Zeker 1.000 edelherten Oostvaardersplassen worden afgeschoten

In totaal moeten 490 herten in het natuurgebied in Flevoland in leven blijven. Een deel van de paarden wordt herplaatst.

Foto Olivier Middendorp

Zeker duizend edelherten in de Oostvaardersplassen moeten vanaf eind oktober worden afgeschoten. Daartoe heeft de provincie Flevoland Staatsbosbeheer dinsdag opdracht gegeven. In totaal mogen 490 herten in leven blijven.

Een deel van de paarden in het natuurgebied wordt verplaatst naar andere gebieden. De populatie runderen blijft onveranderd. Wel krijgen de dieren volgens Staatsbosbeheer de komende jaren meer zorg in de vorm van meer beschutting en voldoende water. De natuurbeheerder moet volgens de wet met het afschieten van de herten rekening houden met de bronsttijd, het paarseizoen. Dat betekent dat er voor eind oktober geen edelherten gedood mogen worden. Hoeveel edelherten er precies worden gedood, moet uit een telling die maand blijken.

In de Oostvaardersplassen schoot Staatsbosbeheer honderden dieren af. “We bekommeren ons wél om dierenwelzijn.”

Het herplaatsen van de herten zou de dieren te veel stress bezorgen, concludeerde de Raad voor Dierenaangelegenheden al eerder. Voor het lot van de paarden schakelde de provincie de universiteit in Wageningen in. Onderzoekers stelden dat de sociale verbanden tussen de paarden bij overplaatsing behouden kunnen worden. De merries en veulens blijven bij elkaar, belooft de provincie. Waar de paarden naar worden overgeplaatst is nog niet bekend, maar ze verhuizen in het voorjaar. De dieren anticonceptie geven bleek volgens de provincie in ieder geval op korte termijn geen geschikte oplossing.

Discussie over bijvoederen

In juli besloten Provinciale Staten al dat 1.100 van de 4.000 grote grazers uit het gebied, een vogelreservaat, weg moeten. De grond is daar namelijk volledig afgegraasd. Met name in de wintermaanden is er te weinig voedsel voor de 2.500 edelherten, 1.000 konikpaarden en enkele tientallen heckrunderen. Zo’n 10 procent van de dierenpopulatie in het moerassig gebied tussen Almere en Lelystad sterft daardoor een natuurlijke dood, zwakke dieren worden afgeschoten.

Daarover ontstond in Nederland veel ophef en afgelopen winter besloot een aantal demonstranten tot bijvoederen, wat de provincie in eerste instantie verboden had omdat het niet goed zou zijn voor de dieren. Juist door de voedselschaarste groeit de populatie dieren op een natuurlijke manier, aldus wetenschappers. Tegenstanders brachten daartegen in dat het gebied afgesloten is met hekken en de dieren dus niet kunnen wegtrekken om elders aan voedsel te komen.

Onder druk kreeg Staatsbosbeheer alsnog de opdracht om de dieren gedurende de koude periode te voeren. De provincie waarschuwt nu dat er tijdens de afschotperiode op zal worden toegezien dat bezoekers “zich niet begeven in de niet voor publiek toegankelijke delen”. De discussie over het bijvoederen of afschieten van de dieren in het gebied, dat zo’n 56 vierkante kilometer groot is, speelt al jaren. Op lange termijn mogen er maximaal 1.500 grote grazers worden gehuisvest.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Onbehaarde Apen: Wat is natuur nog in dit land? Over de toestand in de Oostvaardersplassen
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

De Dierenbescherming zegt in een reactie tegenover NRC bezwaren te hebben tegen het besluit:

“We gaan het besluit tot afschieten aantekenen bij de provincie, maar we zullen waarschijnlijk geen juridische stappen nemen. De slagingskans bij de rechter is echt heel klein. De rechter heeft eerder al aangegeven dat het gaat om verwilderde dieren, wij leggen ons daarbij neer. Maar we blijven van mening dat de dieren daar nooit hadden moeten worden neergezet.”

De Dierenbescherming roept dan ook op om komende winter niet bij te voederen:

“De dieren moeten met rust moeten worden gelaten en niet worden bijgevoederd. Dat is een harde boodschap voor iedereen die emotioneel reageerde deze winter. We begrijpen die reactie goed, maar het sterven hoort bij de natuur. De provincie had eerder dan ook niet moeten zwichten voor de maatschappelijke druk. Wij willen een model waarbij je het uithongeren voor bent. Dat betekent dat we de dieren uit hun lijden willen verlossen vóór er sprake is van creperen. Wij vonden dat Staatsbosbeheer dat beleid niet volledig naleefde deze winter. Er liepen absoluut dieren rond die wel gedood hadden moeten worden.”

    • Maartje Geels