Biseksueel, zeg je? Dat kan natuurlijk ook

Bi Veel biseksuelen komen niet makkelijk uit voor hun geaardheid. Om daar meer aandacht voor te vragen is het deze zondag Bi Visibility Day.

Illustratie XF&M

Ze zet normaal nooit selfies op internet, maar deze moet. Het is een warme zaterdagmiddag in september vorig jaar als Marjolein Jansen ziet hoe glaskraaltjes in haar lamp het binnenvallende zonlicht breken. Tientallen regenboogjes sieren plafond en muren.

Op Facebook hoorde ze er die week voor het eerst over: Bi Visibility Day, jaarlijks op 23 september. Een dag voor méér aandacht voor biseksualiteit, voor het eerst gevierd tijdens een conferentie van de International Lesbian and Gay Association in Zuid-Afrika in 1999.

Op Instagram scrollt Jansen (35) langs #BiVisibilityDay2017. Hoe meer ze leest, hoe meer ze herkent. Hoe onzichtbaar haar biseksualiteit is. Hoe graag ze erover zou willen praten – nee, zou móéten praten.

Ze gaat precies zo staan dat een regenboogje haar wang verlicht. Klik. Nu de tekst nog. Zenuwen slaan toe: familie met wie ze dit nooit besproken heeft zal het lezen, collega’s, ouders op het schoolplein. Ze herschrijft het wel vijf keer, vraagt haar man het te lezen. Die vindt dat ze het moet doen. Ze drukt op ‘delen’.

Deze zondag is het wederom Bi Visibility Day. Volgens de LHBT-monitor 2016 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voelt 3 procent van de Nederlanders zich aangetrokken tot beide seksen. Een hoger percentage dan het aantal mensen dat alleen homoseksuele (2,7 procent) of lesbische (2 procent) gevoelens heeft. Toch is deze groep een stuk minder zichtbaar dan homo’s en lesbiennes. Zo is bijvoorbeeld Gordon biseksueel, maar hij staat bekend als ’s lands glitterhomo. Cabaretière Claudia de Breij is bi, maar wordt vaak lesbisch genoemd. Ze heeft immers een vrouw. En toen zanger Douwe Bob, ook bi, een vriendin kreeg, schreef LINDAnieuws: „Sorry, dames” - later werd ‘dames’ weggehaald.

Zo wordt biseksualiteit zelden benoemd, en niet alleen in de media. In juni wees Amerikaans onderzoek in tijdschrift Psychology of Sexual Orientation and Gender Diversity uit dat homomannen biseksuele mannen zien als ‘stiekem homo’, terwijl lesbiennes biseksuele vrouwen zien als ‘stiekem hetero’. We wíllen het dus niet eens zien, en biseksuelen zelf benoemen het vaak ook niet.

Lees ook: ‘Heterostellen kunnen nog iets van homostellen leren’

Is dat erg? Biseksuelen hebben vaak geen behoefte aan zichtbaarheid, zegt onderzoeker Emiel Maliepaard. Hij promoveerde vorige maand aan de Radboud Universiteit met het eerste promotieonderzoek naar uitsluitend biseksuelen in Nederland. „Ze zijn niet activistisch”, zegt Maliepaard, die 31 mensen interviewde. „Maar dat betekent niet dat ze niet willen dat biseksualiteit in het algemeen zichtbaarder is. Integendeel.”

Marjolein Jansen had vroeger best meer bi’s willen kennen, zegt ze nu. „Dan had het misschien niet ruim twee moeilijke jaren geduurd voor ik er vrede mee had.” Ze vond meisjes al vroeg leuk. Mooi, interessant. Maar verliefd, dát werd ze op jongens. Ze groeide op in een gelovig gezin in Den Ham, Overijssel. „Zodra iets over homoseksualiteit op tv kwam werd er gezucht en weggezapt.” Op haar 17de kreeg ze verkering met een jongen. Die verliefdheid leek wel heel erg op wat ze voor meisjes had gevoeld.

Met die jongen is ze nu tien jaar getrouwd. Geloven doet ze niet meer.

Het is een fase, dacht hij

Ook Shirodj Raghoenath (25) kwam in zijn geboorteplaats Kaatsheuvel nooit met biseksuelen in aanraking. Hij vond jongens leuk, maar viel óók ‘gewoon’ op meisjes. „Dit is een fase, dacht ik, ik ben aan het puberen.” Zijn dorp dacht hetzelfde. Als je een vriendin krijgt komt het wel goed, zeiden ze. Of: wij hebben ook weleens geëxperimenteerd.

In zijn Hindoestaans-Surinaamse familie is het sowieso taboe om over seks te praten, laat staan over seksualiteit. Pas toen hij in Eindhoven ging studeren viel het kwartje. „Biseksueel, zeg je? Dat kan natuurlijk ook.”

„In een dorp geeft niemand je de vocabulaire om je te definiëren als biseksueel”, zegt Joshua Zandberg (33), voorzitter van het Landelijk Netwerk Biseksualiteit (LNBi). Zandberg woont in het „half gereformeerde” Veenendaal. „De mazzel van nu is internet.”

