In 2065 bestaan de wadplaten misschien wel niet meer

Veranderende inzichten De opwarming van de aarde gaat zo hard dat de huidige scenario’s voor het waterpeil in 2100 de prullenbak in kunnen. Veel is nog onzeker.

Grote betonblokken bij Cadzand-Bad moeten de kust beschermen tegen superstormen. De zeespiegel stijgt sneller dan voorzien. Het wordt volgens experts tijd om na te denken over extra maatregelen. Foto Kees van de Veen

Wil Nederland zich blijven beschermen tegen de almaar stijgende zeespiegel, dan zijn er ingrijpende aanpassingen nodig. Dat schrijft onderzoeksinstituut Deltares in een dinsdag verschenen rapport. Hoofdauteur Marjolijn Haasnoot spreekt over „een game changer” voor het Nederlandse waterbeheer. „We zullen bizar veel meer moeten gaan doen.”

Aanleiding voor het rapport zijn inzichten van de laatste jaren dat de zeespiegel weleens veel sneller zou kunnen gaan stijgen dan lang is gedacht, vooral door het versneld smelten van de ijskappen op Groenland en Antarctica. Lange tijd werd er voor het jaar 2100 een zeespiegelstijging van tussen de 35 centimeter en circa een meter (ten opzichte van 1995) verwacht. Maar sinds een paar jaar komen de projecties veel hoger uit, door nieuwe inzichten in de smeltprocessen, betere klimaatmodellen en inzichten in het verloop van de zeespiegelstijging in vroegere periodes van opwarming. Mogelijk komt de zeespiegelstijging in 2100 uit op 2 meter, als de gemiddelde opwarming van het aardoppervlak tot 2 graden celsius beperkt blijft (het 2-gradenscenario). Of dit de mens gaat lukken, daarover wordt getwijfeld.

Lees ook: De vraag is niet óf Nederland onder water verdwijnt, maar wannéér

Gaat die opwarming naar 4 graden, dan zou de zeespiegel in 2100 wereldwijd gemiddeld 3 meter hoger kunnen zijn. En na 2100 zal de zeespiegel blijven stijgen, ook al slaagt de mens erin de opwarming te stoppen. Dat komt doordat de ijskappen vertraagd reageren op de al bereikte opwarming. Het zou in 2200 tot een zeespiegelstijging tussen de 5 en 8 meter kunnen leiden, concludeert Deltares in zijn rapport, dat in opdracht van de Deltacommissaris is opgesteld.

Waterwerken bouwen

De projecties kennen wel grote onzekerheden. „Dat maakt het juist zo lastig”, zegt Haasnoot. Stel dat je niks doet, en de zeespiegel blijkt toch heel snel te stijgen. Dan ben je wellicht te laat, want het bouwen van grote waterwerken kan vele decennia duren. Maar je wil ook niet ineens enorme en hele dure stormvloedkeringen bouwen, als je niet zeker weet dat ze wel nodig zijn.

Het onderzoeksinstituut heeft in kaart gebracht wat een snellere zeespiegelstijging voor gevolgen kan hebben voor onder meer de kustlijn, de stormvloedkeringen en het landinwaarts oprukken van zout water vanaf de zee. Mogelijke oplossingen – zoals delen van Nederland onder water laten lopen, of alleen nog maar nieuwbouwwijken laten bouwen op meters opgehoogde grond – zijn nog niet bekeken. Ook mogelijke extra kosten, bovenop de huidige maatregelen, komen niet aan de orde. Nu wordt er jaarlijks ruim 1 miljard euro uitgetrokken voor het Deltaprogramma, dat als doel heeft Nederland te beschermen tegen overstromingen en te voorzien van voldoende zoet water.

