gebruikt de dansgemeenschap zelfs een speciale term: de ballet bully. De bijbehorende problemen zijn niet van vandaag of gisteren. Al in 1862 bijvoorbeeld werd de directeur van de Keizerlijke Theaters in Sint-Petersburg ontslagen wegens een schandaal waarbij jonge meisjes betrokken waren. Maar vaak werden de problemen verzwegen en toegedekt.

Sinds de opkomst van #MeToo, een jaar geleden, bleef het in de danswereld relatief stil. Begin dit jaar legde Peter Martins, artistiek directeur van het vermaarde New York City Ballet, zijn functie neer na beschuldigingen van verbale en fysieke intimidatie, overigens niet alleen van vrouwelijke dansers. Onderzoek naar die klachten leverde geen bewijs op, maar de uitkomsten ervan zijn omstreden omdat het een intern onderzoek betrof, zonder onafhankelijke inbreng.

Eén van de redenen voor die relatieve stilte is dat in de dansstudio de grens tussen functionele en grensoverschrijdende aanraking vaak moeilijk te beoordelen is.

Fysiek contact is domweg noodzakelijk. Tijdens het partner- en tilwerk moeten dansers elkaar soms op de gekste plaatsen vastpakken. Als de danser zijn handen rond de ribbenkast van zijn partner legt om haar op te tillen, kan hij onbedoeld haar borsten raken. En als de ballerina tijdens een arabesque penchée (een balanshouding op één been waarbij het bovenlijf naar voren leunt en het werkbeen gestrekt wordt geheven) door haar partner wordt rondgedraaid, is de afstand tussen hun schaamstreken miniem, of nihil. Dergelijke houdingen komen in ontelbare balletten voor, zonder dat iemand daarbij aan seks denkt. Maar het kan wel.

Een docent die wil demonstreren hoe een danser zijn been kan ‘verlengen’, legt vaak zijn handen om het dijbeen, om dat vervolgens ‘uit te rekken’, waarbij één hand in de richting van het kruis glijdt. De enkeling die kwaad in de zin heeft, kan de hand nét dat beetje verder laten doorglijden – de lengte van een vingerkootje kan dan het verschil maken.

Gelegenheid tot misdragingen te over dus. Onder de Amerikaanse hashtag #whistlewhileyouwork klaagt een danseres bijvoorbeeld over haar danspartner, die zijn „package” altijd feilloos, ook als dat niet noodzakelijk is, tussen haar billen weet te duwen.

Zonder protest

Dansers hebben van jongs af aan geleerd om zonder protest aanwijzingen op te volgen en kritiek te incasseren. Claudia Hartman: „Je gaat niet in discussie over een plié. Die discipline is nodig, ook later. Als je in een klassiek corps de ballet danst, kan er maar één zijn die zegt hoe het moet. Je leert zelfs natuurlijke impulsen te onderdrukken. Ik kon alles uitstellen: hoesten, niezen, plassen.”

Inmiddels leeft de overtuiging in de danswereld dat het anders moet. De jongere generatie balletleiders is ook anders, open en communicatief. Een goed voorbeeld is Christopher Hampson (45), artistiek leider van het Scottish Ballet. Hij schreef in maart een statement, Behaviour in the ballet world, waarin hij het opneemt voor mondige dansers en de ballet bullies naar het verleden verwijst. Het artikel vindt veel weerklank onder zijn collega's.

In de danswereld fungeert #MeToo óók als katalysator voor discussie. Dansers delen hun verhalen, hoewel meestal nog anoniem. Dansleiders discussiëren onder elkaar en met hun dansers, gedragscodes worden in sommige gevallen aangescherpt. Dat geeft geen garantie, maar er worden stappen gezet.

    • Francine van der Wiel