Albumoverzicht: Gemoedelijke, moderne folk van Big Red Machine, ‘Aanwaaimuziek’ van Dieleman

Albumrecensies Wat moet je luisteren? De albumrecensies van deze week op een rij. Deze week onder andere van Big Red Machine, broeder Dieleman, Phronesis en Jowee Omicil.

  • ●●●●●

    Big Red Machine: People

    Jowee OmicilPop: De grillige Justin Vernon, bekend als Bon Iver, maakte samen met Aaron Dessner, gitarist van The National, een onverwacht gemoedelijk album. Vernons meest recente werkstukken waren ingewikkeld en zwaar bewerkt, maar hier klinkt zijn fantastische zangstem in pure vorm - afgezien van een enkel roboteffect.Het duo werkte tien jaar aan het album en richtte ook onlangs het muziekplatform p-e-o-p-l-e.com op, voor nieuwe, experimentele muziek. Onder de naam Big Red Machine wordt een soort moderne folk gemaakt, waarin de verhalende zangstem van Vernon zit ingebed in akoestische instrumentaties, zoals een wendbare bas en luchtige trommels. Maar op de achtergrond klinken patroontjes van klikkende, schuifelende en echoënde geluiden, als een schaduw uit het onderbewuste. De nummers zijn eerder mijmerend dan uitgesproken melodieus. Dat is geen gemis - de meanderende akkoorden, de deinende Schwung en ijle falsetzang zorgen voor voldoende betovering zoals in ‘Lullaby’ en ‘Hymnostic’. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Jowee Omicil: Love Matters!

    Jowee OmicilJazz: Haïtiaanse rara is rauwe parademuziek van korte ademstootjes, bedoeld om te dansen in het hete stof van onverharde straten. Dat is niet wat je verwacht na een interpretatie van de muziek van Thelonious Monk. En al helemaal niet op een album waarop ook nog een ode aan Mozart wordt gebracht.
    Maar Jowee Omicil is een veelzijdige man. Hij is een multi-instrumentalist, producer en muzikaal wereldreiziger die vanuit zijn geboorteplaats Montreal is neergestreken in Parijs. Zijn Haïtiaanse achtergrond klinkt vaak door, evenals afrobeat, klassiek en gospel.
    Maar het is de jazz die alle kikkers in de emmer houdt. Jowee Omicil heeft zijn muzikale stem in Amerika gevonden, in zijn saxofoonspel zijn Wayne Shorter en Charlie Parker terug te horen.
    Omicils zesde album Love Matters klinkt consistent ondanks het brede palet van invloeden. En bovenal spat de levenslust eraf. Love Matters is een gevarieerde jazzplaat om heel vrolijk van te worden. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    broeder Dieleman: komma

    broeder DielemanPop: Het veer Vlissingen-Breskens kan voorgoed uit de vaart en de Westerscheldetunnel mag dicht. Vanaf nu verzorgt de plaatselijke folkzanger broeder Dieleman alle enkele reizen richting Zeeuws-Vlaanderen. Zijn vierde plaat komma is wederom een eerbetoon aan zijn geboortegrond, maar nog grootser en meeslepender dan voorheen. Soms tokkelt hij nog solo op de banjo, meestal kleedt zijn er op los improviserende band de liedjes verder aan. En meer dan ooit is het landschap extra bandlid: het wuivende riet, de ruisende knotwilgen en gakkende ganzen, allemaal spelen ze mee. ‘Aanwaaimuziek’ noemt Dieleman de mix van veldopnames, spontaan gepiel en de diep brommende soundscapes waarin hij (uiteraard in dialect) Zeeuwse mythen en sagen bezingt en zijn ontmoeting met de vorig jaar overleden punkpastoor Omer Gielliet boekstaaft. Voor wie het allemaal nóg niet voor zich ziet, is het dubbelalbum verpakt in een indrukwekkend boek waarin al die tere schoonheid ook is te beleven. Frank Provoost

  • ●●●●●

    Jan Brandts Buys: Micarême

    Jan Brandts BuysKlassiek: Het kitscherige hoesje belooft weinig goeds en de geluidskwaliteit laat te wensen over. Toch is deze cd van Jan Brandts Buys de moeite waard. Van wie? Juist: hier wordt muziekgeschiedenis afgestoft. Brandts Buys was de succesvolste telg van een componistenfamilie uit Zutphen die in 1892 naar Wenen vertrok en beroemd werd in het Duitse taalgebied. Brahms zwaaide hem lof toe, zijn opera Die Schneider von Schönau werd meer dan duizend keer uitgevoerd. – dat is een eredivisiestatistiek.Hier kreeg Brandts Buys nooit een poot aan de grond - te wijten aan collegiale jaloezie en hoofdstedelijk chauvinisme, aldus de initiatiefnemers van het Jan Brandts Buys Festival (21-23/9, Zutphen). Deze festival-cd bevat een bloemlezing uit zijn opera- en liedoeuvre. De kluchtige, wat oubollige eenakter ‘Micarêne’ (‘halfvastenfeest’) verraadt verbeeldingskracht en muzikaal vernuft, al ruik je niet onmiddellijk standaardrepertoire. Maar een tweede kans verdient hij zeker. Joep Stapel

  • ●●●●

    Low: Double Negative

    LowRock: Nee, er zit geen stof onder de naald. Het twaalfde album van de Amerikaanse slowcoreband Low begint met ruis van industriële sterkte. Op Double Negative maken de snaren van het indietrio plaats voor elektronica, zoals Bon Iver eerder overschakelde van bitterzoete lyriek naar keiharde piep- en knormuziek met autotune. Op Double Negative is het gebruik van elektronica een doel op zich geworden, met even abstracte als verheffende resultaten. Het is verrassend om de band die ooit de meest serene kerstplaat uit de indiehoek ooit maakte, nu te horen grommen alsof er een grote boze donderwolk boven hun hoofden hangt.In ‘Tempest’ ontploffen de speakers bijkans. Des te geruststellender is het als zangers Alan Sparhawk en Mimi Parker in ‘Dancing and Fire’ weer een ‘gewone’, melodieuze toon aanheffen. Double Negative is net iets minder abstract dan het recente 22, A Million van Bon Iver. Maar minstens zo uitdagend. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Phronesis: We Are All

    PhronesisJazz: Sturen, verstoren en alles weer naar een goed einde brengen. Dat doet jazztrio Phronesis, in 2005 opgericht door de in Londen woonachtige Deense bassist Jasper Høiby, sinds het begin. De lange blonde frontman die zijn contrabas intens als een boogschieter bespeelt - strak en gespannen de snaren beroerend of hij pijlen afschiet - trekt met dit inventieve trio steeds weer een andere sfeer op.Op het achtste album We Are All, dat slecht zes nummers telt - twee composities per bandlid, is de hypnotiserende puls een herkenbaar volgspoor. Maar er is erg veel variatie, van bedachtzaam dromerig naar binnen tot tumultueus naar buiten met complex verglijdende ritmiek die steeds verandert als oneindige Escher-patronen.Het is een album van jazzchemie en gretige, contrastrijke opwinding. ‘The Tree Did Not Die’ is een opvallend slotstuk waarin met diverse extra elektronica spannend nog wat verder wordt gekeken. Amanda Kuyper