Nu wordt jaarlijks 12 miljoen kubieke meter zand uit de Noordzee op de Nederlandse kust aangebracht, om die mee te laten stijgen met de huidige zeespiegelstijging, en ook om te compenseren voor kusterosie. In het 2-graden-scenario zou dat in 2050 al 3 tot 4 keer zoveel kunnen zijn, en aan het eind van de eeuw zelfs twintig keer zo veel (in het 4-graden-scenario is het dan 25 keer zoveel). „Dit is van een ongekende orde”, zegt Haasnoot. „We zijn nu al trots op de Zandmotor die we in 2011 voor de kust, bij Ter Heijde, hebben aangelegd. Maar straks zullen we ieder jaar twaalf van zulke kunstmatige zandbanken moeten opspuiten.” Daarbij komt dat in de Noordzee meer windparken zullen worden gebouwd, wat de beschikbaarheid van zand beperkt. En wat betekent de zandwinning voor het zeeleven?

Waddengebied loopt gevaar

Voor de Waddenzee betekent een snellere zeespiegelstijging een gevaar. Een deel van het nu voor de kust aangebrachte zand komt door zeestromingen bij de Wadden terecht, en laat de bodem voldoende meegroeien met de zeewaterstand. Maar gaat de zeespiegelstijging – die voor de Nederlandse kust nu circa 2 mm/jaar bedraagt – harder dan 6 mm/jaar, dan houdt het westelijk Waddengebied dat al niet meer bij. En bij 10 mm/jaar komt ook het oostelijk Waddengebied in de problemen, aldus het rapport. Zo’n stijgsnelheid van 10 mm/jaar voorziet Deltares, op basis van KNMI-projecties, voor 2050, uiterlijk 2065.

Het probleem ligt niet zozeer bij de eilanden, maar wel bij de wadplaten. Die worden, naarmate de zeespiegel sneller gaat stijgen, niet meer afdoende aangevuld met sediment en slijten als het ware uit. De wadplaten vallen dan niet meer tijdelijk droog - belangrijk voor zeehonden en allerlei vogels. Daarmee zou een belangrijk en beschermd natuurgebied (Werelderfgoed) verloren kunnen gaan.

Lees ook De zeehond doet het goed, maar verder…, over de toekomst van de Waddenzee

Ook voor de levensduur van stormvloedkeringen en sluizen hebben de nieuwe inzichten grote gevolgen. Die wordt flink korter als ze door de snellere zeespiegelstijging vaker dan geanticipeerd geopend en gesloten moeten worden. „Daar zijn ze niet voor gebouwd. En het heeft gevolgen voor scheepvaart en natuur”, zegt Haasnoot. Bescherming tegen een zeespiegel die aan het eind van deze eeuw met misschien wel 60 mm per jaar stijgt vraagt een totaal andere aanpak, zegt Haasnoot. „Over de Deltawerken hebben we 30 jaar gedaan, en die beschermt ons tegen 40 centimeter zeespiegelstijging.” Wat moeten we doen tegen zo’n veel snellere toekomstige zeespiegelstijging? In één klap een paar gigantische stormvloedkeringen, of structuren die we in de loop van de tijd kunnen uitbouwen? Haasnoot: „Niemand die het weet. We moeten er nu over gaan nadenken.”

Lees ook Dreigt de Waddenzee te verdrinken?

Vanaf 2050 kan ook de indringing van zilt grondwater een probleem worden. Noord-Holland, Friesland en Groningen laten zoet water uit het IJsselmeer in om die verzilting tegen te houden. De vraag naar zoet water kan aan het eind van de eeuw ‘significant groeien’ concludeert Deltares in zijn rapport. Haasnoot vraagt zich af: moeten we het IJsselmeer ophogen, of verder uitgraven? Zijn er andere oplossingen te bedenken?

Dat de gevolgen van een snelle zeespiegelstijging groot zijn voor Nederland, maakt het Deltares-rapport glashelder. „Dat ze zo groot zouden zijn was voor mij ook een verrassing”, zegt Haasnoot. Het positieve, zegt ze, is wel dat we er nu naar kijken. We hoeven niet morgen met de oplossingen te komen. „En als we de uitstoot van broeikasgassen snel beperken, kopen we wat extra tijd.”

Aanvulling (19 september 2018): De passage over het verdwijnen van de wadplaten bij de Waddeneilanden is aangevuld met extra informatie. In de kop is het woord Wadden vervangen door wadplaten.

    • Marcel aan de Brugh