Zoals transgenders het debat over gender hebben opengegooid, zo kunnen biseksuelen de stugge opvattingen openbreken

Jansen merkt dat ze nog steeds niet makkelijk over haar biseksualiteit praat. Heersende vooroordelen maken haar voorzichtig. Zo zou ze de goede nog niet zijn tegengekomen, anders had ze wel geweten of ze lesbisch of hetero was. Ze zou aandacht willen. Een lesbisch stel zei eens dat ze niet op vrouwen kon vallen als ze seks had met een man. „Patsboem, dat werd ineens voor mij bepaald.”

Drie lesbische vriendinnen van Ellen Roepert (37) uit Nijmegen lieten haar „als een baksteen vallen” toen ze zei dat ze verliefd was op een man. En toen ze uit de kast kwam voor haar moeder, zei die: ‘Maar je bent toch trouw aan je man?’ Roepert: „Alsof dat met seksualiteit te maken heeft!” Toen Rita Bylsma (50), ook uit Nijmegen, op internet las dat anderen dachten dat biseksuelen oversekst zijn, niet kunnen kiezen of ontrouw zijn, werd ze minder open over haar geaardheid. „Ik vertel het alleen nog mensen met wie ik dieper erop kan ingaan.”

Biseksuelen komen veel minder vaak uit voor hun geaardheid dan homoseksuelen, volgens het onderzoek Niet te ver uit de kast van het SCP uit 2012. Waar 2 procent van de homo’s volledig in de kast zit, is dat bij biseksuelen maar liefst 30 procent en bij bi-mannen zelfs de helft.

Lees ook hoe volgens onderzoek van het SCP Nederlanders denken over homoseksualiteit: Homo’s oké, maar liever niet hand in hand

Wie maakt het zichtbaar?

Het verbergen van je seksualiteit kan tot stress leiden, en dus tot psychische klachten, schreef het SCP in zijn rapport. Onder biseksuelen komen problemen als depressies, eenzaamheid, alcoholmisbruik en suïcidale gedachten vaker voor dan bij hetero’s, en in sommige onderzoeken zelfs vaker dan bij homo’s. Waarom, is onbekend. Maliepaard, zelf biseksueel, pleit daarom voor meer onderzoek. Ook zouden huisartsen vaker naar geaardheid moeten vragen, vindt hij. „Ook als ze een partner hebben.”

Zichtbaarheid is dus wenselijk, maar wie voelt zich geroepen? Het LNBi heeft maar een tiental actieve vrijwilligers. Ze organiseren niets voor Bi Visibility Day. „Veel mensen hebben niet zoveel met het label ‘biseksueel’”, zegt Zandberg, nu een jaar LNBi-voorzitter. Hij denkt aan een nieuwe naam voor zijn organisatie. Biseksualiteit lijkt uit te gaan van twee (‘bi’) genders, maar veel biseksuelen vallen op iedereen, ongeacht gender. De vraag ‘hoeveel procent val je op mannen?’ is voor hen daarom niet relevant. Ellen Roepert, twaalf jaar getrouwd met een man, kreeg van een vriendin eens de vraag of ze geen vrouw miste. Haar reactie: ‘Mis jij wel eens een andere man?’

Steeds meer jongeren noemen zich volgens onderzoeker Maliepaard ‘queer’ of ‘panseksueel’. Niek de Bruijn (20) uit Breda: „Als je iemand echt leuk vindt, heeft dat weinig te maken met geslacht.” Aan biseksuele rolmodellen heeft hij ook niet zo’n behoefte. Hij volgde de homoseksuele vlogger Hjalmar Kemperman. „Het boek en de film Love, Simon [over een homoseksuele tiener, red.] hebben mij erg geholpen bij mijn coming-out. Het is fijn om te kijken naar iemand die zichzelf kan zijn, met welke geaardheid dan ook.”

Voorbeeld nemen aan transgenders

Wil de positie van de biseksueel verbeteren, dan „moeten we af van mononormativiteit”, zegt Maliepaard, die dat woord zelf in Nederland introduceerde. Het uitgangspunt dat iedereen op één geslacht of gender valt. Een huwelijk tussen twee mannen kan tegelijkertijd een huwelijk zijn tussen biseksuelen, bijvoorbeeld. Iemand kan seks met mannen leuk vinden, maar een relatie met een man niet zien zitten. Of nú niet, maar later misschien wel. „We moeten naar een samenleving waar seksuele oriëntatie en gedrag dynamisch en vloeibaar is.”

Klinkt prachtig, maar hoe komen we daar? De ‘Bi-denktank’, een onafhankelijke groep wetenschappers, activisten en beleidsmakers van onder meer de belangenorganisatie COC (die opkomt voor de rechten van onder anderen homoseksuelen en lesbiennes) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, presenteerde in januari in Pakhuis de Zwijger hun visie. Zoals transgenders de laatste jaren het debat over gender hebben opengegooid, zo kunnen biseksuelen de stugge opvattingen over seksuele diversiteit openbreken, denken ze.

„Zolang mensen geen voorbeelden hebben die de vooroordelen weerleggen, zullen de vooroordelen niet verdwijnen”, schrijft Marjolein Jansen in haar Instagram-post. „Daarom moet ik het er misschien toch maar vaker over hebben.”

„Ja”, besluit ze, „ik ben #biseksueel #getrouwdmeteenman #moeder #monogaam #nietindewar #nietlesbisch (en ook #niethetero 😉) #nietuitopaandacht, ik #kanwelkiezen en het #isgeenfase.”

Ze kreeg negentien positieve reacties. Niemand sprak haar er later op aan.

    • Menno Sedee